ECLI:NL:RBDHA:2026:16775

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
21 juni 2026
Zaaknummer
C/09/700503 / FA RK 26-2054
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vervangende toestemming vakantie Eritrea en wijziging zorgregeling minderjarige

De moeder verzocht de rechtbank om vervangende toestemming om in de zomervakantie 2026 met haar minderjarige dochter naar Eritrea te reizen, vanwege de ernstige ziekte van haar vader. De vader weigerde toestemming vanwege het negatieve reisadvies en veiligheidsrisico's, waaronder het risico op meisjesbesnijdenis. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde afwijzing. De rechtbank oordeelde dat het negatieve reisadvies en de specifieke risico's het belang van het kind prevaleren en wees het verzoek af.

Daarnaast verzocht de vader om wijziging van de zorgregeling, zodat het kind voortaan de ene week bij de vader en de andere week bij de moeder verblijft, met het wisselmoment op vrijdag na school. De moeder stelde dit een te grote verandering te vinden en stelde een tussenstap voor. De rechtbank vond de week-op-week-af regeling het meest in het belang van het kind, omdat het meer rust en duidelijkheid biedt en spanningen tussen ouders vermindert.

De rechtbank legde vast dat de regeling ook tijdens schoolvakanties geldt, behalve tijdens de zomervakantie, waarin het kind drie weken aaneengesloten bij de ene ouder verblijft en drie weken bij de andere, met jaarlijkse wisseling van de volgorde. De kinderrechter informeerde het kind persoonlijk over de beslissing en adviseerde de ouders hulp te zoeken om de communicatie te verbeteren.

Uitkomst: Verzoek tot vervangende toestemming voor vakantie naar Eritrea afgewezen; zorgregeling gewijzigd naar week-op-week-af met wisselmoment op vrijdag.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-2054
Zaaknummer: C/09/700503
Datum beschikking: 21 mei 2026

Vervangende toestemming vakantie en wijziging zorgregeling

Beschikking op het op 27 februari 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.A. Kazzaz-de Hoog te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.A. Spek te Rijswijk.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek.
De minderjarige [de minderjarige] heeft in een gesprek met de kinderrechter haar mening over de verzoeken kenbaar gemaakt.
Op 23 april 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat en tolk A. Salvatore, de vader met zijn advocaat en [naam 1] en [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Verzoek en verweer

De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht:
- aan haar toestemming te verlenen om in de zomervakantie van 2026 van 10 augustus 2026 tot en met 30 augustus 2026 met het minderjarige kind [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] ( [land] ) naar [land] af te reizen,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Tevens heeft de vader zelfstandig verzocht de vastgestelde zorgregeling te wijzigen in die zin dat [de minderjarige] , met uitzondering van de zomervakantie, de ene week bij de vader en de andere week bij de moeder verblijft, waarbij het wisselmoment op vrijdag zal zijn: de ouder waar [de minderjarige] verblijft brengt haar dan naar school en de ouder waar zij de volgende week zal zijn, haalt haar op,
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie gehad met elkaar.
- Zij zijn de ouders van het volgende thans nog minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] ( [land] )
- [de minderjarige] verblijft bij de moeder.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 6 augustus 2024 is bepaald dat voortaan aan de vader mede het gezag zal toekomen over [de minderjarige] .
- Ouders hebben onder begeleiding van Impegno een (ongedateerd) ouderschapsplan opgesteld en getekend, waarin ouders onder meer een zorgregeling zijn overeengekomen, inhoudende, voor zover hier relevant, dat [de minderjarige] in de oneven weken van vrijdag 16:30 uur tot zondag 17:00 uur bij de vader verblijft.
- Zowel de vader als de moeder hebben met hun huidige partner nog een kind, respectievelijk twee kinderen gekregen.

Beoordeling

Vervangende toestemming vakantie
Op grond van artikel 1:253a eerste lid BW kan op verzoek van de ouders of van één van hen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. Het is de rechtbank, gelet op het vijfde lid van dit artikel, niet gelukt om een vergelijk tussen de ouders te beproeven. De rechtbank zal daarom een beslissing nemen op het verzoek, die haar in het belang van [de minderjarige] wenselijk voorkomt.
De moeder heeft verzocht om vervangende toestemming om met [de minderjarige] aanstaande zomervakantie naar [land] af te reizen om haar familie te bezoeken. Specifiek wenst zij dit omdat haar vader ernstig ziek is en hij graag zijn dochter en kleindochter nog eens wil zien. Dit zal mogelijk de laatste keer zijn dat zij elkaar kunnen zien vanwege de gezondheid van de vader van de moeder. De moeder zal met [de minderjarige] en haar twee andere jongste kinderen deze reis te maken. De vader van de jongste kinderen van de moeder heeft direct toestemming gegeven. De vader van [de minderjarige] weigert toestemming te verlenen. Hij zou het niet in het belang van [de minderjarige] achten om met de moeder naar [land] te reizen, omdat het niet veilig is. Daarnaast zou de vader boos zijn omdat de moeder in 2024 geen toestemming wilde geven aan de vader om de gehele zomervakantie in [land] te zijn met [de minderjarige] . De moeder legt dit verzoek voor aan de rechtbank, omdat dit mogelijk de enige optie is om haar vader te bezoeken samen met [de minderjarige] .
De vader voert verweer en stelt dat het niet veilig is voor [de minderjarige] om met de moeder af te reizen naar [land] , vanwege het reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarnaast wilde de vader zelf twee jaar geleden naar [land] met [de minderjarige] , omdat hij daar trouwde met zijn nieuwe partner. Hiervoor wilde de moeder toen geen toestemming verlenen. De vader wil om deze redenen zijn toestemming niet verlenen.
De Raad heeft op de zitting de rechtbank geadviseerd het verzoek van de moeder af te wijzen. Er geldt een negatief reisadvies vanwege de grote risico’s op onveiligheid in het land. Daarnaast heeft de Raad op de zitting gewezen op het risico op meisjesbesnijdenis in [land] .
De rechtbank stelt vast dat volgens het Ministerie van Buitenlandse Zaken ten aanzien van heel [land] een negatief reisadvies geldt. In [land] gelden de kleurcodes rood en oranje. Voor de gebieden met de kleurcode rood is het advies om hier onder geen enkele omstandigheid heen te reizen. Het is er te gevaarlijk. Voor de kleurcode oranje is het advies hier alleen heen te reizen als het noodzakelijk is. De rechtbank zal geen toestemming aan de moeder verlenen om met [de minderjarige] naar [land] af te reizen. Hieraan ligt ten grondslag het negatieve reisadvies en de specifieke risico’s die voor meisjes gelden in Ertirea, zoals de Raad op de zitting heeft toegelicht. Onbekend is of de fysieke veiligheid van [de minderjarige] voldoende gewaarborgd kan worden als zij met de moeder naar [land] zal afreizen, terwijl er voor [de minderjarige] ook geen noodzaak is om met de moeder naar [land] te reizen. De rechtbank acht het daarom niet in belang van [de minderjarige] om de vervangende toestemming aan de moeder te verlenen.
Wijziging zorgregeling
Op grond van artikel 1:253a vierde lid in samenhang met artikel 1:377e BW kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing inzake de zorgregeling alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.
De vader heeft verzocht de zorgregeling te wijzigen in die zin dat [de minderjarige] de ene week bij de moeder zal zijn en de andere week bij de vader, met het wisselmoment op vrijdag na school zal zijn. Volgens de vader biedt dit meer rust voor [de minderjarige] . Zij heeft zelf bij Impegno aangegeven dit te willen. De communicatie tussen de ouders verloopt niet goed. Op deze wijze hoeven de ouders bij de overdracht van de zorgregeling geen contact te hebben. Dit zorgt voor meer rust voor [de minderjarige] . Ondanks dat het ouderschapsplan in januari 2026 recent nog is ondertekend, verzoekt de vader de zorgregeling te wijzigen in het belang van [de minderjarige] .
De moeder voert verweer en stelt dat dit een te grote verandering is ten opzichte van de huidige zorgregeling, waarbij [de minderjarige] in de oneven weken bij de vader is van vrijdag 16.30 uur tot zondag 17.00 uur. De moeder stelt voor om als tussenstap vast te leggen dat [de minderjarige] in de weekenden van vrijdagmiddag tot maandagochtend bij de vader is en iedere week van woensdagmiddag uit school tot donderdag naar school. De moeder en [de minderjarige] zitten midden in een verhuisperiode waarbij [de minderjarige] ook naar een nieuwe school zal gaan. Er vinden dus al grote veranderingen plaats in het leven van [de minderjarige] . De zorgregeling die de vader verzoekt is daarom volgens de moeder nog een brug te ver.
De rechtbank overweegt als volgt. Vaststaat dat partijen de huidige zorgregeling met elkaar in een ouderschapsplan in januari 2026 zijn overeengekomen. De vader verzoekt hier nu wijziging van. De moeder betwist de gestelde wijziging van de omstandigheden niet en doet een voorstel tot een andere regeling. Daarmee neemt de rechtbank aan dat sprake is van een wijziging van omstandigheden.
De rechtbank is van oordeel dat de zorgregeling zoals de vader verzoekt het meest in het belang van [de minderjarige] is. Deze regeling brengt voor [de minderjarige] meer rust en duidelijkheid mee, omdat [de minderjarige] de hele week bij dezelfde ouder verblijft en er maar één wisselmoment via school is. Het standpunt van de moeder dat deze regeling een te grote verandering is en te onrustig is, volgt de rechtbank niet. Haar voorstel als tussenstap met meer wisselingen in de week acht de rechtbank te onrustig voor [de minderjarige] en niet in haar belang. De communicatie tussen partijen verloopt niet optimaal. Meer wisselmomenten zorgen dan juist voor meer spanningen tussen de ouders en bij [de minderjarige] . Bij een wekelijks wisselmoment via school hoeven de ouders elkaar ook niet te zien, zodat [de minderjarige] ook niet geconfronteerd wordt met eventuele spanningen tussen ouders tijdens de overdracht. De rechtbank weegt ook mee in haar oordeel dat [de minderjarige] zelf heeft aangegeven een week-op-week-af regeling wil.
Voor [de minderjarige] is van groot belang dat gedurende de zorgregeling de beide ouders met elkaar over en weer informatie delen over belangrijke zaken die [de minderjarige] aangaan, zoals bijvoorbeeld medische informatie. De ouder bij wie [de minderjarige] op dat moment verblijft stuurt hierover een e-mail naar de andere ouder. De rechtbank benadrukt echter dat het niet de bedoeling is dat de andere ouder waar [de minderjarige] zich bezig houdt met de ouder waar [de minderjarige] op dat moment verblijft. Partijen moeten elkaar onderling leren vertrouwen in de week dat [de minderjarige] bij de andere ouder verblijft. Dit vertrouwen kan alleen maar groeien door tijd en ervaring en hier moeten de ouders zich voor inzetten. Wanneer de ouders elkaar onderling vertrouwen en zich niet bemoeien met de andere ouder voelt [de minderjarige] de emotionele toestemming om onbelast contact te hebben met de andere ouder. Dat is de situatie waar de ouders naartoe moeten werken. Op de zitting is hierover met de ouders gesproken en de Raad heeft de ouders geadviseerd om hiervoor, ieder voor zichzelf, hulpverlening te zoeken.
De vader heeft verzocht de regeling te laten doorlopen gedurende de schoolvakanties, met uitzondering van de zomervakantie. Daartegen is geen verweer gevoerd en de rechtbank stelt vast dat dit ook in lijn is met de afspraken over de vakanties zoals deze al in het ouderschapsplan zijn opgenomen. Gedurende zomervakantie zal de afspraak tussen partijen conform het ouderschapsplan onverkort gelden, te weten dat [de minderjarige] de eerste drie weken bij de ene ouder verblijft en de laatste drie weken bij de andere ouder. Ieder jaar worden deze weken tussen de ouders gewisseld. De rechtbank zal dit ten behoeve van de duidelijkheid ook vastleggen in deze beschikking.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] op haar verzoek ook zelf een brief gestuurd om haar te informeren over de beslissingen in deze zaak. De inhoud van die brief luidt als volgt.
Beste [de minderjarige] ,
Wij hebben elkaar in april gesproken over de rechtszaak tussen je ouders. Je hebt mij toen heel duidelijk kunnen vertellen hoe jij tegen deze zaak aankijkt.
Ik heb daarna ook met je ouders en hun advocaten gesproken. Daarbij was ook iemand van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig, dat is gebruikelijk in zaken waarin een beslissing moet worden genomen die voor kinderen van belang is.
Jij wilde graag van mij zelf horen welke beslissing ik heb genomen. Daarom schrijf ik je deze brief.
Het eerste onderwerp is de vakantie naar [land] . Ik heb je moeder geen toestemming gegeven om deze zomer met jou naar [land] te gaan, omdat het daar niet veilig is en er geen noodzaak is dat jij naar [land] gaat. Jij en ik hebben daar ook al over gesproken, dus ik denk dat dit geen verrassing voor je is.
Het tweede onderwerp waarover ik heb beslist, gaat over de vraag wanneer je bij je moeder bent en wanneer bij je vader. Ik heb hierover uitgebreid met je ouders gesproken. Ik heb beslist dat je voortaan de ene week bij je moeder bent en de andere week bij je vader, waarbij de wisseling steeds zal plaatsvinden op vrijdag uit school. Ik weet dat jij dit graag wilt en ik denk ook dat dit voor jou en je ouders de beste zorgregeling is. Ik hoop en verwacht dat een week-op-week-af regeling je iets meer rust geeft. Deze week-op-week-af regeling kan ook gewoon doorlopen in schoolvakanties, met uitzondering van de zomervakantie. In de zomervakantie zal je de eerste drie weken bij je moeder of vader zijn en de laatste drie weken bij de andere ouder. Als je dit jaar de eerste drie weken van de zomervakantie bij je moeder bent en de laatste drie weken bij je vader, dan zal je volgend jaar in de zomervakantie de laatste drie weken bij je moeder zijn en de eerste drie weken bij je vader. Dit wisselt dus ieder jaar.
Ik heb gemerkt dat je ouders niet zo goed met elkaar kunnen praten. Dat is helaas vaker zo als mensen uit elkaar zijn. Dit is voor jou heel verdrietig en ik kan goed begrijpen dat jij daar last van hebt. Jij kunt daar echter niets aan doen. Ik wil je graag wijzen op de website van Villa Pinedo (www.villapinedo.nl), een online plek voor kinderen van gescheiden ouders. Er staan veel verhalen op van andere kinderen met gescheiden ouders en handige tips. En als je eens met iemand zou willen praten, dan kan dat ook via een buddy van Villa Pinedo. Kijk maar eens op die website.
Mijn beslissingen worden vastgelegd in een officieel stuk, dat heet een beschikking, die aan de advocaten van je ouders wordt gestuurd. In die beschikking neem ik ook deze brief aan jou op, zodat je ouders weten wat ik je heb geschreven.
Ik hoop dat deze brief zo duidelijk voor je is en ik wens je het allerbeste.
De kinderrechter

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van het ouderschapsplan van partijen van januari 2026 –:
*
bepaalt dat de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 3015 te [geboorteplaats] ( [land] ) voortaan als volgt zal zijn:
  • [de minderjarige] verblijft de ene week bij de vader en de andere week bij de moeder, waarbij het wisselmoment op vrijdag zal zijn uit school: de ouder waar [de minderjarige] verblijft brengt haar naar school en de andere ouder haalt haar van school,
  • gedurende de schoolvakanties zal de reguliere regeling doorlopen, met uitzondering van de zomervakantie;
  • gedurende de zomervakantie zal [de minderjarige] drie weken aangesloten bij de moeder verblijven en drie weken aaneengesloten bij de vader, waarbij geldt dat deze weken elk jaar tussen de ouders worden gewisseld;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het verzoek van de moeder.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Meisters als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 mei 2026.