Uitspraak
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 27 maart 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
[de man] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken van de man;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
Verzoek en verweer
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw;
- vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over de kinderen, in die zin dat de kinderen een weekend per veertien dagen van vrijdag uit school tot maandag naar school en de helft van de schoolvakanties bij de man verblijven;
- het gelasten van een raadsonderzoek inzake welke geschikte hulpverlening voor de man noodzakelijk is;
- het gelasten van een raadsonderzoek volgens de MASIC-methode en het NICHD protocol voor het feitengericht kindinterview, dan wel een ander soortgelijk onderzoek waardoor inzicht wordt gekregen in de risicofactoren, veiligheid van de kinderen en onderliggende patronen;
- een nog nader tussen partijen overeen te komen ouderschapsplan in de beschikking op te nemen, dan wel een nader te bepalen zorgregeling vast te stellen;
- een nog nader tussen partijen overeen te komen echtscheidingsconvenant in de beschikking op te nemen, dan wel een nader te bepalen regeling ten aanzien van de verdeling van de huwelijksgemeenschap vast te stellen, alsmede de wijze van verdeling;
- vaststelling van kinderalimentatie van € 785,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van de datum van indiening van het verweerschrift van de vrouw tegen de zelfstandige verzoeken van de man;
- bepaling dat de man zijn financiële gegevens over 2024, 2025 en 2026 dient te overleggen onderbouwd door stukken en inzage dient te verschaffen in de saldi van zijn bankrekeningen op de peildatum en de waarde van zijn cryptorekening met het verloop daarvan in de jaren 2023 t/m heden;
- bepaling dat de vrouw huurster zal zijn van de echtelijke woning, gelegen te [plaats 2] , [adres] ;
- benoeming van een deskundige voor de waardering van de eenmanszaak ‘ [bedrijfsnaam] ’ en de omzetting van de VOF in de huidige eenmanszaak en de mogelijke fiscale gevolgen en verdelingen daarvan tussen partijen;
- bepaling dat de man gehouden zal zijn om ruim voor de te plannen mondelinge behandeling de onder randnummer 68 en 71 van het verweerschrift van de vrouw tegen de zelfstandige verzoeken van de man genoemde informatie en inlichtingen bij de rechtbank te hebben ingebracht;
- vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform het voorstel van de vrouw onder randnummer 66 t/m 71 van het verweerschrift van de vrouw tegen de zelfstandige verzoeken van de man;
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de man;
- het gelasten van een raadonderzoek ten aanzien van de meest geschikte omgangsregeling tussen de vrouw en de kinderen;
- bepaling dat de man huurder zal zijn van de echtelijke woning, gelegen te [plaats 2] , [adres] ;
Beoordeling
voorlopigezorgregeling bepaald, waarbij de vrouw op dinsdag en donderdag van 15:00 uur tot 19:30 uur, alsmede op zaterdag van 10:00 uur tot 19:00 uur, in aanwezigheid van de oppas contact heeft met de kinderen in de echtelijke woning. Partijen hebben korte tijd uitvoering gegeven aan deze regeling. Omdat de vrouw de kinderen daarna slechts enkele keren heeft gezien, heeft zij een verzoek tot wijziging van de beschikking van 31 juli 2025 gedaan. De voorzieningenrechter heeft bij beschikking van 14 januari 2026 de over en weer gedane verzoeken afgewezen, omdat niet is gebleken dat de omstandigheden na de beschikking van 31 juli 2025 dusdanig zijn gewijzigd dat een wijziging van de getroffen voorlopige voorzieningen gerechtvaardigd is. Daarbij heeft de rechtbank expliciet benoemd dat voorgaande betekent dat de
voorlopigezorgregeling, zoals bepaald in de beschikking van 31 juli 2025, in stand blijft en moet worden uitgevoerd. De man heeft de zorgregeling vervolgens gestopt omdat er, zo geeft hij aan, signalen waren dat de kinderen door de vrouw en haar nieuwe partner zouden worden geslagen. Vervolgens heeft de vrouw een kort geding procedure gestart, waarin zij – onder meer – nakoming van de bij beschikking van 31 juli 2025 vastgestelde
voorlopigezorgregeling heeft gevorderd. Bij proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 17 februari 2026 heeft de voorzieningenrechter, met wijziging in zoverre van de beschikking voorlopige voorzieningen van 31 juli 2025, bepaald dat de kinderen
voorlopigiedere zaterdag van 10 uur tot 19:00 uur bij de vrouw zullen zijn en er geen redenen bestonden om te bepalen dat de vrouw geen contact met de kinderen zou kunnen hebben.
voorlopigezorgregeling is besproken. Op enig moment is naar voren gekomen dat er mogelijk seksueel overschrijdend gedrag heeft plaatsgevonden bij [minderjarige 2] door de nieuwe partner van de vrouw. Naar aanleiding hiervan zijn er met behulp van Kracht veiligheidsafspraken gemaakt, zodat de vrouw de kinderen kon blijven zien. Een van die afspraken was dat de nieuwe partner niet alleen met de kinderen zou zijn bij contactmomenten tussen de moeder en de kinderen. Ondertussen heeft Kracht ook de Raad benaderd om onderzoek te verrichten naar de situatie van de kinderen. De Raad heeft naar aanleiding daarvan besloten beschermingsonderzoek te starten. Omdat er voor de vader en de betrokken hulpverleners aanwijzingen waren dat de veiligheidsafspraken niet werden nagekomen, is door de betrokken hulpverlening geadviseerd dat er voorlopig geen contact tussen de vrouw en de kinderen plaatsvindt tot aan de bodemprocedure op 1 mei 2026, tenzij het contact begeleid wordt door een door Kracht goedgekeurd, volwassen persoon. Voorgaande heeft er toe geleid dat de vrouw de kinderen op 21 maart 2026 voor het laatst heeft gezien. Ondertussen zijn er ernstige zorgen over het welzijn van de kinderen, zowel lichamelijk als mentaal, die tegelijkertijd allen aangeven hun moeder heel erg te missen.
- Zijn er zorgen over de veiligheid van de kinderen in de thuissituatie bij vader?;
- Zijn er zorgen over de opvoedvaardigheden van vader?;
- Zijn er zorgen over de veiligheid van de kinderen in de thuissituatie bij moeder en/of haar nieuwe partner?;
- Zijn er zorgen over de opvoedvaardigheden van de moeder?;
- Indien één van bovenstaande vragen met ‘ja’ moet worden beantwoord: wat is er voor nodig om die zorgen zoveel mogelijk weg te nemen?;
- Welke zorgregeling is qua aard, duur en frequentie, gelet op de antwoorden op bovenstaande vragen, het meest in het belang van de kinderen?
- Welke mogelijkheden en/of belemmeringen ziet de Raad bij de vaststelling van de hoofdverblijfplaats bij één van de ouders?
- Is (nadere) hulpverlening voor de vader, de moeder en/of [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] noodzakelijk? Zo ja, welke hulpverlening wordt geadviseerd?
- Zijn er volgens de Raad nog andere zaken van belang bij de beoordeling van de zaak?
voorlopigezorgregeling bepalen, overeenkomstig het advies van de Raad. De rechtbank merkt hierbij expliciet op dat haar beslissing wordt ingegeven door het feit dat zij onvoldoende informatie heeft om een definitieve regeling vast te leggen en daarom een raadsonderzoek gelast en dat dit dus losstaat van het feit dat de vrouw op de zitting akkoord is gegaan met omgangsbegeleiding via [instantie] . Het is de rechtbank heel duidelijk dat de vrouw hier alleen mee heeft ingestemd, zodat zij de kinderen op korte termijn kan zien.
voorlopigezorgregeling bepalen, in die zin dat de vrouw minimaal twee dagen in de week gedurende enkele uren begeleid contact heeft met de kinderen. De rechtbank ziet geen aanleiding om de kinderen van telefonisch contact met de vrouw te weerhouden. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat als de kinderen behoefte hebben aan telefonisch contact met de vrouw, de man hieraan zal meewerken. Daarnaast merkt de rechtbank op dat in het geval voornoemde
voorlopigezorgregeling tot en met de zomer goed verloopt, dat wil zeggen voor de kinderen veilig en structureel wordt nagekomen, het voor de hand ligt om verdere stappen vooruit te maken in uitbreiding van de zorgregeling in die zin dat de moeder de kinderen op meer dagen of meer uren gedurende de twee dagen ziet.
- eenmanszaak [bedrijfsnaam] , voorheen de VOF;
- inboedel echtelijke woning;
- Honda Civic met kenteken [kenteken] ;
- de bankrekeningen;
- crypto valuta;
- belastingschuld 2024.
Beslissing
voorlopigezorgregeling, waarbij de vrouw minimaal twee dagen in de week gedurende enkele uren begeleide omgang heeft met de kinderen, een en ander af te stemmen met de begeleidende instantie (waarbij partijen hebben aangegeven zich tot [instantie] te wenden);
15 augustus 2026 pro forma; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;
15 augustus 2026 pro forma;
de meervoudige kamer, in aanwezigheid van de Raad voor de Kinderbescherming, en verwijst de zaak daartoe naar die kamer;
waarop zij zich op de zitting willen beroepen uiterlijk veertien dagen vóór de dag van de zittingin afschrift aan de wederpartij en aan de rechtbank moeten doen toekomen;
de nevenverzoeken, te weten de definitieve zorgregeling, de hoofdverblijfplaats van de kinderen, de kinderalimentatie (en de daarmee samenhangende verzoeken), het huurrecht van de echtelijke woning, de verdeling (en de daarmee samenhangende verzoeken) en de proceskostenaan.