Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:16676

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
C/09/707377 / KG RK 26- 952
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens mogelijke kennissenkring

Op 18 juni 2026 heeft de rechter een verzoek tot verschoning ingediend in een civiele zaak bij de rechtbank Den Haag. Het verzoek is gebaseerd op het feit dat de eiser en de rechter in dezelfde omgeving wonen en hun kinderen mogelijk naar dezelfde school gaan, wat de kans op persoonlijke kennissen creëert.

De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting, aangezien een verschoningsverzoek niet ter terechtzitting hoeft te worden behandeld. Uitgangspunt is dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, maar uitzonderlijke omstandigheden of de schijn van partijdigheid kunnen aanleiding geven tot verschoning.

Gezien de omstandigheden acht de kamer het verzoek terecht om de schijn van partijdigheid te vermijden. Het verzoek tot verschoning is daarom toegewezen, en de behandeling van de hoofdzaak wordt overgenomen door een andere rechter. De procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van het verzoek.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege mogelijke kennissenkring, waardoor de hoofdzaak door een andere rechter wordt voortgezet.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Verschoningskamer
Verschoningsnummer: 2026/14
Zaak-/rekestnummer: C/09/707377 / KG RK 26- 952
Beslissing van 19 juni 2026
van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van
mr. A.P. de Klerk,
rechter in de rechtbank Den Haag,
hierna de rechter,
belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk C/09/706891 KG ZA 26-632 van:
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
bijgestaan door mr. L. van der Kam, advocaat te Den Haag,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,

1.De procedure

1.1.
Op 18 juni 2026 heeft de rechter een verschoningsverzoek ingediend.
1.2.
Een verschoningsverzoek hoeft, anders dan een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting te worden behandeld. Het verzoek is daarom niet ter zitting behandeld.

2.Het verschoningsverzoek

2.1.
De rechter heeft het verschoningsverzoek op het volgende gebaseerd:
☐ er bestaat een familieverhouding tussen een procespartij en de rechter
☐ er bestaat een familieverhouding tussen een procesdeelnemer en de rechter
☐ een procespartij maakt onderdeel uit van de persoonlijke kennissenkring van de
rechter
☐ een procesdeelnemer maakt onderdeel uit van de persoonlijke kennissenkring van
de rechter
☐ een procespartij maakt onderdeel uit van de zakelijke kennissenkring van de rechter
☐ een procesdeelnemer maakt onderdeel uit van de zakelijke kennissenkring van de
rechter
☐ de rechter is uit hoofde van een (voormalige) nevenfunctie of nevenbetrekking
betrokken (geweest) bij een procespartij
☐ de rechter is uit hoofde van een (voormalige) nevenfunctie of nevenbetrekking
betrokken (geweest) bij de zaak
☐ de rechter is in zijn voormalige dienstbetrekking betrokken geweest bij een
procespartij
☐ de rechter is in zijn voormalige dienstbetrekking betrokken geweest bij de zaak
☐ een bloed- of aanverwant van de rechter werkt bij een procespartij
☐ een bloed- of aanverwant van de rechter is uit hoofde van een (voormalige)
betrekking of functie betrokken (geweest) bij de zaak
☐ de rechter heeft eerdere bemoeienis gehad met de zaak
☐ de rechter heeft eerder bemoeienis gehad met partijen
☒ anders, namelijk: het feit dat – zo is uit de processtukken gebleken - de eiser in dezelfde omgeving als de rechter woont, en dat hun kinderen naar dezelfde school blijken te gaan, waardoor de mogelijkheid bestaat dat de rechter en eiser elkaar kennen.

3.De beoordeling

3.1.
Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen.
3.2.
Gelet op hetgeen de rechter heeft aangevoerd, is het verschoningsverzoek terecht ingediend. Zo wordt de schijn van partijdigheid vermeden. Het verzoek zal dus worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

4.De beslissing

De verschoningskamer:
4.1.
wijst het verzoek tot verschoning toe;
4.2.
bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat verschoningsverzoek werd ingediend;
4.3.
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
* de rechter;
* alle in de aanhef van deze uitspraak genoemde betrokken partijen.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 19 juni 2026 door mrs. S.M. Krans, A.M. Boogers en A.M.A. Keulen, in tegenwoordigheid van de griffier.