ECLI:NL:RBDHA:2026:16653
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 9 juni 2026, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen waren.
De voorzieningenrechter overwoog dat aangezien de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de hoofdzaak, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter I. Helmich en griffier S.N. Lekatompessij op 19 juni 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.