ECLI:NL:RBDHA:2026:16646

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
11997250 RP VERZ 25-51003
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:671c lid 1 BWArt. 7:671b lid 9 sub a BWArt. 7:672 lid 2 sub b BWArt. 7:673 lid 2 BWArt. 7:686a lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding zonder ernstig verwijt aan werkgever

Gamepoint B.V. verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] wegens langdurige arbeidsongeschiktheid en een verstoorde arbeidsverhouding. [Verweerder] erkent de ontbinding maar vordert een billijke vergoeding en een transitievergoeding.

De kantonrechter stelt vast dat het conflict tussen partijen is opgelost via mediation en dat [verweerder] het vervallen van zijn functie heeft erkend. De werkgever heeft niet ernstig verwijtbaar gehandeld, onder meer omdat zij de herstelmelding niet hoefde te accepteren gezien tegenstrijdige adviezen van de bedrijfsarts en het feit dat re-integratie in de eigen functie medisch niet verantwoord was.

De ontslagaanvraag bij het UWV was niet kansloos. De kantonrechter bepaalt de einddatum van het dienstverband met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn en kent een transitievergoeding toe van € 20.806,50 bruto. Een billijke vergoeding en proceskostenveroordeling worden afgewezen. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 4 juli 2026.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 4 juli 2026 zonder ernstig verwijt aan werkgever, met toekenning van een transitievergoeding van € 20.806,50 bruto.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Den Haag
EiV/cd
Rep.nr.: 11997250 RP VERZ 25-51003
4 juni 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap,
Gamepoint B.V.,
gevestigd te Den Haag,
verzoekster,
hierna: Gamepoint,
gemachtigde: mr. A.A.M. Zeeman,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats] ,
verweerder,
hierna: [verweerder] ,
gemachtigden: mrs. J.T.P. Koenis en A.B. Abeln.

1.Procedure

1.1.
De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
  • het verzoekschrift van 2 december 2025 met producties 1 t/m 17;
  • het verweerschrift tevens tegenverzoek met producties 1 t/m 22;
  • de akte van Gamepoint van 2 april 2026 met aanvullende producties 18 t/m 22;
  • de akte van [verweerder] van 7 april 2026 met aanvullende producties 23 t/m 26;
  • de e-mail van [verweerder] van 7 april 2026 met aanvullende productie 27;
  • de pleitaantekeningen van Gamepoint;
  • de pleitaantekeningen van [verweerder] .
1.2.
Op 8 april 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens Gamepoint zijn [naam 1] en [naam 2] verschenen. [verweerder] is verschenen. Partijen zijn bijgestaan door hun gemachtigden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de zitting naar voren is gebracht.
1.3.
Vervolgens is de datum van de beschikking bepaald op vandaag.

2.Feiten

2.1.
Gamepoint exploiteert een onderneming in de ontwikkeling van online games en gamenetwerken.
2.2.
[verweerder] is sinds [datum] 2018 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij Gamepoint in dienst, aanvankelijk in de functie van [functienaam 1] . [verweerder] is van oorsprong [nationaliteit] en is voor zijn werk bij Gamepoint naar Nederland gekomen.
2.3.
Vanaf september 2021 was [verweerder] naast zijn functie als [functienaam 1] ook [functienaam 2] voor het spel
[spel]. Het salaris van [verweerder] is vanaf toen met ongeveer 10% verhoogd naar een bedrag van € 7.150,- bruto per maand bij een arbeidsduur van 40 uur per week.
2.4.
Gamepoint heeft de ontwikkeling van [spel] op enig moment stopgezet. Per juni 2023 kon [verweerder] daarnaast geen aanspraak meer maken op het belastingvoordeel voor expats in Nederland (de zogeheten ‘30%-regeling’). Tussen partijen is gesproken over het sluiten van een vaststellingsovereenkomst (VSO) ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Gamepoint heeft op 3 juli 2023 een concept-VSO aan [verweerder] voorgelegd.
2.5.
[verweerder] heeft zich op 4 juli 2023, een dag na het gesprek over de concept-VSO, ziekgemeld.
2.6.
Gamepoint en [verweerder] hebben op advies van de bedrijfsarts mediation geprobeerd. Het mediationtraject is op 11 maart 2024 succesvol afgerond met een overeenkomst, waarin – voor zover relevant – door partijen is afgesproken:

1. Partijen stellen samen vast door ondertekening van de onderhavige overeenkomst dat het geschil tussen partijen, waarvoor mediation op 20 december 2023 ingezet is geweest, opgelost is dan wel als opgelost beschouwd dient te worden.
2.7.
[verweerder] heeft vervolgens op 27 maart 2024 een gesprek gehad met de bedrijfsarts. Het verslag van de bedrijfsarts vermeldt:

Betrokkene geeft aan dat het mediationtraject is afgerond. Het resultant van het mediation traject is dat betrokkene wegens een reorganisatie niet langer kan terugkeren naar zijn oorspronkelijk werk. Volgens werknemer is het conflict gelukkig wel uit de lucht. Hij begrijpt dat hij niet langer kan terugkeren in zijn oorspronkelijk baan, maar wenst wel binnen spoor 1 te re-integreren omdat dat wel voor hem bekend werk is tot hij voldoende is hersteld om elders te solliciteren.
2.8.
[verweerder] is op 16 april 2024 begonnen met zijn re-integratietraject. Op 17 april 2024, de tweede dag van de re-integratie, heeft een incident plaatsgevonden tussen [verweerder] en een HR-medewerkster van Gamepoint. Gamepoint heeft naar aanleiding hiervan op 25 april 2024 een schriftelijke waarschuwing gegeven aan [verweerder] voor het (kort gezegd) schreeuwen en verbaal agressief bejegenen van de HR-medewerkster.
2.9.
Op 8 mei 2024 heeft [verweerder] aan Gamepoint bericht dat hij vanuit huis zal werken totdat Gamepoint de adviezen van de bedrijfsarts implementeert. In de daaropvolgende e-mailwisseling heeft Gamepoint aan [verweerder] laten weten dat de bedrijfsarts niet heeft geadviseerd om hem vanuit huis te laten werken en dat hij daarom uiterlijk 15 mei 2024 terug op kantoor wordt verwacht. Nadat [verweerder] die dag opnieuw niet op kantoor was verschenen, heeft Gamepoint hem een schriftelijke waarschuwing gegeven onder aanzegging dat het loon zou worden stopgezet als hij niet uiterlijk 22 mei 2024 alsnog op het werk zou verschijnen. Gamepoint heeft deze loonstop feitelijk niet uitgevoerd.
2.10.
[verweerder] heeft op 5 juni 2024 een afspraak gehad met de bedrijfsarts. In het gespreksverslag schrijft de bedrijfsarts:

Het is duidelijk geworden dat de werkgerelateerde factoren binnen spoor 1 een negatieve invloed hebben op de gezondheid van betrokkene, waardoor verdere re-integratie in dit spoor medisch niet langer verantwoord is. Elders zal betrokkene snel kunnen re-integreren, echter binnen spoor 1 heeft betrokkene steeds weer een terugval in de medische aandoening.
Om de reden dat spoor 1 ziekmakend is adviseer ik een overgang naar spoor 2 voor de re-integratie van betrokkene. Dit advies is gebaseerd op de noodzaak om een medisch verantwoorde en succesvolle re-integratie mogelijk te maken.
2.11.
In het gespreksverslag van de opvolgende afspraak van 17 juli 2024 vermeldt de bedrijfsarts:

Re-integratie advies
Opstarten en vervolgen 2e spoor, ook al kan formeel eerste spoor nooit helemaal afgesloten worden tenzij daar medische gronden voor zijn. Betrokkene erkent en herkent ook wel dat terugkeer op eerste spoor niet de gezondheid zal bevorderen, eerder zal schade. Derhalve is het beste advies in deze om 2e spoor te laten prevaleren.
2.12.
Het verslag van de bedrijfsarts van de afspraak van 4 juni 2025 vermeldt vervolgens:

Stand van zaken / advies
Betrokkene maakte over laatste weken een goede en stabiele verdere vooruitgang door. Er zijn op dit moment feitelijk geen beperkingen meer aan te nemen. Het is goed te zien dat betrokkene vanuit een voor hem zeer moeilijke situatie weer de veerkracht heeft ontwikkeld en herstel heeft bewerkstelligd met inzet van gerichte ondersteuning. De WIA aanvraag loopt reeds evenals het 2e spoor.
Betrokkene is hersteld te achten voor eigen werk.
Functionele mogelijkheden en beperkingen
Geen
Re-integratie advies
Feitelijk kan betrokkene hersteld geacht en gemeld worden voor eigen, bedongen arbeid. Wel onder voorwaarde dat dit niet bij eigen werkgever zal kunnen worden gerealiseerd. Immers reeds eerder werd gemeld : Inzet in eigen werk bij eigen werkgever wordt hierbij, op preventieve gronden, afgeraden. Het zal naar alle waarschijnlijkheid ziekte weer doen ontstaan of toenemen.
Dit advies blijft van kracht.
Men zal derhalve onderling nu verder moeten gaan afstemmen hoe hier mee om te gaan. Naar werd begrepen hebben beide partijen hierbij gerichte hulp en expertise aangesloten.
Prognose met betrekking tot volledig herstel eigen werk
Betrokkene is volledig belastbaar voor eigen werk, maar volledige terugkeer zal elders moeten plaatsvinden ter preventie van terugval en toename beperkingen/ziekte.
2.13.
[verweerder] heeft, naar aanleiding van het laatste advies van de bedrijfsarts, op 9 juni 2025 het volgende bericht aan Gamepoint:

My case worker (…) delivered the company doctor report on 07-06-2025. I have now recovered and I’m ready to return to work.
Gamepoint heeft hierop de volgende dag aan [verweerder] geantwoord:

Op dit moment zijn we intern in overleg over de juiste vervolgstappen op basis van het advies van de bedrijfsarts en jouw situatie, gezien werkhervatting bij eigen werkgever wordt afgeraden. Zodra we hierover duidelijkheid hebben, nemen we contact met je op om dit samen verder te bespreken.
2.14.
Gamepoint heeft op 10 juli 2025 bij het UWV een ontslagaanvraag ingediend om [verweerder] te mogen ontslaan wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.
2.15.
Gamepoint heeft voor de onderbouwing van haar ontslagaanvraag bij het UWV de volgende vragen aan de bedrijfsarts gesteld:

Hartelijk dank voor uw eerder afgegeven 26-weken verklaring waarin u aangeeft dat de heer [verweerder] medisch hersteld is voor het eigen werk.
In eerdere contacten en medische adviezen heeft u echter ook geadviseerd dat hervatting van werkzaamheden binnen onze organisatieniet wenselijk is, vanwege een reëel risico op terugval in het verzuim. Deze overweging is cruciaal in het kader van onze voorgenomen ontslagaanvraag bij het UWV op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid. Wij verzoeken u vriendelijk, met het oog op deze procedure, om uw verklaring aan te vullen of te verduidelijken op de volgende punten:
Kunt u bevestigen dat – ondanks medische herstel melding – hervatting van werkzaamhedenbinnen onze organisatievolgens uw inschatting leidt tot een aanzienlijk kans op terugval?
Bent u bereid dit risico op terugval expliciet op te nemen in een aangepaste 26-wekenverklaring, zodat voor het UWV duidelijk is dat duurzaam inzetbaar zijn bijonsniet realistisch is binnen 26 weken?
(…)
De bedrijfsarts heeft op 6 augustus 2025 als volgt geantwoord:

Als eerder aangegeven is het opstellen van een 26 weken verklaring waarbij de wachttijd niet is volgemaakt en er een hersteldverklaring reeds daarvoor aan de orde was, niet aan de orde. U refereert aan mijn eerdere adviezen waarin ik aangaf dat een terugkeer in het eigen werk bij de eigen werkgever niet wenselijk was en hoogstwaarschijnlijk zou leiden tot een terugval in medische problematiek en verzuim. Dit destijds gegeven advies is nog steeds actueel en zal ook de komende 26 weken (en daarna) niet veranderen. Een duurzame werkhervatting binnen uw organisatie is derhalve niet wenselijk en niet realistisch.
Bovenstaande kunt u, wat mij betreft, gebruiken als de door u gevraagde verklaring.
2.16.
Het UWV heeft de ontslagaanvraag bij besluit van 2 oktober 2025 afgewezen, omdat (samengevat) de bedrijfsarts [verweerder] volledig belastbaar acht voor eigen werk en het opstellen van een 26-wekenverklaring door de bedrijfsarts is geweigerd omdat reeds een hersteldverklaring is afgegeven vier weken vóór het einde van de wachttijd voor de WIA.

3.Het geschil

3.1.
Gamepoint verzoekt de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden met veroordeling van [verweerder] in de proceskosten, op de grond dat sprake is van (primair tot meest subsidiair):
ziekte of gebreken waardoor [verweerder] niet meer in staat is de bedongen arbeid te verrichten, terwijl aannemelijk is dat binnen 26 weken geen herstel zal plaatsvinden (b-grond);
een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond);
andere omstandigheden zodanig dat het voort laten duren van de arbeidsovereenkomst van Gamepoint niet kan worden gevergd (h-grond);
een combinatie van gronden (i-grond).
3.2.
[verweerder] berust in ontbinding van de arbeidsovereenkomst, maar verzoekt de kantonrechter om bij de ontbinding, uitvoerbaar bij voorraad:
de einddatum van het dienstverband te bepalen rekening houdend met de opzegtermijn, zonder aftrek van de proceduretijd;
Gamepoint te veroordelen tot een transitievergoeding van € 20.585,40 bruto en een billijke vergoeding van € 225.000,- bruto;
Gamepoint te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over voornoemde vergoedingen vanaf de datum van opeisbaarheid;
Gamepoint te veroordelen in de daadwerkelijke proceskosten van [verweerder] van € 27.891,72 (exclusief BTW), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van deze beschikking;
voor recht te verklaren dat Gamepoint geen rechten kan ontlenen aan het concurrentie- en relatiebeding;
en als voorwaardelijk tegenverzoek voor het geval Gamepoint haar verzoek tot ontbinding intrekt:
6. de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:671c lid 1 BW, onder toekenning van al het voorgaande.
3.3.
Op de standpunten van partijen wordt in de beoordeling – voor zover relevant – ingegaan.

4.Beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt vast dat partijen het met elkaar eens zijn dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden, in ieder geval omdat sprake is van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. Aangezien de juridische gevolgen van een ontbinding op grond van een verstoorde arbeidsverhouding dezelfde zijn als die van een ontbinding op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid, kan in het midden worden gelaten of de ontbinding daarnaast zou slagen op de primair door Gamepoint aangevoerde b-grond.
4.2.
Partijen twisten wel over de vraag per welke datum de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden en welke vergoedingen daarbij aan [verweerder] moeten worden toegekend. [verweerder] stelt zich op het standpunt dat de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van Gamepoint, zodat de einddatum volgens hem moet worden bepaald zonder aftrek van de proceduretijd en hij naast de transitievergoeding ook aanspraak maakt op een billijke vergoeding en een werkelijke proceskostenvergoeding. Het ernstig verwijtbaar handelen is er volgens [verweerder] (samengevat) in gelegen dat Gamepoint:
op 3 juli 2023 zonder aanleiding en op dwingende wijze heeft aangestuurd op beëindiging van het dienstverband;
tegenstrijdige verklaringen heeft gegeven over de noodzaak van de beëindiging, waaronder door ten onrechte voor te houden dat de functie van [verweerder] is komen te vervallen;
door de bedrijfsarts geadviseerde mediation heeft afgehouden;
e re-integratieverplichtingen heeft geschonden door [verweerder] niet te re-integreren in zijn eigen functie;
onzorgvuldig is omgegaan met medische gegevens van [verweerder] ;
de herstelmelding van [verweerder] heeft geweigerd en de reguliere salarisbetaling van [verweerder] niet heeft hervat;
een ontslagaanvraag heeft ingediend bij het UWV op grond van langdurige ziekte, terwijl zij moest begrijpen dat dit geen kans van slagen had.
Het vervallen van de functie
4.3.
De kantonrechter overweegt als volgt ten aanzien van de hiervoor onder a en b genoemde gronden. In de overeenkomst die ter afronding van de mediation op 11 maart 2024 door partijen is gesloten, heeft [verweerder] erkend dat het conflict dat tot dan toe tussen hem en Gamepoint was ontstaan is opgelost. [verweerder] betwist dat tijdens de mediation is gesproken over het vervallen van zijn functie. Uit het verslag van de bedrijfsarts van 27 maart 2024 blijkt echter dat [verweerder] zelf aan de bedrijfsarts heeft verteld dat de mediation is afgerond met de conclusie dat hij vanwege een reorganisatie niet meer kan terugkeren naar zijn functie bij Gamepoint, dat hij dit begrijpt en dat hij tijdelijk in het eerste spoor zou re-integreren met het doel om zich klaar te maken voor een sollicitatie elders. Hieruit blijkt onmiskenbaar dat het vervallen van de functie van [verweerder] tijdens de mediation onderwerp van gesprek is geweest en dat partijen hun conflict daaromtrent hebben opgelost. Nu [verweerder] het vervallen van zijn functie dus zelf heeft erkend, acht de kantonrechter het niet ernstig verwijtbaar dat Gamepoint met [verweerder] het gesprek is aangegaan over het beëindigen van zijn arbeidsovereenkomst middels een vaststellingsovereenkomst. De kantonrechter ziet in de stukken ook geen aanknopingspunt om te geloven dat Gamepoint [verweerder] daarbij op een onnodig dwingende wijze zou hebben benaderd.
Het starten van mediation
4.4.
Verder blijkt uit de stukken ook niet dat Gamepoint het opstarten van het mediationtraject op ontoelaatbare wijze zou hebben afgehouden, zoals [verweerder] stelt. De bedrijfsarts heeft op 30 augustus 2023 voor het eerst mediation geadviseerd. Volgens [verweerder] heeft Gamepoint naar aanleiding van dat advies opnieuw aan hem voorgesteld om de arbeidsovereenkomst te eindigen met een vaststellingsovereenkomst, in plaats van dat zij meteen is overgegaan tot het inschakelen van een mediator. De kantonrechter acht het opnieuw voorstellen van een VSO door Gamepoint niet ernstig verwijtbaar, ook niet onder de omstandigheid dat reeds mediation was geadviseerd door de bedrijfsarts. De insteek van mediation kan tenslotte juist zijn dat partijen de gelegenheid krijgen om met elkaar te spreken over de voorwaarden waaronder de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden kan eindigen. Daarnaast blijkt uit de eigen stellingen van [verweerder] dat hij na het opnieuw voorstellen van een VSO door Gamepoint tot december 2023 zelf niet in staat was om te beginnen met mediation. Toen hij daartoe weer wel in staat was, is de mediation in februari 2024 aangevangen. De kantonrechter acht dit geen buitensporig lang tijdsbestek.
De re-integratieverplichtingen
4.5.
[verweerder] verwijt verder aan Gamepoint dat zij haar re-integratieverplichtingen zou hebben geschonden, doordat zij [verweerder] niet heeft laten re-integreren in zijn eigen functie. Uit het verslag van de bedrijfsarts van 27 maart 2024 blijkt echter, zoals gezegd, dat [verweerder] heeft erkend dat hij niet terug kan keren naar zijn eerdere functie bij Gamepoint. Uit het re-integratieadvies van de bedrijfsarts volgt dat daarom is gekozen voor een tijdelijke re-integratie in het zogeheten 1e spoor bij Gamepoint, totdat [verweerder] een functie elders zou hebben gevonden. De re-integratie van [verweerder] was van meet af aan dus nadrukkelijk
nietgericht op een terugkeer in zijn eigen functie. Vervolgens heeft de bedrijfsarts in zijn gespreksverslag van 17 juli 2024 – iets meer dan drie maanden nadat het re-integratietraject was begonnen – geschreven dat [verweerder] op dat moment zelf inzag dat het zijn gezondheid zou schaden om verder bij Gamepoint te re-integreren. Dit is ook in lijn met de daaropvolgende adviezen van de bedrijfsarts, waarin steeds terugkomt dat het niet goed zou zijn voor de gezondheid van [verweerder] om weer bij Gamepoint aan de slag te gaan. In het licht van deze omstandigheden valt Gamepoint niet ernstig te verwijten dat zij [verweerder] niet heeft laten re-integreren in zijn eigen functie.
4.6.
[verweerder] heeft verder een aantal andere stellingen aangevoerd waaruit volgens hem volgt dat de re-integratieverplichtingen door Gamepoint zijn geschonden. Hij stelt (kort gezegd) dat Gamepoint hem tijdens de re-integratie zou hebben geprobeerd weg te pesten, onder andere door hem zijn gebruikelijke werkplek af te nemen en hem een laptop te geven met maar zeer beperkte toegang tot de systemen van Gamepoint en een e-mailadres waarmee hij slechts één collega kon e-mailen. Ook meent [verweerder] dat Gamepoint hem ten onrechte een schriftelijke waarschuwing heeft gegeven voor thuiswerken. Gamepoint brengt hier tegenin dat de gebruikelijke werkplek van [verweerder] was komen te vervallen als gevolg van een herindeling van het gebouw, waardoor het persoonlijke kantoor van [verweerder] was gewijzigd in een garderobe. De beperkte toegang van [verweerder] tot de systemen laat zich volgens Gamepoint verklaren door het feit dat hij re-integratiewerkzaamheden verrichtte in een andere functie dan hij eerder bekleedde, waarvoor niet noodzakelijk was dat hij vergaande toegang zou hebben tot bedrijfsgevoelige informatie van Gamepoint. Gamepoint betwist dat [verweerder] met zijn e-mailadres slechts één contactpersoon kon e-mailen. Tot slot stelt Gamepoint zich op het standpunt dat thuiswerken gelet op de re-integratiewerkzaamheden die [verweerder] moest uitvoeren niet mogelijk was en dat zij hem daarom terecht heeft gesommeerd terug naar kantoor te komen.
4.7.
De kantonrechter overweegt dat – in het licht van de gemotiveerde betwisting door Gamepoint – het op de weg van [verweerder] had gelegen om nader te onderbouwen dat Gamepoint haar re-integratieverplichtingen heeft geschonden door hem onnodig beperkende maatregelen op te leggen tijdens zijn re-integratie. [verweerder] is in die onderbouwing niet geslaagd. Zo heeft hij geen deskundigenoordeel van het UWV overgelegd waaruit de schending van de re-integratieverplichtingen kan blijken. [verweerder] heeft verwezen naar het advies van de bedrijfsarts van 5 juni 2024, waarin de bedrijfsarts schrijft dat de re-integratie in het 1e spoor voor [verweerder] ‘ziekmakend’ is. Dit advies van de bedrijfsarts heeft echter niet dezelfde waarde als een deskundigenoordeel van het UWV, omdat dit advies is opgesteld enkel op basis van de verklaringen van [verweerder] en niet die van Gamepoint. De kantonrechter kan bij gebrek aan verdere onderbouwing daarom niet vaststellen dat Gamepoint haar re-integratieverplichtingen heeft geschonden. Ook kan de kantonrechter daardoor niet vaststellen of het binnen de kaders van de re-integratie voor [verweerder] mogelijk was om thuis te werken. Daarom is niet komen vast te staan dat Gamepoint ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door hem daarvoor een schriftelijke waarschuwing te geven.
De omgang met medische gegevens
4.8.
[verweerder] verwijt Gamepoint daarnaast dat zij onzorgvuldig zou zijn omgegaan met zijn medische gegevens. De kantonrechter begrijpt dat [verweerder] hiermee doelt op het incident dat zich op 17 april 2024 heeft voorgedaan tussen hem en een HR-medewerkster van Gamepoint. Volgens [verweerder] heeft de medewerkster zijn medische gegevens ter sprake gebracht, terwijl voor hem op dat moment niet kenbaar was dat zij HR-werkzaamheden uitvoerde en over die gegevens mocht beschikken. Volgens [verweerder] verklaart dit zijn reactie jegens de medewerkster. De kantonrechter overweegt dat, wat hier ook van zij, [verweerder] niet heeft weersproken dat de medewerkster die hem aansprak feitelijk wel belast was met HR-taken en dat zij daarom over de betreffende medische gegevens mocht beschikken. Daarin kan het gestelde onzorgvuldig handelen van Gamepoint dus niet zijn gelegen. Het enkele feit dat de medewerkster zich niet voorafgaand aan haar gesprek met [verweerder] als HR-medewerkster voor hem heeft geïdentificeerd, levert ook geen ernstig verwijt aan Gamepoint op.
4.9.
[verweerder] stelt verder dat de HR-medewerkster de medische gegevens ter sprake bracht in het bijzijn van meerdere collega’s van [verweerder] , terwijl zij moest begrijpen dat het privacygevoelige informatie betrof. Gamepoint betwist dat er collega’s bij het gesprek aanwezig waren. In het midden gelaten of en zo ja, hoeveel collega’s van het gesprek getuige zijn geweest, staat vast dat [verweerder] de HR-medewerkster direct heeft gesommeerd om niet over zijn medische situatie te spreken, waarna het gesprek onmiddellijk is geëindigd. In het licht daarvan is het enkele feit dat de HR-medewerkster eenmalig medische gegevens van [verweerder] ter sprake heeft gebracht terwijl collega’s dit mogelijk konden horen – voor zover dat al zo is – hoogstens verwijtbaar, maar niet ernstig verwijtbaar aan Gamepoint.
4.10.
Verder is in deze procedure gebleken dat partijen ieder hun eigen kijk hebben op de manier waarop het gesprek tussen [verweerder] en de HR-medewerkster exact is verlopen. [verweerder] betwist dat hij de HR-medewerkster intimiderend of agressief heeft bejegend, maar partijen zijn het er in ieder geval over eens dat het een onprettig gesprek was. Tegen die achtergrond acht de kantonrechter niet ernstig verwijtbaar dat Gamepoint [verweerder] na afloop een schriftelijke waarschuwing heeft gestuurd voor zijn bejegening van de HR-medewerkster, daargelaten of die waarschuwing in zijn geheel terecht was.
Het weigeren van de herstelmelding
4.11.
[verweerder] verwijt Gamepoint tot slot dat zij zijn herstelmelding van 9 juni 2025 niet heeft geaccepteerd, zij per die datum niet is overgegaan tot betaling van 100% van het salaris en zij een bij voorbaat kansloze ontslagaanvraag heeft ingediend bij het UWV. De kantonrechter merkt ten aanzien van de salarisbetalingen allereerst op dat uit de stellingen van [verweerder] blijkt dat het restant van het salaris na aanmaning door de advocaat van [verweerder] alsnog door Gamepoint is betaald, zij het onder protest. Geen van beide partijen heeft in deze procedure een verzoek ingesteld omtrent deze betalingen. De kantonrechter kan daarom in zoverre in het midden laten of Gamepoint verplicht was om vanaf 9 juni 2025 over te gaan tot betaling van 100% van het salaris. De kantonrechter hoeft slechts te beoordelen of het Gamepoint ernstig kan worden verweten dat zij ondanks de herstelmelding aanvankelijk het salaris bij ziekte is blijven betalen en [verweerder] niet heeft toegelaten tot het werk. De kantonrechter is van oordeel dat dit – onder de bijzondere omstandigheden van het geval – niet ernstig aan Gamepoint kan worden verweten en overweegt daartoe als volgt.
4.12.
Zoals reeds hiervoor aangehaald, blijkt uit het advies van de bedrijfsarts van 27 maart 2024 dat vanaf het begin van de re-integratie duidelijk was dat [verweerder] niet naar zijn eerdere functie bij Gamepoint zou terugkeren en dat de re-integratie erop gericht was hem in staat te stellen een geschikte functie elders te vinden. In het advies van de bedrijfsarts van 5 juni 2024 – en ieder van de daaropvolgende adviezen – is daar door de bedrijfsarts aan toegevoegd dat het zelfs schadelijk zou zijn voor de gezondheid van [verweerder] om terug te keren naar Gamepoint.
4.13.
In het advies van 4 juni 2025 schrijft de bedrijfsarts vervolgens: “
Feitelijk kan betrokkene hersteld geacht en gemeld worden voor eigen, bedongen arbeid. Wel onder voorwaarde dat dit niet bij eigen werkgever zal kunnen worden gerealiseerd. Immers reeds eerder werd gemeld : Inzet in eigen werk bij eigen werkgever wordt hierbij, op preventieve gronden, afgeraden. Het zal naar alle waarschijnlijkheid ziekte weer doen ontstaan of toenemen.” De kantonrechter kan niet anders dan concluderen dat dit advies van de bedrijfsarts berust op een interne tegenstrijdigheid. De
eigen, bedongen arbeidvan [verweerder] is immers de arbeid die hij bij Gamepoint zou moeten verrichten en dat is nu juist de arbeid waarvan de bedrijfsarts tegelijkertijd (en bij herhaling) vaststelt dat [verweerder] deze niet kan verrichten, omdat dit schadelijk is voor zijn gezondheid. Op basis van de overige inhoud van het advies van 4 juni 2025 en de voorafgaande adviezen van de bedrijfsarts ligt dan ook veeleer de conclusie voor de hand dat [verweerder] – kennelijk op medische gronden –
nietin staat werd geacht tot het verrichten van zijn eigen bedongen arbeid bij Gamepoint. Op navraag van Gamepoint heeft de bedrijfsarts dit in de e-mail van 6 augustus 2025 ook met zoveel woorden bevestigd. Daarin schrijft de bedrijfsarts dat het advies dat “
een terugkeer in het eigen werk bij de eigen werkgever niet wenselijk was en hoogstwaarschijnlijk zou leiden tot een terugval in medische problematiek en verzuim”nog steeds geldt en de komende 26 weken en daarna niet zal veranderen, zodat een duurzame werkhervatting binnen Gamepoint niet wenselijk of realistisch is
.
4.14.
Gelet op deze ongerijmdheid in het advies van de bedrijfsarts van 4 juni 2025, acht de kantonrechter het niet ernstig verwijtbaar dat Gamepoint de daarop volgende herstelmelding van [verweerder] niet heeft aanvaard en zich op het standpunt is blijven stellen dat hij zijn werk bij Gamepoint niet kon hervatten. Gamepoint heeft zich naar aanleiding van de adviezen van de bedrijfsarts begrijpelijkerwijs op het standpunt kunnen stellen dat het medisch onverantwoord zou zijn om [verweerder] tot het werk toe te laten. In dat licht acht de kantonrechter het ook niet ernstig verwijtbaar dat Gamepoint de salarisbetalingen niet onmiddellijk heeft hersteld tot 100%, aangezien zij zich ook begrijpelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat dus nog altijd sprake was van arbeidsongeschiktheid bij [verweerder] .
4.15.
Ten overvloede kan aan het voorgaande worden toegevoegd dat [verweerder] , zoals reeds toegelicht, eerder heeft erkend dat zijn functie bij Gamepoint is komen te vervallen. Voor beide partijen was dus duidelijk dat van een terugkeer naar de eigen bedongen arbeid hoe dan ook geen sprake kon zijn. Ook in dat licht acht de kantonrechter goed te begrijpen dat Gamepoint niet wist welke gevolgen zij aan de herstelmelding van [verweerder] kon of moest verbinden.
4.16.
Tot slot is onder de genoemde omstandigheden niet ernstig verwijtbaar dat Gamepoint een ontslagaanvraag heeft ingediend bij het UWV op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid. Het is geenszins gebleken dat die ontslagaanvraag bij voorbaat kansloos was, gelet op het feit dat de bedrijfsarts in de e-mail van 6 augustus 2025 heeft bevestigd dat het risico op een terugval in medische problematiek de komende 26 weken en daarna zou blijven bestaan en duurzame werkhervatting bij Gamepoint daarom – kennelijk op medische gronden – onwenselijk en onrealistisch werd geacht.
De ontbinding en de gevolgen daarvan
4.17.
De conclusie van de voorgaande overwegingen is dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, zonder dat dit ernstig aan een van de partijen is te wijten. De einddatum van het dienstverband moet daarom worden vastgesteld met inachtneming van de opzegtermijn en onder aftrek van de procedure tijd (artikel 7:671b lid 9 sub a BW). In artikel 22 van Pro de arbeidsovereenkomst is opgenomen dat als opzegtermijn de wettelijke opzegtermijn geldt. In dit geval is dat twee maanden, omdat het dienstverband langer dan vijf maar korter dan 10 jaar heeft geduurd (artikel 7:672 lid 2 sub b BW Pro). Het ontbindingsverzoek is ontvangen op 2 december 2025 en deze beschikking wordt uitgesproken op 4 juni 2026. Na aftrek van de proceduretijd dient echter een termijn van minstens één maand te resteren. Zodoende wordt de einddatum 4 juli 2026.
4.18.
Gamepoint is geen billijke vergoeding verschuldigd, omdat zij niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Wel is zij aan [verweerder] een transitievergoeding verschuldigd. Partijen zijn in hun berekeningen van de transitievergoeding beide uitgegaan van een andere einddatum van het dienstverband dan hiervoor genoemd. Uitgaande van een datum indiensttreding van [datum] 2018, een bruto maandsalaris van € 7.722,- (inclusief vakantiegeld) en een einddatum van 4 juli 2026, bedraagt de transitievergoeding € 20.806,50 bruto (artikel 7:673 lid 2 BW Pro). [1] Dat bedrag wordt daarom toegewezen. De wettelijke rente over de transitievergoeding wordt toegewezen te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, in dit geval 4 augustus 2026 (artikel 7:686a lid 1 BW).
4.19.
Het verzoek om [verweerder] te ontheffen uit zijn verplichtingen uit het relatie- en concurrentiebeding wordt afgewezen. Nu het einde van de arbeidsovereenkomst niet het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van Gamepoint, bestaat geen grond voor toewijzing van dat verzoek.
De proceskosten
4.20.
De uitkomst van deze procedure is dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, terwijl geen van beide partijen daarvan een ernstig verwijt valt te maken. De kantonrechter ziet daarin aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt. In dat oordeel ligt besloten dat het verzoek van [verweerder] tot een werkelijke proceskostenveroordeling wordt afgewezen.

5.Beslissing

De kantonrechter:
5.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 4 juli 2026;
5.2.
veroordeelt Gamepoint om aan [verweerder] een transitievergoeding te betalen van € 20.806,50 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 augustus 2026 tot de dag dat alles is betaald;
5.3.
compenseert de proceskosten, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt;
5.4.
verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. A.J. Japenga en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juni 2026.

Voetnoten

1.Het dienstverband heeft 8 jaren en 1 maand geduurd.