ECLI:NL:RBDHA:2026:16605
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel wegens ontbreken procesbelang
De minister van Asiel en Migratie legde op 16 april 2026 aan eiser een vrijheidsbeperkende maatregel op op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarbij eiser verplicht werd te verblijven in de gemeente Westerwolde.
Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel, maar diende de gronden van het beroep te laat in, namelijk op 7 mei 2026, terwijl de termijn tot 5 mei liep. De rechtbank besloot echter niet over te gaan tot niet-ontvankelijkheid op deze grond vanwege de beperkte termijnoverschrijding en het feit dat de minister nog tijdig kon reageren.
De rechtbank oordeelde vervolgens dat procesbelang ontbrak, omdat eiser zich niet had gemeld op de vrijheidsbeperkende locatie en de maatregel met terugwerkende kracht per 30 april 2026 was opgeheven. Eiser betwistte deze feiten niet en stelde ook geen schadevergoeding of proceskostenvergoeding. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.