ECLI:NL:RBDHA:2026:16589
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- K.C.L.J. Verhoeven
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoekster aan Oostenrijk toegewezen
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek om een voorlopige voorziening, omdat verzoekster niet in Nederland mag blijven wachten op de behandeling van haar beroep. Er is sprake van een spoedeisend belang, mede omdat de uiterste overdrachtstermijn aan Oostenrijk op 14 juli 2026 verloopt.
Tijdens de mondelinge behandeling was geen tolk beschikbaar, waardoor verzoekster verzocht om aanhouding van de hoofdzaak. De minister had hiertegen geen bezwaar, mits de voorlopige voorziening wordt toegewezen. De voorzieningenrechter weegt het belang van verzoekster om in Nederland te blijven zwaarder dan het belang van de minister om overdracht te effectueren.
De voorlopige voorziening wordt toegewezen, het bestreden besluit geschorst en verzoekster mag niet worden overgedragen aan Oostenrijk totdat op het beroep is beslist. De minister wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekster ad €1.868,-. Deze uitspraak is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan Oostenrijk geschorst totdat op het beroep is beslist.