ECLI:NL:RBDHA:2026:16582
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.C.L.J. Verhoeven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlenging overdrachtstermijn asielzoeker op grond van Dublinverordening
Eiser diende op 12 juli 2025 een asielaanvraag in Nederland in, die niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk was volgens de Dublinverordening. De minister vroeg Duitsland om terugname, wat na een heroverweging werd aanvaard. De overdracht van eiser aan Duitsland was gepland op 17 februari 2026, maar eiser vertrok zelfstandig naar Duitsland met de intentie door te reizen naar Bosnië en Herzegovina om overdracht te voorkomen.
De minister verlengde daarop de overdrachtstermijn tot achttien maanden wegens onderduiken. Eiser stelde dat hij vrijwillig meewerkte en zich in Turkije bevond bij familie, maar kon dit niet aannemelijk maken. De rechtbank oordeelde dat eiser doelbewust buiten bereik van de autoriteiten bleef, waardoor de minister terecht de termijn verlengde.
De rechtbank baseerde zich op het arrest Jawo van het Hof van Justitie van de EU, waarin onderduiken wordt gedefinieerd als het doelbewust buiten bereik blijven van autoriteiten om overdracht te frustreren. De rechtbank concludeerde dat eiser zich niet beschikbaar hield voor een gecontroleerde overdracht en dat de minister het bewijsvermoeden van onderduiken terecht aannam.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de verlenging van de overdrachtstermijn tot maximaal achttien maanden is rechtsgeldig. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verlenging van de overdrachtstermijn tot achttien maanden wegens onderduiken.