Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:16581

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
NL25.56901
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 VwArt. 30b Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en kennelijk ongegrondverklaring

Eiser, van Turkse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vermeende problemen met de Beritan-stam, problemen op de universiteit en vrees voor militaire dienstplicht. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij concrete problemen ondervond door de situatie van zijn vader in 2010 en geen ernstige gewetensbezwaren had tegen militaire dienst.

De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de geloofwaardigheid van de door eiser aangevoerde problemen in twijfel trok. De overgelegde documenten waren kopieën zonder echtheidscontrole en betroffen niet eiser persoonlijk. Ook was de vader van eiser niet veroordeeld en nog werkzaam als docent, wat de minister mee mocht wegen. Daarnaast was het onduidelijk welke problemen eiser met de Beritan-stam of andere groeperingen had, mede omdat hij vaag bleef in zijn verklaringen en geen concreet gevaar aannemelijk maakte.

Ten aanzien van de militaire dienstplicht concludeerde de rechtbank dat eiser geen ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren had aangetoond. Zijn verklaring dat hij in Nederland wel dienst zou doen, mocht door de minister worden meegewogen. Ook het feit dat eiser zijn Turkse paspoort had vernietigd, werd door de minister terecht gezien als mogelijk te kwader trouw, wat de afwijzing als kennelijk ongegrond ondersteunde.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de asielaanvraag definitief af. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter N.M. Spelt op 4 juni 2026.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.56901

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. M.E. Muller),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. M. Janssen).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser is het hier niet mee eens. Aan de hand van eisers beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 7 januari 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 19 november 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek, met zaaknummer NL25.56902, op 5 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. Eiser was niet aanwezig.
2.3.
Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen twee weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht later uitspraak te doen.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiser stelt van Turkse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2003. Hij legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij in januari 2023 uit Turkije is vertrokken vanwege problemen met de Beritan-stam en problemen op de universiteit met bepaalde groeperingen. Deze problemen vloeien voort uit problemen die eisers vader in 2010 als leraar heeft gehad en houden volgens eiser verband met de apolitieke houding van zijn gezin. Daarnaast heeft eiser aangevoerd te vrezen voor de militaire dienstplicht.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Problemen vanwege problemen van vader;
3. Problemen vanwege militaire dienst.
De minister stelt zich op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn. De gestelde problemen vanwege problemen van zijn vader in 2010 en vanwege militaire dienst vindt de minister niet geloofwaardig. Eiser heeft zijn verklaringen daarover niet onderbouwd met objectieve documenten die de asielmotieven volledig onderbouwen. Daarnaast vormen zijn verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiser heeft, volgens de minister, vaag verklaard over de problemen van de vader in 2010 en over de problemen met de Beritan stam en andere groeperingen. De minister werpt ook aan eiser tegen dat hij zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en daar geen goede verklaring voor heeft. Dat toont aan dat er geen sprake is van enige urgentie van de asielaanvraag. Over de problemen vanwege militaire dienst stelt de minister dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over zijn gedachten over de militaire dienst. Eiser lijkt geen zwaarwegende principiële bezwaren tegen het vervullen van de militaire dienst in het algemeen te hebben. Eiser heeft verder zijn Turkse (groene) paspoort vernietigd. De minister wijst de aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d en onder h van de Vw.
Problemen vanwege de problemen van vader
Problemen vader
5. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister de gestelde problemen ten onrechte niet geloofwaardig heeft bevonden. Eiser heeft documenten overgelegd ter onderbouwing van de problemen van zijn vader in 2010 en heeft uitgelegd dat deze problemen nog steeds zware psychische gevolgen hebben voor hem en zijn familie. De minister heeft deze documenten dan ook ten onrechte niet meegenomen in de beoordeling. Eiser heeft ook verklaard dat zijn broer is aangevallen, zijn familie nog wordt bedreigd en dat ze op een onofficiële zwarte lijst staan. Volgens eiser is de minister daar zonder nadere motivering aan voorbijgegaan.
5.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister niet ten onrechte ongeloofwaardig gevonden dat eiser problemen heeft ondervonden als gevolg van de problemen van zijn vader in 2010. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt of en welke concrete problemen hij heeft gehad. Daarnaast heeft de minister kunnen betrekken dat uit de verklaringen van eiser blijkt dat de vader van eiser nooit is veroordeeld en nog steeds werkzaam is als docent. De minister mocht ook betrekken dat de door eiser overgelegde documenten kopieën betreffen die niet op echtheid kunnen worden onderzocht en die niet zien op eiser persoonlijk. Bovendien blijkt uit die kopieën ook niet van sancties tegen eisers vader. Ook heeft eiser een groen paspoort ontvangen, omdat zijn vader nog steeds voor de Turkse overheid werkt. Hiermee heeft eiser Turkije ook op legale wijze kunnen verlaten. Dat eiser problemen heeft gehad of verwacht vanwege de problemen van zijn vader in 2010 heeft de minister dan ook niet ten onrechte ongeloofwaardig gevonden.
Problemen met Beritan stam of andere groeperingen
6. Volgens eiser is het onduidelijk wat de minister ten aanzien van de problemen met de Beritan stam in het bestreden besluit heeft bedoeld te zeggen met de verwijzing naar de voorgaande pagina van het bestreden besluit. Die pagina ziet slechts op het procedureoverzicht en de documenten die zijn overgelegd.
6.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister ook niet ten onrechte gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij problemen heeft of zou krijgen met de Beritan stam of andere groeperingen. De minister stelt niet ten onrechte dat eiser ook daar vaag over heeft verklaard. Eiser heeft met zijn verklaringen geen inzicht gegeven in de problemen die hij zou hebben gehad en wat hem te wachten zou staan bij een terugkeer. De minister heeft in dit kader ook kunnen betrekken dat eiser heeft gesteld dat hem blokkades werden opgelegd op het gebied van onderwijs, maar dat eiser ook heeft verklaard dat hij na de middelbare school kon studeren aan de universiteit en dat hij zijn studie vanwege zijn vertrek heeft afgebroken. Ook met deze verklaringen blijft vaag wat voor problemen eiser heeft gehad. Daarnaast zijn er, zoals de gemachtigde van de minister ter zitting heeft toegelicht, ook geen aanwijzingen dat een bepaalde groep naar eiser op zoek is en heeft eiser ook niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een complot waar hij bij terugkeer persoonlijk mee te maken zou krijgen. De beroepsgronden slagen niet.
Dienstplicht
7. Eiser stelt dat hij gewetensbezwaren heeft tegen het vervullen van de militaire dienstplicht. In Turkije is het mogelijk om de dienstplicht af te kopen, maar er is geen mogelijkheid voor vervangende dienst. Hij zou daarom in aanmerking moeten komen voor bescherming. Daarnaast stelt hij dat de minister ten onrechte op grond van een hypothetische vraag, of eiser de dienstplicht in Nederland zou voldoen, concludeert dat hij geen ernstige gewetensbezwaren heeft.
7.1.
De rechtbank oordeelt dat de minister niet ten onrechte stelt dat de verklaringen van eiser geen blijk geven van ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren vanwege godsdienst of andere diepgewortelde overtuigingen die hebben geleid tot dienstweigering. Eiser heeft verklaard in Nederland wel de militaire dienstplicht te voldoen als het nodig zou zijn. Dat het daarbij gaat om een hypothetische vraag, betekent niet dat de minister geen waarde mag hechten aan de beantwoording van die vraag door eiser. Nu verder nergens uit blijkt dat eiser ernstige gewetensbezwaren heeft, heeft de minister niet ten onrechte geconcludeerd dat eiser ook op deze grond niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning. De beroepsgrond slaagt niet.
Kennelijk ongegrond
8. Eiser stelt zich nog op het standpunt dat de minister ten onrechte zijn aanvraag heeft afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d van de Vw. Hij heeft het Turkse groene paspoort waar hij mee heeft gereisd vernietigd maar heeft wel zijn identiteitsbewijs gehouden. Het niet overleggen van het paspoort heeft eiser ook niet in een gunstigere positie gebracht.
8.1.
De minister heeft eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d en onder h van de Vw. Eiser heeft verklaard dat hij zijn Turkse paspoort heeft vernietigd omdat hij niets meer met Turkije te maken wilde hebben, maar wel zijn identiteitsbewijs heeft gehouden zodat ze kunnen zien wie hij is. Dat eisers identiteit en nationaliteit met de identiteitskaart zijn vastgesteld heeft de minister geen verschonende reden hoeven vinden voor eiser om zijn paspoort te vernietigen. De minister mocht er daarom van uitgaan dat dit waarschijnlijk te kwader trouw is gedaan door eiser. Het paspoort had de minister kunnen helpen om eisers gestelde reisbewegingen na te gaan en vast te stellen.
8.2.
Naast het feit dat de minister eisers asielaanvraag op grond hiervan al kennelijk ongegrond heeft kunnen verklaren, heeft de minister niet ten onrechte ook aan de kennelijk ongegrondverklaring ten grondslag gelegd dat eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Eiser is tijdens zijn verblijf in Duitsland tussen eind januari 2023 en 31 december 2023 meerdere keren Nederland ingereisd en heeft hier pas in januari 2024 asiel aangevraagd. Als reden voor zijn bezoeken aan Nederland heeft hij gegeven dat hij vrienden en kennissen opzocht en hij eigenlijk nog niet wist wat asiel inhield en wat hij moest doen. De minister heeft niet ten onrechte gesteld dat dit niet rijmt met de door hem gegeven reden om in Duitsland geen asiel aan te vragen. Eiser heeft namelijk verklaard dat het uiteindelijk zijn bedoeling was om naar Nederland te gaan door wat hij had gehoord over Nederland. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

9. De minister heeft de aanvraag van eiser terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van mr. N.J. Biswane, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2026.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.