ECLI:NL:RBDHA:2026:16568
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod minister afgewezen
De minister van Asiel en Migratie heeft op 22 januari 2026 een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar uitgevaardigd tegen eiser, die geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank stelt vast dat eiser de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit niet betwist en dat de minister op grond van de Vreemdelingenwet 2000 bevoegd was het inreisverbod op te leggen, omdat eiser geen vertrektermijn kreeg en er risico bestond dat hij zich aan toezicht zou onttrekken.
Eiser voerde aan dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, zoals familie in België en gezondheidsklachten, en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. De rechtbank oordeelt echter dat de minister deze belangen wel degelijk heeft betrokken en gemotiveerd waarom niet is afgezien van het inreisverbod. Eiser heeft zijn persoonlijke omstandigheden niet voldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeert dat het beroep kennelijk ongegrond is en wijst het af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Hollebrandse en griffier L.G.C. Lelifeld op 15 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en afgewezen.