Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de gezinshuisoudersvan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] als informanten aan.
1.Het verloop van de procedure
- het rapport van de Raad van 19 november 2025 (beëindiging gezag);
- de reactie van de ouders op het rapport van 19 november 2025;
- de bereidverklaringen van de gecertificeerde instelling van 12 november 2025;
- het rapport van de Raad van 21 augustus 2025 (ondertoezichtstelling);
- het spoedverzoek tot voorlopige voogdij van 17 oktober 2025.
- [naam 1] namens de Raad;
- de advocaat van de moeder;
De advocaat van de moeder heeft het standpunt van de moeder naar voren gebracht. De rechtbank stelt vast dat de vader juist is opgeroepen, maar zonder bericht niet is verschenen. De rechtbank heeft op 8 april 2025 aan de Raad verzocht om de gezinshuisouders op de hoogte te stellen van de zitting, omdat hun gegevens bij de rechtbank niet bekend zijn.
2.De feiten
3.Het verzoek van de Raad
4.De standpunten van de belanghebbenden
5.De beoordeling van de rechtbank
Dat neemt niet weg dat het de verantwoordelijkheid is van de ouders om hun verslavingsproblematiek onder controle te krijgen. Gebleken is dat in de afgelopen periode dat niet alleen niet is gebeurd, maar dat ook de eerste stap daartoe – het inschakelen van verslavingszorg – niet is gezet. Het is een wrange constatering dat het positieve vooruitzicht waarmee de ondertoezichtstelling vorig jaar is afgesloten een tegengestelde wending heeft gekregen. De moeder heeft eerder en bij deze zitting middels haar advocaat nogmaals aangegeven dat zij een reële kans moet krijgen om te laten zien dat ze het kan, zoals zij voorgaande jaren heeft bewezen. De rechtbank is van oordeel dat haar die kans meermaals is geboden en dat het wachten op het moment dat zij de kans pakt niet ten koste mag gaan van het welzijn van de kinderen. Het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij stabiliteit en duidelijkheid weegt zwaarder dan het belang van de moeder om weer voor te kinderen te zorgen. Ten aanzien van de vader is de rechtbank van oordeel dat hij zijn ouderlijk gezag feitelijk al veel langer niet uitoefent en dat nergens uit blijkt dat hij de wens heeft dat te doen. Voor zover er informatie over de vader beschikbaar is, volgt daaruit dat hij de verzorging en opvoeding van de kinderen aan de moeder heeft overgelaten.
6.De beslissing
[de vader], geboren op [geboortedatum 3] 1992 te [land] ;
[de moeder], geboren op [geboortedatum 4] 1990 in [geboorteplaats] ,
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2021 in
[geboorteplaats]
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2023 in [geboorteplaats] ;
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
mr. T.E.F. Reijnders en mr. N.B. Haverhoek, kinderrechters, in aanwezigheid van
mr. S.T. Viezee als griffier.
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.