De minderjarige, geboren in 2008 in het buitenland, is erkend door verzoeker die in 2012 de Nederlandse nationaliteit verkreeg. Verzoeker diende een verzoek in tot vaststelling van het Nederlanderschap van de minderjarige, die tevens de Ghanese nationaliteit bezit en bij de moeder in het buitenland woont.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat verzoeker het verzoek zonder toestemming van de moeder heeft ingediend, terwijl minderjarigen hun verzoeken via hun wettelijke vertegenwoordigers moeten indienen. Verzoeker heeft nagelaten schriftelijke toestemming van de moeder te verkrijgen of vervangende toestemming van de bevoegde rechter te vragen.
Daarnaast is onvoldoende komen vast te staan dat verzoeker het gezag over de minderjarige uitoefent volgens het Ghanees recht. Hoewel een DNA-verwantschapsonderzoek praktisch het vaderschap bewijst, is dit niet voldoende om het verzoek inhoudelijk te beoordelen zonder de juiste vertegenwoordiging.
De rechtbank wijst het verzoek af en bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. De beschikking is uitgesproken door drie rechters op 19 mei 2026.