ECLI:NL:RBDHA:2026:16511
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) af te wijzen. Hij vordert dat de rechtsgevolgen van dit besluit worden geschorst en dat hij tijdens de bezwaarprocedure rechtmatig verblijf houdt met behoud van de aan de RTB verbonden rechten en voorzieningen.
De voorzieningenrechter beoordeelt of er sprake is van een spoedeisend belang en of het beroep redelijke kans van slagen heeft. Verzoeker stelt dat hij zonder tijdelijke bescherming niet langer rechtmatig verblijf heeft en Nederland onmiddellijk moet verlaten, wat zijn gezinsleven met zijn Oekraïense partner zou schaden.
De minister voert aan dat verzoeker zich kan melden bij het COA in Ter Apel en recht heeft op opvang gedurende de behandeling van zijn lopende asielaanvraag, zodat hij niet zonder opvang komt te zitten. Ook is er geen sprake van een dreigende uitzetting.
De voorzieningenrechter volgt de minister en oordeelt dat het spoedeisend belang ontbreekt. Daarnaast is het bestreden besluit niet evident onrechtmatig, zodat de voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verzoeker krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang en evidente onrechtmatigheid.