Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:16491

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
NL25.46415
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij uitstel van vertrek vanwege medische situatie

Verzoeker diende op 31 juli 2025 een aanvraag in voor uitstel van vertrek vanwege zijn medische situatie. De minister stelde deze aanvraag op 22 september 2025 buiten behandeling. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de minister handhaafde het besluit bij beslissing van 21 november 2025.

Verzoeker stelde beroep in tegen deze beslissing, waarbij het verzoek om een voorlopige voorziening werd gedaan om het vertrek uit te stellen zolang het beroep loopt. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 9 juni 2026 in zitting te Groningen.

De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan op het beroep en dit ongegrond verklaard. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep ongegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.46415

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. E.J.P. Cats),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. F. Reidinga).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft op 31 juli 2025 een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek vanwege zijn medische situatie. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 22 september 2025 buiten behandeling gesteld. Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
Met het bestreden besluit van 21 november 2025 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij de buiten behandeling stelling van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld, zodat het verzoek om een voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep met zaaknummer NL25.62089, op 9 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.62089, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep, en het beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Drenten - Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.