ECLI:NL:RBDHA:2026:16461
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Duitsland
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, diende een beroep in tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit was gebaseerd op de Dublinverordening, waarbij Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege structurele tekortkomingen in de Duitse opvang en medische zorg, en dat hij vreest voor zijn veiligheid door familieproblemen. Hij verwees naar het AIDA-rapport 2024 en stelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom hij toch naar Duitsland zou worden teruggestuurd.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Duitsland een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Het AIDA-rapport bood geen nieuwe inzichten en eiser had onvoldoende bewijs voor het ontbreken van medische zorg. Ook was niet gebleken dat hij geen hulp kan zoeken bij Duitse autoriteiten.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft het besluit van de minister in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.