ECLI:NL:RBDHA:2026:16451

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
NL25.19410
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens gebrek aan procesbelang en proceskostenveroordeling in asielzaak

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 26 juli 2023. De rechtbank heeft eerder het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen. Nadat verweerder op 21 juni 2025 een besluit heeft genomen, is het beroep tegen het niet tijdig beslissen feitelijk komen te vervallen.

De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan procesbelang, omdat het doel van het beroep is bereikt. Desondanks wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser, omdat eiser door het niet tijdig beslissen genoodzaakt was het beroep in te stellen.

De proceskosten worden vastgesteld op € 453,50 op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, met een lichte wegingsfactor vanwege de beperkte aard van het beroep. De rechtbank spreekt een proceskostenveroordeling uit van € 467 aan eiser toe.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.19410

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers)
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 19 februari 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 26 juli 2023.
Bij uitspraak van 24 april 2024 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, het beroep van 19 februari 2024 gegrond verklaard en daarbij verweerder opgedragen om binnen acht weken na de dag van verzending van de uitspraak met de algemene asielprocedure aan te vangen en binnen acht weken na die aanvang een besluit op de aanvraag bekend te maken (ECLI:NL:RBGEL:2024:2413).
Op 27 april 2025 heeft eiser opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de hierboven genoemde aanvraag.
Op 21 juni 2025 heeft verweerder een besluit genomen op de aanvraag.
Desgevraagd heeft eiser op 26 juni 2025 aan de rechtbank meegedeeld dat hij bereid is het beroep in te trekken indien verweerder bereid is de proceskosten te vergoeden.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op de asielaanvraag van eiser beslist. Nu hiermee tegemoet is gekomen aan het beroep voor zover deze gericht is tegen het niet tijdig nemen van het besluit, heeft eiser in zoverre geen procesbelang meer. Dit beroep is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
2. Het oordeel van de rechtbank beperkt zich tot een uitspraak over de proceskostenvergoeding. Ook wanneer een beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, is een proceskostenveroordeling mogelijk. Dit is in het bijzonder het geval als het bestuursorgaan aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen. Gelet op wat hiervoor is overwogen, doet deze situatie zich hier voor.
3. Omdat eiser vanwege het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag beroep heeft kunnen instellen, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bbp. [2] Deze kosten worden op grond van het Bbp voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 453,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk; en
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).
Deze uitspraak is gedaan op 17 juni 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Besluit proceskosten bestuursrecht.