ECLI:NL:RBDHA:2026:16420
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure na beslissing op beroep
Verzoeker heeft op 3 februari 2025 asiel aangevraagd, maar de minister van Asiel en Migratie heeft dit op 12 februari 2026 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen beroep in, geregistreerd onder zaaknummer NL26.9274, en vroeg tevens om een voorlopige voorziening om in Nederland te mogen verblijven totdat het beroep was behandeld.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 19 mei 2026, waarbij de gemachtigde van de minister aanwezig was, maar verzoeker en zijn gemachtigde waren afwezig. Op 16 juni 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig was.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en oordeelde dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag reeds is beslist.