ECLI:NL:RBDHA:2026:16327
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging gezamenlijk gezag naar eenhoofdig gezag en ontzegging omgang afgewezen
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de moeder om het gezamenlijk gezag over het minderjarige kind te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen, alsmede de omgang tussen de vader en het kind te ontzeggen. De ouders hebben een complexe en gespannen relatie, waarbij sprake is van huiselijk geweld en langdurig geen contact tussen vader en kind sinds maart 2025.
De rechtbank concludeert dat de omstandigheden sinds het gezamenlijk gezag zijn toegekend aanzienlijk zijn gewijzigd, waardoor het verzoek ontvankelijk is. Gezien de ernstige verstoring van de ouderrelatie en het ontbreken van communicatie, acht de rechtbank gezamenlijk gezag niet langer in het belang van het kind en wijst het eenhoofdig gezag toe aan de moeder.
Ten aanzien van de omgang wijst de rechtbank het verzoek tot ontzegging af, omdat het risico op ernstig nadeel voor het kind bij het opstarten van omgang groot is, maar omgang niet definitief uitgesloten mag worden. De rechtbank benadrukt het belang van hulpverlening en monitoring door een jeugdbeschermer om de omgang in de toekomst mogelijk te maken.
De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gedragen en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt gewijzigd in eenhoofdig gezag voor de moeder, terwijl het verzoek tot ontzegging van omgang wordt afgewezen.