ECLI:NL:RBDHA:2026:16297
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in ontnemingsvordering na vrijspraak betrokkene
De rechtbank Den Haag behandelde op 2 juni 2026 de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van € 75.065,00 van betrokkene. Deze vordering was gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Tijdens de terechtzitting van 12 mei 2026 heeft de officier van justitie haar standpunt toegelicht, terwijl de verdediging betoogde dat de ontnemingsgrondslag ontbreekt vanwege de vrijspraak in de strafzaak waarop de vordering is gebaseerd.
De rechtbank oordeelde dat de vrijspraak van betrokkene betekent dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering wegens vrijspraak van betrokkene.