ECLI:NL:RBDHA:2026:16260
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buiten behandeling stelling asielaanvraag wegens niet verschijnen op gehoor
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag buiten behandeling te stellen omdat hij niet is verschenen op het nader gehoor van 18 februari 2026. De minister legde tevens een inreisverbod van twee jaar op. De rechtbank heeft het beroep behandeld waarbij eiser werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De rechtbank overweegt dat op grond van de Procedurerichtlijn en de Vreemdelingenwet het niet verschijnen zonder geldige reden kan leiden tot buiten behandeling stelling van de aanvraag. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat het niet verschijnen aan omstandigheden te wijten was waarop hij geen invloed had. Ook het betoog dat contact opnemen via de gemachtigde volstond, wordt verworpen omdat eiser zelf contact had moeten opnemen.
Verder oordeelt de rechtbank dat het onthouden van de rust- en voorbereidingstijd geen zelfstandig besluit is en dat eiser niet in zijn belangen is geschaad. De rechtbank concludeert dat de minister de aanvraag terecht buiten behandeling heeft gesteld en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de buiten behandeling stelling van de asielaanvraag wegens het niet verschijnen op het gehoor zonder geldige reden.