Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Palestijnse afkomst en geboren in 2002, is door verweerder een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet. Verweerder baseert dit op zware gronden zoals het onttrekken aan toezicht, het niet meewerken aan overdracht volgens de Dublinverordening, het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan.
Eiser betwist de feiten niet, maar voert aan dat het dossier onvolledig is, met name ontbreekt het verslag van het vertrekgesprek en een verlenging van het overdrachtsbesluit. Daarnaast stelt eiser dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet met een lichter middel kon worden volstaan, mede gezien zijn medische klachten zoals diabetes en hoge bloeddruk, waarvoor hij medicatie gebruikt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld en dat de gronden voor de maatregel feitelijk juist en voldoende gemotiveerd zijn. Verweerder heeft toegelicht dat het vertrekgesprek heeft plaatsgevonden en dat een nieuw overdrachtsbesluit in voorbereiding is. Ook is gemotiveerd waarom een lichter middel niet volstaat, mede vanwege het niet verschijnen van eiser bij het vertrekgesprek en zijn vertrek met onbekende bestemming.
Ten aanzien van de medische situatie van eiser is geoordeeld dat hij niet detentieongeschikt is en dat adequate medische zorg in het detentiecentrum aanwezig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.