3.2.Hierop heeft verweerder besloten om de woning te sluiten voor de duur van drie maanden, vanaf 29 april 2026 om 10.00 uur. Deze zaak gaat over de vraag of de sluiting van de woning moet worden opgeschort totdat verweerder op het bezwaar heeft beslist.
4. Verzoekers zijn het niet eens met de sluiting van hun woning, zij vinden de sluiting niet geschikt, niet noodzakelijk en ook niet evenredig. Verweerder heeft het besluit onvoldoende gemotiveerd. Zo is niet met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd dat sprake is van een woning die een rol vervult in de drugshandel. Verzoekers stellen de drugs en attributen voor een kennis te bewaren. Er zijn volgens verzoekers minder ingrijpende alternatieven voorhanden. Daarnaast is de sluiting onevenredig gelet op hun persoonlijke omstandigheden. Verzoeker moet op 1 mei worden geopereerd en moet daarvan thuis kunnen herstellen. Verder hebben zij twee katten en hebben zij in een deel van hun woning een bed & breakfast. Het is voor hen niet mogelijk om vervangende woonruimte te regelen voor de duur van de sluiting.
Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?
5. In haar uitspraak van 16 juli 2025heeft de Afdeling in aanvulling op eerdere jurisprudentie hierover de uitgangspunten weergegeven waarvan zij zal uitgaan bij haar beoordeling van besluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De voorzieningenrechter verwijst voor deze uitgangspunten naar die uitspraak en zal deze hanteren bij de beoordeling van het verzoek.
6. Verweerder is op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang als in een woning harddrugs of softdrugs worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Doorgaans wordt de woning voor een bepaalde periode gesloten.
7. Volgens vaste rechtspraak is artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet niet van toepassing bij de enkele aanwezigheid van drugs in een woning. De drugs moeten met een bepaalde bestemming aanwezig zijn, dat wil zeggen voor verkoop, aflevering of verstrekking. Als uitgangspunt geldt dat bij aanwezigheid van meer dan 5 gram softdrugs deze in beginsel (mede) bestemd worden geacht voor de verkoop, aflevering of verstrekking. Het ligt in dat geval op de weg van verzoeker om het tegendeel aannemelijk te maken. Als het tegendeel niet aannemelijk wordt gemaakt, is verweerder bevoegd om de woning op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet te sluiten. Voor zover verzoeker heeft verklaard dat hij de softdrugs en de in de garagebox en woning aangetroffen goederen voor een derde in bewaring had, is dit op zichzelf nog niet voldoende om niet langer aannemelijk te achten dat de zeer grote hoeveelheid aangetroffen softdrugs en drugsgerelateerde goederen bestemd kunnen worden geacht voor de verkoop, aflevering of verstrekking van drugs. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter was verweerder bevoegd om de woning te sluiten.
Evenredigheid: geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid van de sluiting
8. De voorzieningenrechter beoordeelt aan de hand van de ernst en de omvang van de overtreding of sluiting van de woning nodig is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij het pand en het herstel van de openbare orde. Daarbij is van belang of de drugs feitelijk in of vanuit het pand werden verhandeld. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit meldingen bij de politie over mogelijke handel vanuit het pand, verklaringen van buurtbewoners of het aantreffen van attributen die duiden op de handel vanuit het pand.