ECLI:NL:RBDHA:2026:16195
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging asielbesluit met handhaving rechtsgevolgen afwijzing kennelijk ongegrond
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 29 mei 2024, waarin haar asielaanvraag ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening samen met het beroep op 22 januari 2026. Tijdens de zitting waren verzoekster, haar gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig.
De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Echter, de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand voor zover het betreft de afwijzing van de aanvraag als kennelijk ongegrond. Hierdoor acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet noodzakelijk en wijst het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open, waardoor de uitspraak definitief is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, het beroep gegrond verklaard en het besluit van 29 mei 2024 vernietigd met handhaving van de rechtsgevolgen van de afwijzing als kennelijk ongegrond.