Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:16195

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
NL24.38363
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging asielbesluit met handhaving rechtsgevolgen afwijzing kennelijk ongegrond

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 29 mei 2024, waarin haar asielaanvraag ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening samen met het beroep op 22 januari 2026. Tijdens de zitting waren verzoekster, haar gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig.

De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Echter, de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand voor zover het betreft de afwijzing van de aanvraag als kennelijk ongegrond. Hierdoor acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet noodzakelijk en wijst het verzoek af.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open, waardoor de uitspraak definitief is.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, het beroep gegrond verklaard en het besluit van 29 mei 2024 vernietigd met handhaving van de rechtsgevolgen van de afwijzing als kennelijk ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.38363

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoekster,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. H. Postma)
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. L.O. Augustinus).

Procesverloop

1. Bij het bestreden besluit van 29 mei 2024 heeft de minister de asielaanvraag van verzoekster ongegrond verklaard.
1.1.
Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld (zaaknummer NL24.23415) en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep, op 22 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, een tolk en de gemachtigde van de minister. Het onderzoek is op zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoekster. Het beroep is gegrond verklaard en het bestreden besluit van 29 mei 2024 is vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit zijn in stand gebleven, voor zover het gaat om de afwijzing van de aanvraag als kennelijk ongegrond. Een voorlopige voorziening is daarom niet nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.