ECLI:NL:RBDHA:2026:16193

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
NL25.36988
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting gemeenschapsonderdaan

Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd om gedurende de behandeling van haar beroep tegen de afwijzing van haar aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan niet uitgezet te worden.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep op 23 februari 2026 behandeld. Inmiddels heeft de rechtbank op 15 juni 2026 op het beroep van verzoekster beslist, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening is komen te vervallen.

Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter V.A.G. van Dijk en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.36988

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoekster,

V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. W. Spijkstra),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. B. Zagers).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek van verzoekster om de voorlopige voorziening om gedurende de behandeling van haar beroep tegen de afwijzing van haar aanvraag tot afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 waaruit het rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt [1] , niet uitgezet te worden.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep, op 23 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag [2] heeft de rechtbank op het beroep van verzoekster beslist. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Verblijfsdocument EU/EER.
2.NL25.36987.