ECLI:NL:RBDHA:2026:16183
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J. Wilts
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen overdracht aan Roemenië wegens dreigende verstrijking overdrachtstermijn
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Roemenië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening samen met het beroep op 4 juni 2026.
De rechtbank wees het verzoek om voorlopige voorziening toe omdat de uiterste overdrachtstermijn van 3 augustus 2026 dreigde te verstrijken en de rechtbank niet kon garanderen dat de zitting en uitspraak voor die datum konden plaatsvinden. Hierdoor wordt de overdracht opgeschort en kan verzoekster in Nederland blijven totdat op het beroep is beslist.
Hoewel het niet aan verzoekster te wijten was dat haar tolk niet verscheen, werd dit toch tot haar risicosfeer gerekend, waardoor geen proceskostenveroordeling werd opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor de overdracht aan Roemenië wordt opgeschort tot uitspraak op het beroep.