ECLI:NL:RBDHA:2026:16183

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
NL26.21394
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.J. Wilts
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Dublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen overdracht aan Roemenië wegens dreigende verstrijking overdrachtstermijn

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Roemenië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening samen met het beroep op 4 juni 2026.

De rechtbank wees het verzoek om voorlopige voorziening toe omdat de uiterste overdrachtstermijn van 3 augustus 2026 dreigde te verstrijken en de rechtbank niet kon garanderen dat de zitting en uitspraak voor die datum konden plaatsvinden. Hierdoor wordt de overdracht opgeschort en kan verzoekster in Nederland blijven totdat op het beroep is beslist.

Hoewel het niet aan verzoekster te wijten was dat haar tolk niet verscheen, werd dit toch tot haar risicosfeer gerekend, waardoor geen proceskostenveroordeling werd opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor de overdracht aan Roemenië wordt opgeschort tot uitspraak op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.21394
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], V-nummer: [V-nummer], verzoekster

(gemachtigde: mr. A. de Haan),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. B. Zagers).

Procesverloop

Bij besluit van 14 april 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 4 juni 2026 op zitting behandeld, samen met de behandeling van het beroep. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak op de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk op de zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
- treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Roemenië totdat is beslist op het beroep.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. In beroep is de zaak aangehouden omdat de tolk van verzoekster niet is verschenen. De rechtbank probeert om voor de uiterste overdrachtstermijn (3 augustus 2026) opnieuw een zitting te plannen en uitspraak te doen, maar kan niet garanderen dat dat lukt. Om te voorkomen dat de uiterste overdrachtstermijn ondertussen verstrijkt, met alle gevolgen van dien, wijst de rechtbank de voorlopige voorziening toe. Dat betekent dat verzoekster in Nederland kan blijven en dat de uiterste overdrachtstermijn wordt opgeschort in afwachting van de uitspraak op het beroep.
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe, omdat de tolk van verzoekster niet is verschenen. Hoewel het niet aan verzoekster te wijten is dat de tolk niet is verschenen, behoort dit wel tot haar risicosfeer. De rechtbank wijst daarom geen proceskostenveroordeling toe.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2026 door mr. G.J. Wilts, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van C. Holmond, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.