Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:16180

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
NL25.45937
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:46 AwbArt. 8:72 AwbArt. 28 VwVreemdelingenwet 2000Vreemdelingencirculaire 2000 paragraaf C7/30.3.2
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing asielaanvraag alleenstaande vrouw uit Somalië gegrond verklaard

Eiseres, een Somalische vrouw die behoort tot de Hawiye - Habar Gidir clan, diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen. De minister erkende het geloofwaardige asielrelaas, maar stelde dat eiseres niet als alleenstaande vrouw moest worden aangemerkt en dat er een binnenlands beschermingsalternatief bestond via clanbescherming en grootfamilie in Mogadishu.

De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiseres niet als alleenstaande vrouw wordt gezien en waarom zij kan terugvallen op clanbescherming of grootfamilie. Eiseres is verstoten door haar familie vanwege haar huwelijk met een man uit een andere stam en heeft geen duurzaam netwerk in Mogadishu. De hulp die zij ontving van de grootfamilie was tijdelijk en onzeker, en de clanbescherming is voor vrouwen beperkt en niet automatisch.

De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.45937

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. H.G.M. van Zutphen),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. Ö. Sari).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw [1] . Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom eiseres niet als alleenstaande vrouw aangemerkt moet worden en waarom er voor haar een binnenlands beschermingsalternatief beschikbaar is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1983. De minister heeft met het bestreden besluit van 15 september 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft de behandeling van het beroep op zitting op 6 mei 2026 aangehouden omdat eiseres niet was verschenen. De behandeling op zitting is daarna opnieuw gepland op 22 mei 2026.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 22 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, S. Mahed als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres heeft verklaard dat zij de Somalische nationaliteit heeft en tot de Hawiye - Habar Gidir bevolkingsgroep behoort. Eiseres haar dochter is geestelijk gehandicapt. Haar dochter is zwanger geworden van een buurman. Eiseres heeft toen een klacht tegen de buurman ingediend bij Al Shabaab. De buurman bleek lid te zijn van Al Shabaab. Eiseres kreeg tot 4 maanden na de geboorte van het kind van haar dochter de tijd om haar beschuldiging te onderbouwen. Eiseres, haar man en haar dochter werden toen weer opgeroepen door Al Shabaab. De dag voor de uitspraak is eiseres gevlucht. Ook is eiseres verstoten en bedreigd door haar familie, omdat zij is getrouwd met een man van een andere stam, een minderheidsstam. Eiseres vreest vermoord te worden door Al Shabaab omdat zij eiseres beschuldigen de buurman vals beschuldigd te hebben. Ook vreest eiseres gedood te worden door haar eigen familie.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Problemen met Al Shabaab;
3. Problemen met familie door huwelijk.
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat alle relevante elementen van het asielrelaas geloofwaardig zijn. De minister stelt dat uit de verklaringen van eiseres niet blijkt dat zij gegronde vrees voor vervolging heeft bij terugkeer naar Somalië en dat zij geen reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. Eiseres valt volgens de minister niet onder het risicoprofiel alleenstaande vrouwen [2] en bestaat er voor haar een binnenlands beschermingsalternatief. [3] De minister wijst hierbij onder meer op de aanwezigheid van grootfamilie, de hulp die eiseres eerder van hen heeft gehad en op de mogelijkheid van clanbescherming in Mogadishu. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.
Wat is het standpunt van eiseres?
5. Eiseres voert - samenvattend - aan dat de minister in de besluitvorming onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres niet behoort tot het risicoprofiel alleenstaande vrouwen en dat in haar geval sprake is van een binnenlands beschermingsalternatief.
5.1.
Eiseres stelt in dit kader dat de hulp die zij van de oom van haar man en diens nicht heeft ontvangen tijdens haar vlucht tijdelijk en onzeker was en dat dit niet duidt op de mogelijkheid van duurzame bescherming. Eiseres wijst hierbij op haar eigen verklaringen waaruit dit beeld ook naar voren komt. Het feit dat de oom eiseres financieel heeft geholpen kan hierbij volgens haar niet doorslaggevend zijn. Eiseres heeft inmiddels geen contact meer met de oom of diens dochter.
5.2.
Verder stelt eiseres dat clanbescherming niet automatisch geldt en wijst hierbij op informatie van VluchtelingenWerk Nederland. [4] Daarnaast speelt het verleden van eiseres hierbij een rol. Eiseres is immers getrouwd met iemand uit een kleinere/lagere clan en dat neemt haar familie haar zeer kwalijk. Gelet op het feit dat eerwraak in Somalië veel voorkomt en op het gegeven dat clans zeer regionaal zijn verbonden waarbij vrouwen vaak alleen bescherming genieten via hun directe mannelijke familieleden, heeft de minister niet zonder meer kunnen stellen dat zij vanwege clanbescherming niet als alleenstaande vrouw in de zin van het beleid [5] kan worden aangemerkt. Eiseres wijst erop dat zij in Somalië als vrouw kwetsbaar blijft, ongeacht de clan waartoe ze behoort, en wijst hierbij op algemene informatie. [6]
5.3.
Ten aanzien van het binnenlands beschermingsalternatief in Mogadishu dat aan eiseres wordt tegengeworpen stelt zij dat uit openbare informatie blijkt dat verblijf in Mogadishu, met name voor vrouwen met gebrek aan sociale netwerken, wel degelijk risico’s kent. Dit geldt ook voor eiseres. Zij heeft enkel in Mogadishu verbleven als tussenstation tijdens haar vlucht en werd gedurende die periode verborgen gehouden in het huis van de dochter van de oom die haar geholpen heeft. Eiseres heeft hierover verklaard dat zij in die periode niets heeft gedaan, dat ze naar het huis is gegaan en dat ze niet naar buiten mocht en alleen in de kamer mocht blijven. Eiseres was constant in angst om ontdekt te worden. [7] Eiseres stelt onder verwijzing naar het arrest Jawo dat een binnenlands beschermingsalternatief redelijk en duurzaam moet zijn en dat het daarbij niet enkel gaat om fysieke veiligheid maar ook om toegang tot bestaansmiddelen, medische zorg en een menselijk bestaan. Daar is volgens eiseres in dit geval geen sprake van. De tijdelijke opvang en hulp die zij via haar oom heeft gekregen valt niet te kwalificeren als het hebben van een duurzaam netwerk.
Wat is het standpunt van de minister?
6. De minister stelt zich op het standpunt dat alle omstandigheden tezamen maken dat eiseres kan terugvallen op de aanwezigheid van grootfamilie en clanbescherming in Mogadishu. Eiseres loopt volgens de minister dan ook geen risico op vervolging en heeft toegang tot bescherming.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Relevante regelgeving
7. Uit het beleid van de minister volgt dat bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, in ieder geval in samenhang wordt bezien of er grootfamilie en eventueel een (plaatselijke) meerderheidsclan is waar de vrouw, gelet op haar individuele omstandigheden, voor opvang en bescherming op terug kan vallen. [8] Wat betreft het binnenlands beschermingsalternatief toetst de minister of dit kan worden tegengeworpen, gelet op de individuele omstandigheden. Hierbij wordt eerder verblijf in het gebied buiten het gebied van herkomst en de aanwezigheid van grootfamilie betrokken. [9]
Ten aanzien van de clanbescherming
8. Uit de landeninformatie van VWN volgt dat elke Somaliër Mogadishu kan binnenkomen, maar dat connecties nodig zijn om je daar ook te kunnen vestigen. Clanbescherming werkt ook niet automatisch, en kan afhankelijk zijn van de waarde die een clanlid heeft voor de gemeenschap. In algemene zin komt uit de informatie het beeld naar voren dat de mate waarin terugkeerders risico liepen in Somalië sterk samenhing met hun individuele omstandigheden en hun sociale netwerk. Terugkeerders die het zich konden veroorloven om in beveiligde wijken van Mogadishu te wonen, en terugkeerders die terugkeerden naar een gebied waar zij sterke clanbanden of andere sociale banden hadden, liepen in de regel minder gevaar. Uit het Algemeen ambtsbericht Somalië van april 2025 [10] volgt verder dat de grootfamilie van de vrouw de voornaamste actor van bescherming is en dat vrouwen die behoren tot een (plaatselijke) meerderheidsclan wel op enige mate van bescherming konden rekenen, maar dat die bescherming zeker voor vrouwen werd beperkt door ongelijke man-vrouw verhoudingen.
8.1.
Het enkele behoren tot een meerderheidsclan vindt de rechtbank gelet op de hierboven beschreven landeninformatie onvoldoende om aan te nemen dat clanbescherming beschikbaar is voor eiseres in Mogadishu. De minister moet motiveren waarom eiseres, gelet op haar individuele omstandigheden, voor opvang en bescherming terug kan vallen op haar clan. De minister heeft het asielrelaas van eiseres geloofwaardig geacht en dus is niet in geschil dat eiseres is verstoten door haar familie nadat zij getrouwd is met haar man, die tot een andere/lagere stam behoort. De broers van eiseres hebben gedreigd haar te zullen vermoorden en eiseres heeft verklaard dat ze geen hulp hoeft te verwachten van haar familie. De rechtbank overweegt dat eiseres, hoewel zij tot de meerderheidsclan Hawiye behoort, al vanaf haar 23e gehuwd is binnen een andere stam en sindsdien geen contact meer heeft met haar familie. Eiseres heeft geen sterke clanbanden meer en kent in Mogadishu in ieder geval binnen haar clan niemand om op terug te vallen. Gelet op het beeld dat naar voren komt uit de landeninformatie over clanbescherming en gelet de individuele situatie van eiseres heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom eiseres, als vrouw zijnde en zonder clannetwerk in Mogadishu, toch kan terugvallen op clanbescherming. Het standpunt van de minister dat niet is gebleken dat de clan in Mogadishu op de hoogte is van de problemen tussen eiseres en haar familie leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel nu uit de landeninformatie duidelijk naar voren komt dat clanbescherming niet automatisch werkt, voor vrouwen in algemene zin al beperkt is en dat connecties nodig zijn om je te kunnen vestigen dan wel te beroepen op clanbescherming.
Ten aanzien van de aanwezigheid van grootfamilie
9. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat eiseres bij haar vlucht uit haar dorp hulp heeft gehad van de oom van haar man, en dat deze oom ook heeft gezorgd dat eiseres in Mogadishu bij zijn dochter in Mogadishu kon verblijven tot aan haar vertrek, dat ook door hem gefinancierd is. Ook is niet in geschil dat de oom van haar man niet woonachtig is in Mogadishu.
9.1.
Eiseres heeft over deze periode van 18 dagen waarin zij in Mogadishu verbleef verklaard [11] dat deze oom tegen haar zei dat hij haar niet kon beschermen en dat hij ook bang voor Al-Shabaab was. Hij wilde niet in de problemen komen en eiseres moest hem smeken om hulp. Uiteindelijk heeft hij haar geholpen te vluchten door eiseres tussen de bananen te verstoppen in een vrachtwagen die hij en zijn zoon vervoerde. Eiseres is vervolgens naar het huis van de dochter van de oom gebracht en tegen haar is gezegd dat ze in de kamer moest blijven en nooit buitenshuis mocht komen. De dochter vertelde eiseres dat de mannen van Al-Shabaab ook in Mogadishu aanwezig waren en dat de dochter erg bang was voor haar gezin in het geval ontdekt zou worden dat eiseres bij hen verbleef. Eiseres moest een oplossing vinden en mocht niet te lang blijven. Vervolgens werd er een smokkelaar geregeld. Eiseres mocht van de oom ook geen contact opnemen met haar gezin en eiseres heeft van de oom geen telefoonnummer. [12]
9.2.
De rechtbank overweegt dat de minister aan de hand van individuele omstandigheden toetst of een binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen, waarbij eerder verblijf in het gebied buiten het gebied van herkomst en de aanwezigheid van grootfamilie wordt betrokken. Hoewel de oom van de man van eiseres en diens dochter in beginsel als grootfamilie kunnen worden aangemerkt, maken de individuele omstandigheden naar het oordeel van de rechtbank in dit geval dat niet voldoende is gemotiveerd dat eiseres voor opvang en bescherming kan terugvallen op de aanwezigheid van deze grootfamilie. Hierbij vindt de rechtbank om te beginnen van belang dat eiseres geen contactgegevens van deze familieleden heeft en dat zij ook niet weet in welke wijk in Mogadishu zij heeft verbleven. [13] Gedurende haar verblijf bij de nicht van de oom mocht eiseres niet buiten komen en werd haar constant verteld dat deze situatie niet houdbaar was en dat de familie vreesde voor hun eigen leven. Hoewel eiseres substantiële hulp heeft ontvangen van de familie, waarbij risico’s zijn genomen om haar te helpen en ook financieel zorg is gedragen voor haar vlucht, vindt de rechtbank dit gelet op de context die eiseres hierbij heeft geschetst onvoldoende om zonder meer te kunnen stellen dat eiseres bij terugkeer op de aanwezigheid van deze grootfamilie kan terugvallen. Om hun eigen veiligheid te waarborgen had de grootfamilie er immers ook belang bij om eiseres zo snel mogelijk weg te krijgen uit Mogadishu. Eiseres mocht daarna geen contact meer met hen opnemen. De rechtbank vindt hierbij verder van belang dat de tijdelijke opvang van eiseres bij de dochter van de oom werd geregeld door de oom, die woonachtig is in het dorp waar eiseres uit is gevlucht. Eiseres heeft verklaard dat ze geen contact meer heeft gehad met haar gezin in haar dorp, in eerste instantie niet vanuit Mogadishu uit angst om ontdekt te worden maar later vanuit Nederland bleek dat contact niet meer mogelijk was omdat de telefoon van haar gezin was uitgeschakeld. [14] De minister heeft niet gemotiveerd waarom toch van eiseres verwacht kan worden dat zij zich opnieuw tot de oom van haar man wendt voor hulp. In dat licht vindt de rechtbank de hulp die eiseres tijdens haar vlucht heeft ontvangen onvoldoende aanknopingspunt voor de conclusie dat zij ook in de toekomst voor opvang en bescherming op de aanwezigheid van grootfamilie kan terugvallen.
Conclusie ten aanzien van het alleenstaande vrouwenbeleid en het binnenlands beschermingsalternatief
10. Gelet op hetgeen onder rechtsoverweging 7 t/m 9 is overwogen is de rechtbank van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres niet als alleenstaande vrouw hoeft te worden aangemerkt en dat zij voor opvang en bescherming kan terugvallen op de aanwezigheid van clanbescherming dan wel grootfamilie in Mogadishu. Naast hetgeen hierover reeds besproken is merkt de rechtbank op dat de grootfamilie van eiseres in Mogadishu behoort tot een andere stam dan eiseres zelf, en om die reden dus ook niet als connectie of netwerk kan worden aangemerkt op grond waarvan clanbescherming in Mogadishu eventueel meer voor de hand zou liggen. Daarnaast is voor het risicoprofiel alleenstaande vrouwen van belang dat de individuele omstandigheden moeten worden betrokken en dat sprake moet zijn van voor opvang en bescherming kunnen terugvallen op de grootfamilie dan wel een meerderheidsclan. Dat daar sprake van is, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd. De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

11. De minister heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing te nemen. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.
11.1.
Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten.
De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 15 september 2025;
- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Weeda, rechter, in aanwezigheid van F.E. Siblesz, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Zie Vreemdelingencirculaire 2000 paragraaf C7/30.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc en de nadere toelichting daarop in paragraaf C7/30.3.2.2.
3.Zie Vreemdelingencirculaire 2000 paragraaf C7/30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc.
4.Brief van VluchtelingenWerk Nederland (VWN) van 23 september 2025:
5.Zie Vreemdelingencirculaire 2000 paragraaf C7/30.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc en de nadere toelichting daarop in paragraaf C7/30.3.2.2.
6.Zie de bijlages bij de brief van VWN van 23 september 2025: Algemeen Ambtsbericht Somalië, april 2025, rapporten van UK Home Office, ACCORD, EUAA en een mailwisseling met Somalië-expert Tony Burns van 6 februari 2025.
7.Nader gehoor p. 19 en 29.
8.Vreemdelingencirculaire C7/30.3.2.2. Toelichting alleenstaande vrouwen.
9.Vreemdelingencirculaire C7/30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc.
10.P. 98.
11.Nader gehoor p. 8 en 9.
12.Nader gehoor p. 20.
13.Nader gehoor p. 20.
14.Nader gehoor p. 20.