ECLI:NL:RBDHA:2026:1618

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
NL25.38528 en NL25.38529
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 VwArt. 30b Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid bekering

Eiseres, van Chinese nationaliteit, diende in 2017 een eerste asielaanvraag in die werd afgewezen. In 2023 diende zij een opvolgende asielaanvraag in, gebaseerd op haar bekering tot de Kerk van de Almachtige God. De minister wees deze aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de bekering en onvoldoende onderbouwing met objectieve documenten.

De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende gemotiveerd heeft waarom de verklaringen van eiseres over haar bekering, kennis van het geloof en geloofsactiviteiten niet geloofwaardig zouden zijn. Eiseres heeft persoonlijk en gedetailleerd toegelicht hoe zij in aanraking is gekomen met het geloof, de verschillen met haar eerdere geloof, en haar evangeliserende activiteiten.

De rechtbank stelt vast dat de minister niet zorgvuldig is omgegaan met alle persoonlijke verklaringen van eiseres en onvoldoende rekening heeft gehouden met haar persoonlijke zienswijze. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en eiseres krijgt een proceskostenvergoeding van € 2.802,- toegewezen.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL25.38528 (beroep)
NL25.38529 (voorlopige voorziening)
V-nummer: [V-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiseres] ,

geboren op [geboortedag] 1990, van Chinese nationaliteit, eiseres en verzoekster, hierna: eiseres
(gemachtigde: mr. C.E. Stassen-Buijs),
en

de minister van Asiel en Migratie, hierna: de minister

(gemachtigde: mr. A. Bondarev).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar opvolgende asielaanvraag en haar verzoek om een voorlopige voorziening.
1.1
De minister heeft de asielaanvraag met het bestreden besluit van 25 juli 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.2
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, ertoe strekkende dat zij niet zal worden uitgezet totdat op het beroep is beslist.
1.3
De rechtbank heeft de zaken op 11 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, mevrouw [persoon 1] als tolk in de taal Mandarijn en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de minister de asielaanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep gegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Achtergrond
4. Eiseres heeft in 2017 haar eerste asielaanvraag ingediend. De minister heeft deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep van eiseres tegen deze afwijzing is op 20 juni 2017 door deze rechtbank en zittingsplaats ongegrond verklaard. [1] Eiseres is tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan en dit hoger beroep is ook ongegrond verklaard. [2]
Asielrelaas
5. Eiseres heeft op 5 juli 2023 opnieuw een asielaanvraag ingediend. Eiseres vreest bij terugkeer naar China voor de autoriteiten, omdat zij zich heeft bekeerd tot de Kerk van de Almachtige God. Eiseres heeft verklaard dat zij zich hopeloos voelde nadat haar eerste asielaanvraag in 2017 werd afgewezen, omdat haar bekering tot het [religie] geloof, oftewel de Shouters, ongeloofwaardig werd geacht. Toen is zij online informatie over godsdienst gaan opzoeken. Ze zocht op het woord ‘de Almachtige’, omdat dat woord voorkwam in de bijbel. Vervolgens vond ze troostende woorden van God op de website van de Kerk van de Almachtige God. Ze wilde weten waar de woorden vandaan kwamen en daardoor is zij zich meer gaan verdiepen in dit geloof. Sinds juli 2017 is eiseres online dingen gaan lezen over de Kerk van de Almachtige God en in september 2017 is zij lid geworden. Ook heeft zij deelgenomen aan twee demonstraties in Nederland en heeft zij evangeliserende activiteiten op Facebook verricht.
5.1
Eiseres heeft de volgende documenten overgelegd:
- Persoonlijke verklaring over haar bekering;
- Persoonlijke correcties en aanvullingen op gehoor opvolgende aanvraag;
- Persoonlijke reactie op het voornemen;
- Foto’s van demonstraties;
- Screenshots van Facebookberichten;
- Letter of Attestation van Wenjun Wu van 27 oktober 2024.
Bestreden besluit
6. Volgens de minister bevat het asielrelaas van eiseres de volgende asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. De bekering van eiseres tot de Kerk van de Almachtige God;
3. De deelname van eiseres aan demonstraties in Nederland en haar activiteiten op Facebook .
6.1
De minister heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig geacht. De minister heeft ook de deelname aan demonstraties en de activiteiten op Facebook geloofwaardig geacht. De minister heeft de bekering tot de Kerk van de Almachtige God niet geloofwaardig geacht. Eiseres heeft dit asielmotief niet onderbouwd met objectieve documenten die dit asielmotief volledig onderbouwen. Eiseres voldoet ook niet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder c en d van de Vw [3] . Haar verklaringen vormen namelijk geen samenhangend en aannemelijk geheel en zij heeft haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend.
6.2
Bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de bekering heeft de minister gebruik gemaakt van de Werkinstructie 2022/3 ‘
Bekeerlingen en afvalligen [4] . Daaruit volgt dat de minister zich bij de beoordeling richt op drie elementen, te weten (1) het proces en de motieven voor de bekering, (2) de kennis van het nieuwe geloof; en (3) de geloofsactiviteiten.
6.3
Wat betreft het (1)
proces en de motievenheeft de minister onder andere gesteld dat eiseres niet inzichtelijk gemaakt heeft waarom zij het woord ‘Almachtige’ op internet is gaan zoeken. Daarnaast valt niet in te zien waarom ‘omarmd en beschermd worden door de Almachtige God’ onderscheidende aspecten zijn die enkel met de Kerk van de Almachtige God in verband kunnen worden gebracht. Het is volgens de minister aannemelijk dat eiseres pijn en verdriet heeft gevoeld na de afwijzing van haar eerste asielaanvraag en dat zij daarna opzoek is gegaan naar hulp en troost, maar hiermee heeft zij het proces van bekering tot de Kerk van de Almachtige God nog niet inzichtelijk gemaakt. Ook heeft eiseres bij haar huidige aanvraag verklaringen afgelegd over de liefde van de Almachtige God, hoop en zelfvertrouwen die overeenkomen met haar verklaringen tijdens haar eerste procedure. Eiseres heeft verder niet inzichtelijk gemaakt waarom juist het geloof in de Kerk van de Almachtige God haar meer zelfvertrouwen heeft gegeven. Evenmin heeft eiseres inzichtelijk gemaakt waarom het loslaten van arrogantie als een uitvloeisel van haar nieuwe religie dient te worden beschouwd. Tot slot zit er volgens de minister een verschil tussen het verlangen naar de terugkeer van Jezus en het geloven in de terugkeer van Jezus en eiseres heeft niet goed kunnen verklaren waarom haar verlangen is omgeslagen naar een geloof in de terugkeer van Jezus. De minister heeft de eigen bekeringsverhalen van eiseres bestudeerd, maar deze leiden volgens de minister niet tot een ander oordeel.
6.4
Wat betreft de (3)
geloofsactiviteitenheeft de minister zich op het standpunt gesteld dat het feit dat eiseres (online) groepsbijeenkomsten bijwoont en evangeliseert via Facebook , niet zegt dat er sprake is van een oprechte bekering. Eiseres heeft namelijk onvoldoende verklaard waarom het juist voor eiseres belangrijk is om de bijeenkomsten te volgen. Uit de verklaringen van eiseres leidt de minister af dat haar keuze om aan groepsbijeenkomsten deel te nemen een gevolg zijn van een gevoel van eenzaamheid en een wens om onder de mensen te komen. Van een bewuste innerlijke keuze lijkt geen sprake. Ten aanzien van het evangeliseren via Facebook is niet gebleken waarom het voor eiseres persoonlijk van belang is om deze activiteit te verrichten of wat haar persoonlijke religieuze drijfveren hiervoor zijn. Daarnaast rijmt dit niet met haar uitspraken dat het delen van het geloof in persoon tijdens bijeenkomsten veel met haar doet. Het zou in de lijn der verwachting liggen dat eiseres het delen van het geloof in Nederland in persoon zou willen uiten.
6.5
Ten aanzien van de (2)
kennisvan het nieuwe geloof vindt de minister dat de kennis die eiseres heeft getoond te oppervlakkig en te theoretisch is. De verklaringen van eiseres missen het persoonlijke aspect. Niet is gebleken om welke reden de kern van de religie voor eiseres persoonlijk belangrijk is of wat dit voor haar nu precies betekent. Daarbij is eiseres in 2017 lid geworden van de Kerk van de Almachtige God en zou ze zich sindsdien verder in dit geloof hebben verdiept en ontwikkeld. Van eiseres mag daarom meer kennis en diepgang worden verwacht. Met haar kennis is eiseres er niet in geslaagd haar verklaringen ten aanzien van het proces en de motieven voor de bekering te compenseren.
6.6
De geloofwaardig bevonden asielmotieven en feiten en omstandigheden leiden volgens de minister niet tot vluchtelingschap of een reëel risico op ernstige schade. De stelling van eiseres dat zij in China al in de negatieve belangstelling stond van de autoriteiten omdat zij daar al christen was, volgt de minister niet omdat zij legaal kon uitreizen. Haar vrees dat de Chinese autoriteiten haar met behulp van gezichtsherkenning in het vizier kunnen krijgen, heeft zij niet onderbouwd. Haar uitingen op Facebook bieden volgens de minister ook onvoldoende individuele aanknopingspunten om een risico op vervolging te vermoeden, aangezien de reactie van de Chinese autoriteiten op dit soort marginale uitingen zich met name beperkt tot censuur. Tot slot is niet gebleken dat de foto’s van de demonstraties in Nederland online zijn geplaatst.
6.7
De minister heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat het een opvolgende aanvraag betreft en deze niet niet-ontvankelijk is verklaard. [5]
Voorbereiding van het besluit
7. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat het onzorgvuldig is dat de minister haar niet heeft gewezen op het feit dat haar persoonlijke reactie op het voornemen abusievelijk niet in het dossier was geüpload. Ook heeft de minister op geen enkele wijze aandacht besteed aan de andere persoonlijk opgestelde stukken die wel gelijk in het dossier terecht zijn gekomen.
7.1
De rechtbank is van oordeel dat het niet zorgvuldig is geweest dat de minister de persoonlijke zienswijze van eiseres niet heeft opgevraagd. In de zienswijze van de gemachtigde staat: “
Cliënte […] kan zich geenszins vinden in dit voornemen en heeft in de bijgaande persoonlijke zienswijze toegelicht, waarom zij van mening is dat dit voornemen niet ten uitvoer mag worden gebracht.” Hier volgt ondubbelzinnig uit dat eiseres een persoonlijke zienswijze heeft opgesteld. Het had dan ook op de weg van de minister gelegen om, bij het ontbreken van deze zienswijze in het dossier, hier navraag naar te doen, zodat ook deze zienswijze kon worden meegenomen in de besluitvorming. Dat is ten onrechte niet gebeurd. Ten aanzien van de andere door eiseres ingebrachte persoonlijke verklaringen overweegt de rechtbank dat de minister hier enkel over heeft gezegd dat deze in grote lijnen aansluiten bij hetgeen zij zelf heeft verklaard tijdens de gehoren en dat deze niet tot een ander oordeel kunnen leiden. Het uitgangspunt is dat iemand ten overstaan van de hoormedewerker overtuigende verklaringen dient af te leggen, maar dit neemt naar het oordeel van de rechtbank niet weg dat de minister een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling moet uitvoeren waarbij alle informatie uit het dossier kenbaar betrokken dient te worden. In dat licht is de minister onvoldoende gemotiveerd ingegaan op de door eiseres overgelegde persoonlijke verklaringen. De beroepsgrond slaagt.
Niet spoedig indienen opvolgende aanvraag
8. Eiseres stelt zich verder op het standpunt dat de minister haar niet heeft kunnen tegenwerpen dat zij niet eerder asiel heeft aangevraagd. Aan een bekerings- of verdiepingsproces valt niet zonder meer een termijn te stellen waarbinnen een nieuwe aanvraag ingediend moet worden. Eiseres heeft haar nieuwe aanvraag ingediend zodra zij daar klaar voor was.
8.1
De rechtbank overweegt als volgt. Op zitting heeft de minister uitgelegd dat dit niet als zelfstandige afwijzingsgrond bedoeld was en dat voorwaarde d van artikel 31, zesde lid van de Vw daarom niet is tegengeworpen. De minister heeft vooral willen aangeven dat als iemand zolang wacht met het indienen van een opvolgende aanvraag er wel wordt verwacht dat diegene in staat is om goed en persoonlijk te verklaren. De rechtbank stelt vast dat uit het voornemen blijkt dat voorwaarde d van artikel 31, zesde lid van de Vw wel degelijk is tegengeworpen. De rechtbank begrijpt de gemachtigde van de minister op die manier dat de asielaanvraag van eiseres niet enkel is afgewezen omdat zij deze niet zo spoedig als mogelijk heeft ingediend, maar dat er in dat geval wel meer van haar had mogen worden verwacht qua verklaringen. De rechtbank is van oordeel dat de minister aan eiseres heeft mogen tegenwerpen dat zij niet zo spoedig als mogelijk haar asielaanvraag heeft ingediend. Eiseres heeft onvoldoende kunnen uitleggen waarom zij niet eerder klaar zou zijn geweest om een opvolgende aanvraag in te dienen. Financiële kwesties en (de naweeën van) een coronabesmetting kunnen niet verklaren waarom eiseres pas zes jaar nadat zij zich had aangesloten bij de Kerk van de Almachtige God klaar zou zijn om haar opvolgende aanvraag in te dienen. De beroepsgrond slaagt niet.
Proces en motieven, geloofsactiviteiten en kennis
9. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom haar verklaringen over haar proces en haar motieven om te gaan geloven in de Kerk van de Almachtige God te oppervlakkig of te algemeen zouden zijn. Op meerdere punten heeft de minister er blijk van gegeven dat hij het relaas niet juist weergeeft of interpreteert. Zo ziet de minister de bekering van eiseres onterecht als een overgang naar een geheel ander geloof. Met betrekking tot haar geloofsactiviteiten geeft eiseres aan dat zij wél duidelijk heeft uitgelegd wat haar beweegredenen waren om deel te nemen aan bijeenkomsten en om te evangeliseren. In dit licht noemt eiseres ook dat de verklaring van de Kerk van de Almachtige God niet alleen een bevestiging is van haar lidmaatschap, maar dat dit ook een oordeel over de oprechtheid van haar bekering bevat. Tot slot heeft eiseres de relatie tussen haar theoretische kennis en haar persoonlijke situatie met haar verklaringen juist wel inzichtelijk gemaakt
9.1
De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De rechtbank is van oordeel dat eiseres wel persoonlijk heeft verklaard over de motieven voor en het proces om te gaan geloven in de Kerk van de Almachtige God, de kennis van het nieuwe geloof en de geloofsactiviteiten. Zo is volgens de rechtbank duidelijk hoe eiseres in aanraking is gekomen met de Kerk van de Almachtige God; wat het verschil is tussen het [religie] -geloof en de Kerk van de Almachtige God; dat eiseres het [religie] geloof niet heeft verlaten, maar dat sprake is van een verdieping van haar eerdere geloof; waarom de Kerk van de Almachtige God eiseres (meer) aanspreekt en welke inzichten dit geloof haar persoonlijk hebben gegeven. Tot slot heeft eiseres naar het oordeel van de rechtbank duidelijk uitgelegd waarom en hoe zij evangeliseert en waarom het voor haar persoonlijk belangrijk is om naar bijeenkomsten te gaan.
9.2
De rechtbank legt haar oordeel hierna nader uit. Daarbij begint de rechtbank met hoe eiseres in aanraking is gekomen met de Kerk van de Almachtige God. Uit de verklaringen van eiseres volgt dat de eerdere afwijzing van haar asielaanvraag heel pijnlijk voor haar was en dat zij erg verdrietig was. Ze voelde zich hulpeloos en wist niet meer wat God wilde. Zij wilde informatie over Godsdienst online opzoeken en zocht op het woord Almachtige, ‘
omdat het woord herhaaldelijk voorkomt in de bijbel [6] ,
omdat onze God de Almachtige God heet. Ik wilde graag informatie daarover, zodat ik meer gestimuleerd word en vertrouwen krijg (…) [7] . Ik denk ook dat god me ook begeleid heeft in dit geval, zodat ik op dat woord kwam [8] .De rechtbank ziet niet in waarom eiseres niet inzichtelijk zou hebben gemaakt waarom zij op het woord ‘Almachtige’ heeft gezocht op internet. Eiseres vond vervolgens een website van de Kerk van de Almachtige God. Op deze website kwamen woorden van God voorbij. Deze woorden zorgden ervoor dat eiseres de liefde van God voelde. Op deze website trof eiseres ook namen van boeken en films aan. Eiseres bekeek de film ‘Mysterie van vandaag’, van [persoon 2] en deze film raakte haar: “
Deze persoon [persoon 2] geloofde al zo lang in Jezus en hij had ook verlangd naar de terugkeer van Jezus en hij heeft de hele tijd volgehouden en is op zoek gegaan naar de waarheid. Ik was ook al lang christen en verlangde ook naar de terugkeer van Jezus. Deze film heeft er voor gezorgd dat ik meer wilde weten over de terugkomst van Jezus [9] .
9.2.1
Eiseres is zich vervolgens meer gaan verdiepen in de Kerk van de Almachtige God. Eiseres verklaart dat de Kerk van de Almachtige God ervan uitgaat dat het werk van God is verdeeld in drie tijdperken, te weten het tijdperk van de wet (Oude Testament), het tijdperk van de genade en het tijdperk van het Koninkrijk. De [religie] gaat over het tweede tijdperk en de Kerk van de Almachtige God over het derde tijdperk. In het derde tijdperk is Jezus teruggekeerd in het vleselijke lichaam. ‘
In dit tijdperk oordeelt en zuivert God de mensheid met woorden [10] . Eiseres verklaart dat zij haar [religie] geloof niet heeft verlaten, maar dat zij Jezus is gevolgd (naar het derde tijdperk) [11] door het geloof van de Kerk van de Almachtige God aan te hangen [12] . Op de vraag waarom het [religie] geloof niet meer voldeed antwoordde eiseres dat (in dat geloof) er geen oplossing is (voor de zondige natuur van de mens). ‘
Dat was omdat er niets gezegd wordt in de bijbel die de zondige natuur van de mens aan het licht brengt. En de almachtige god publiceert wel woorden die dat doen’. Er was volgens eiseres bij de [religie] dan ook geen pad te bewandelen om de mensheid te redden [13] .
9.2.2
Door de woorden van de Almachtige God kwam eiseres erachter dat ook zij een zondige natuur heeft, (omdat zij) bedrieglijk [14] en arrogant [15] kan zijn en weinig zelfvertrouwen [16] heeft. Door het lezen van de woorden, werd eiseres bewust van haar zondige natuur [17] en kon eiseres haar foutieve gedachten veranderen. [18] Zij heeft verklaard dat zij voorheen dacht dat Jezus haar ‘genade en gelukwensen moest geven’, maar dat zij door de Kerk van de Almachtige God weet dat zij door ‘het eten en drinken van de woorden van God’ zichzelf kan verbeteren, zodat zij uiteindelijk gevrijwaard wordt van haar zondige natuur. [19]
9.2.3
Het bovenstaande heeft eiseres verder geconcretiseerd door tijdens het gehoor opvolgende aanvraag en het aanvullend gehoor verschillende persoonlijke voorbeelden te noemen van hoe zij zich bewust is geworden van haar eigen zondige natuur. Op pagina 13 van het rapport GOA staat bijvoorbeeld de volgende verklaring van eiseres:
‘Tijdens mijn werk in Nederland huurde ik samen met 2 andere studentes een woning. Deze studentes waren niet zo hygiënisch en ze waren ook heel rommelig met spullen. Omdat ik wat ouder was dacht ik dat ik wat meer moet doen. Ik maakte schoon en ruimde op. Maar na een poosje werd het weer een zooitje. Ik vond ze vies en rommelig. Ik wilde niet meer samen met hen onder een dak zijn. Ik vond dat ze geen begrip hadden voor het offer van anderen. Ik bad tot God en las zijn woorden. God zegt dat mensen anders zijn. Ze hebben ook andere gewoontes. Mensen moeten niet verlangen dat andere mensen op dezelfde manier leven. Als je een geordend leven lijdt dan zegt het nog niet dat je iemand bent die van goede natuur is. Je moet steeds de pluspunten van anderen zien en ervoor zorgen dat jezelf steeds beter wordt. Na het lezen van die woorden wist ik dat ik mijzelf te hoog geplaatst had. Ik dacht dat ik boven hen uit stak en was dus niet bereid om hun pluspunten te zien.’
Op pagina 8 van het rapport AG staat nog een voorbeeld van hoe zij zich bewust is geworden van haar eigen zondige natuur:

Ik vraag nu voor de tweede keer asiel aan. Ik moest toen een advocaat zoeken en heb destijds de advocaat benaderd die me in de eerste asielprocedure ook bijstond. Maar hij heeft nee gezegd. Ik snapte niet waarom, want hij was op de hoogte van mijn verhaal. En toen stuurde ik berichten naar een andere advocaat, die zei ook nee. Ik ging toen twijfelen en raden waarom het zo was. En ik dacht dat het waarschijnlijk door het feit kwam dat ik me niet zo goed kon uitdrukken. Ik dacht dat ik mijn zaak misschien niet goed had uitgelegd. Ik snapte dus niet waarom het zo was en toen ging ik bidden tot de almachtige God. Ik zei dat ik door beide advocaten geweigerd was en dat ik niet zo goed wist waarom dat zo was. Ik dacht dat het kwam door het feit dat ik me niet goed uitgedrukt had. Vervolgens ging ik rustig nadenken. De advocaten hebben gezegd dat ze het te druk hadden. Ik besefte op een gegeven moment dat ik weer verviel in het verdenken van en twijfelen aan andere mensen. God zegt dat het een zondige natuur is en bedrieglijk is als je aan andere mensen twijfelt en als je andere mensen verdenkt. Ik besefte dat ik dit aan het doen was. Ik besefte dat het fout was en dat ik dat niet moest doen en de situatie moest accepteren zoals het was. Ik besloot te accepteren wat het was en later werd ik in contact gebracht met een advocaat via een zuster van de kerk. Deze advocaat heeft geduld en liefde en ze helpt me heel goed.
Even verderop, op pagina 9, in het rapport AG staat eenzelfde soort voorbeeld:

Ik heb nog een voorbeeld over mijn verandering in arrogantie. Toen ik opnieuw een aanvraag indiende, stelde de advocaat mij voor om een bewijs van de kerk te overleggen. Maar ik dacht dat ik de eerste keer afgewezen was, omdat ik mijn verhaal niet heel goed verteld had. Ik wilde tijdens mijn tweede asielprocedure gewoon mijn verhaal goed vertellen en ik dacht dat het goed zou komen. En later heeft de advocaat opnieuw voorgesteld om zo’n bewijs te bemachtigen. Ze zei dat als ik zo’n bewijs overlegde, dat het ook tijdbesparing was voor de IND-medewerker. En bovendien zou het mijn zaak ook helpen. Toen ging ik erover nadenken en toen besefte ik dat wat ik eerder had gedacht, een uiting was van mijn arrogante natuur. Ik dacht dat ik de zaak recht kon zetten door mijn eigen kunnen. Na die bewustwording heb ik met de advocaat overlegd en een bewijs van de kerk verkregen.
9.3
Samenvattend merkt de rechtbank op dat eiseres met haar verklaringen uitgelegd heeft waarom de kern van deze religie, namelijk het feit dat de Almachtige God middels zijn woorden de mensen inzicht geeft in hun slechte natuur en hun de kans geeft om zich te zuiveren, haar aanspreekt. Het is voor de rechtbank niet duidelijk wat de minister nog meer van eiseres verwacht als het gaat om verklaringen over haar proces en motieven om zich aan te sluiten bij de Kerk van de Almachtige God. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom haar kennis te oppervlakkig en theoretisch zou zijn. De beroepsgrond slaagt.
9.4
Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het onduidelijk blijft wat de persoonlijke drijfveren van eiseres zijn om deel te nemen aan geloofsactiviteiten. De rechtbank merkt op dat eiseres heeft verklaard dat zij naar bijeenkomsten van de Kerk van de Almachtige God gaat, omdat dit voor haar een manier is om God te respecteren en de woorden van God te bestuderen. [20] De minister heeft het standpunt dat eiseres verklaard zou hebben dat zij enkel vanuit een gevoel van eenzaamheid naar deze bijeenkomsten gaat, op zitting laten vallen. Eiseres heeft ook een verklaring van de voorzitter van de Kerk van de Almachtige God in Nederland overgelegd. Zoals op zitting is besproken, volgt uit het Algemeen Ambtsbericht ten aanzien van China dat een dergelijke
Letter of Attestationalleen afgegeven wordt na verificatie of iemand daadwerkelijk tot deze kerk behoort [21] . Daaruit volgt dus niet, zoals de minister lijkt te stellen, dat daarmee alleen vaststaat dat eiseres naar bijeenkomsten gaat. Daarnaast heeft eiseres verklaard dat zij evangeliseert, omdat dit een eis is van de Almachtige God, maar ook omdat zij andere mensen wil helpen. Zij was zelf namelijk ook geholpen met de woorden van de Almachtige. [22] Jezus wil dat zij licht brengt aan mensen die nog steeds in het donker leven. [23] In beroep en op zitting is ook uitgelegd dat eiseres dit via chats op Facebook doet, omdat dit de manier is waarop evangelisatie plaatsvindt binnen de Kerk van de Almachtige God. Door het gebruik van Facebook kunnen veel mensen bereikt worden. Eiseres heeft uitgelegd dat het evangeliseren bij deze kerk aanvangt met het kweken van interesse in het geloof. Als mensen dan geïnteresseerd zijn geraakt kunnen die mensen uiteraard ook bijeenkomsten gaan bijwonen. Gezien het bovenstaande heeft de minister onvoldoende onderbouwd waarom het persoonlijke aspect mist als het gaat om de geloofsactiviteiten van eiseres. De beroepsgrond slaagt.
Tot slot
10. Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat de minister zich niet deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de overstap van eiseres naar de Kerk van de Almachtige God niet geloofwaardig is. De overige beroepsgronden behoeven daarom geen bespreking.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt. Het bestreden besluit wordt vernietigd. De minister moet een nieuw besluit nemen en daarbij rekening houden met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor acht weken.
12. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor de gevraagde voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
13. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten.
De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 2.802,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroep- en verzoekschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL25.38528,
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • draagt de minister op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak.
De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL25.38529,
- wijst het verzoek af.
De rechtbank/voorzieningenrechter, in beide zaken,
- veroordeelt de minister tot betaling van € 2.802,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. D.G.T. de Hoop, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

2.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 30 november 2017, 201705088/1/V2.
3.Vreemdelingenwet 2000.
4.Inmiddels vervangen door Werkinstructie 2025/9 ‘
5.Op grond van artikel 31, eerste lid van de Vw en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g van de Vw.
6.Pagina 5 van het Rapport aanvullend gehoor (AG) en pagina 10 van het Rapport Gehoor opvolgende aanvraag (GOA) pagina 10.
7.Pagina 5 van het Rapport AG.
8.Pagina 5 van het Rapport AG.
9.Pagina 11 van het Rapport GOA.
10.Pagina 12 van het Rapport GOA.
11.Pagina 12 van het Rapport GOA.
12.Pagina 11 van het Rapport GOA.
13.Pagina 7 van het Rapport AG.
14.Pagina 9 van het Rapport GOA.
15.Pagina 12 van het Rapport GOA.
16.Pagina 8 van het Rapport GOA.
17.Pagina 9 van het Rapport AG.
18.Pagina 8 van het Rapport GOA.
19.Pagina 10 van het Rapport AG en de Persoonlijke zienswijze van eiseres.
20.Pagina 15 van het Rapport GOA.
21.Algemeen Ambtsbericht China, december 2022, pagina 54.
22.Pagina 8 van het Rapport GOA, pagina 11 van het Rapport AG en de eigen persoonlijke verklaring van eiseres.
23.Pagina 8 van het Rapport GOA.