ECLI:NL:RBDHA:2026:16148
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, diende op 30 oktober 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac bleek dat hij eerder op 17 maart 2025 in Zwitserland een verzoek tot internationale bescherming had ingediend. Nederland verzocht Zwitserland om terugname, welke werd aanvaard. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Zwitserland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat Nederland zijn asielverzoek aan zich moest binden vanwege bijzondere omstandigheden en tekortkomingen in het Zwitserse asiel- en opvangsysteem, waaronder ernstige conflicten en mensenhandel. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser vooral betrekking hadden op persoonlijke problemen met mensensmokkelaars en niet op structurele tekortkomingen in Zwitserland.
De rechtbank stelde vast dat eiser zich tot de Zwitserse autoriteiten kan wenden en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.