Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 mei 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
te ondertekenen
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft op 23 november 2024 een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 24 oktober 2024. De voorzieningenrechter heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat het griffierecht niet is betaald, waardoor de zaak niet inhoudelijk behandeld kan worden.
De rechtbank heeft verzoeker op 26 maart 2025 aangetekend verzocht het griffierecht van €187,- binnen twee weken te voldoen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het verzoek niet-ontvankelijk verklaard kan worden. Deze brief was onbestelbaar en is daarom op 22 april 2025 per gewone post verzonden, met een betalingstermijn tot 29 april 2025.
Verzoeker heeft verzocht om kwijtschelding van het griffierecht wegens betalingsonmacht, maar dit verzoek is op 25 maart 2025 afgewezen. Ondanks deze afwijzing heeft verzoeker het griffierecht niet betaald en geen geldige reden opgegeven. Daarom verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk en wijst een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.