Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:16130

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
AWB 25/1638
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak niet-ontvankelijk verklaard

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 10 januari 2025 en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het beroep is beslist.

De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een verzoek zonder zitting kan worden afgewezen indien het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. Eerder heeft de rechtbank bij uitspraak van 27 maart 2026 het beroep van verzoekster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat geen beroepsgronden waren ingediend.

Omdat de hoofdprocedure niet meer loopt, is het verzoek om een voorlopige voorziening zonder onderzoek ter zitting niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de hoofdprocedure niet meer loopt.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/1638

uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 mei 2026 in de zaak van

[verzoekster] , verzoekster,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A.T. Eisenmann),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van 10 januari 2025.
Verzoekster heeft verder de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat uitzetting achterwege dient te blijven, totdat op het
beroep is beslist.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder dat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
2. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Bij uitspraak van 27 maart 2026 (zaaknummer AWB 25/1637) heeft de rechtbank het hiervoor genoemde door verzoekster ingestelde beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoekster geen beroepsgronden had ingediend. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen beroepsprocedure meer loopt, zodat het verzoek met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb zonder onderzoek ter zitting niet-ontvankelijk wordt verklaard.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening
niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. N.R. Hoogenberk, griffier
.Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026.
de griffier is verhinderd
om de uitspraak te
ondertekenen
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.