ECLI:NL:RBDHA:2026:16127
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens vertraagde beslissing machtiging voorlopig verblijf
Verzoeker heeft op 7 april 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op de aanvraag van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor zijn familieleden. Op 19 augustus 2025 heeft de minister alsnog besloten de mvv te verlenen. Vervolgens heeft verzoeker op 2 september 2025 het beroep ingetrokken en verzocht om veroordeling van de minister in de proceskosten.
De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling. De minister gaf aan bereid te zijn een vergoeding van € 453,50 te betalen. De rechtbank oordeelt dat de minister aan verzoeker is tegemoetgekomen en dat er aanleiding is voor vergoeding van proceskosten.
De rechtbank past het nieuwe tarief van € 934 per proceshandeling toe, met een factor 0,5 wegens licht gewicht van de zaak, en komt tot een vergoeding van € 467. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat de minister ook het griffierecht van € 194 moet vergoeden. De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 467 aan proceskosten.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 467 aan proceskosten wegens vertraagde beslissing op de mvv-aanvraag.