ECLI:NL:RBDHA:2026:16109
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet tijdig besluit verlening machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft op 29 januari 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij haar echtgenoot. De rechtbank heeft dit eerste beroep op 19 maart 2025 gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen acht dan wel twintig weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Ondanks deze uitspraak heeft verweerder geen besluit genomen, waarop eiseres op 13 oktober 2025 opnieuw beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat de minister zich niet aan de gestelde termijn heeft gehouden.
De rechtbank bevestigt de beslistermijn van twee weken zoals genoemd in artikel 8:55d Awb en draagt verweerder op binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 50 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres.
De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 11 juni 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.