ECLI:NL:RBDHA:2026:16092
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf voor ouders meerderjarige referent
Eisers, ouders van een in Nederland genaturaliseerde referent, dienden op 13 september 2023 aanvragen in voor een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) om bij hun zoon in Nederland te verblijven. De minister wees deze aanvragen af op 19 maart 2024 en handhaafde dit besluit op bezwaar van 28 januari 2025. Eisers stelden dat er sprake is van familieleven met bijkomende afhankelijkheidselementen, waaronder medische problemen en financiële steun.
De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende rekening hield met de gewijzigde omstandigheden, zoals het verlopen bezoekersvisum van eiseres en haar verblijf alleen in Syrië, waardoor haar afhankelijkheid van referent is toegenomen. De minister had onvoldoende gemotiveerd waarom deze nieuwe feiten niet tot een ander besluit leidden.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens moet de minister het griffierecht aan eiser vergoeden. De rechtbank wijst een bestuurlijke lus af vanwege inefficiëntie en proceseconomische redenen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvragen is gegrond verklaard en het besluit vernietigd met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.