Eiser diende op 14 november 2022 een asielaanvraag in. Verweerder besloot op 22 juni 2025 de aanvraag ongegrond af te wijzen, maar trok dit besluit op 2 december 2025 in omdat het Griekse asieldossier niet was betrokken bij de beoordeling. Hierdoor is nog steeds geen definitief besluit genomen.
Eiser stelde meerdere keren beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde eerdere beroepen gegrond en legde toen termijnen en dwangsommen op, maar verweerder besloot niet binnen die termijnen. In deze procedure staat het derde beroep centraal, waarin eiser een kortere beslistermijn en hogere dwangsom vordert.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is en dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden. Gezien de noodzaak om het Griekse dossier op te vragen en te vertalen, stelt de rechtbank een termijn van twaalf weken voor het nemen van een nieuw besluit. Tevens wordt een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500 opgelegd.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van €1.401. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Meijers en griffier L.C.C. Bakx op 2 januari 2026.