ECLI:NL:RBDHA:2026:16011

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
13 juni 2026
Zaaknummer
C/09/704841 / FA RK 26-4624
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz wegens psychose en ernstig nadeel

De rechtbank Den Haag behandelde op 13 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1978, die verblijft in een zorgaccommodatie. Betrokkene ontkent de gestelde psychische stoornis en verzet zich tegen de verplichte zorg, maar is bereid medicatie te gebruiken indien zij naar huis mag.

De arts stelde dat betrokkene lijdt aan een psychose met waanstoornis, zonder katatone kenmerken, en dat er sprake is van een ernstig onmiddellijk dreigend nadeel, waaronder lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene vertoont symptomen zoals hallucinaties, verward gedrag en therapieontrouw, met risico op uitdroging door onvoldoende eten en drinken.

De rechtbank oordeelde dat de voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk is om het ernstige nadeel af te wenden. Verplichte zorgmaatregelen zoals toediening van vocht, voeding, medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie zijn proportioneel en effectief. Minder bezwarende alternatieven ontbreken. Het verzoek tot andere vormen van verplichte zorg werd afgewezen wegens gebrek aan noodzaak.

De machtiging geldt tot en met 3 juni 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg en beperkingen tot 3 juni 2026.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/704841 / FA RK 26-4624
Datum beschikking: 13 mei 2026

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 11 mei 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] , [land] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] , [plaats] ,
advocaat: mr. M.J. van Rooij te Purmerend.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 9 mei 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Den Haag tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 9 mei 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 11 mei 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 13 mei 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de arts, [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is ter zitting primair om afwijzing verzocht. Betrokkene herkent zich niet in de gestelde psychische stoornis. Dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel voor haarzelf of anderen blijkt onvoldoende uit de stukken en het nadeel is ook niet van dien aard dat dit een crisismaatregel ondersteunt. Betrokkene gebruikt bij voorkeur geen medicatie omdat zij daar nadelen van ondervindt (zij geeft aan dat zij daar dik van wordt) maar als zij naar huis mag en men vindt dat zij medicatie moet gebruiken, is zij bereid om hieraan mee te werken. Ook werkt zij vrijwillig mee met de hulpverlening. Haar huis is schoon, zij eet en drinkt goed en zij zou graag haar familie in [land] willen bezoeken. Subsidiair verzoekt de advocaat om ten aanzien van de zorgvormen
het gebruik van communicatiemiddelenniet te beperken. Betrokkene heeft een telefoon in haar bezit en nergens blijkt uit dat dit nadelig voor haar is.
Door de arts is er naar voren gebracht dat er bij betrokkene sprake is van een psychose met daarin een waanstoornis maar dat er nu geen verdenking meer is van katatonie. Conform haar eerdere waanstoornis is betrokkene in de veronderstelling dat er een man in [land] op haar wacht waarmee zij wil trouwen. Tijdens haar psychose is zij eerder naar Schiphol gereisd waar zij door de Marechaussee werd opgemerkt door haar gedrag en aangehouden. Luxerend voor de stoornis is dat zij therapieontrouw was. Na afloop van de zorgmachtiging is de medicatie omgezet in orale medicatie dat enige tijd is goed gegaan. De zorgmachtiging is toen niet verlengd omdat zij goed in de samenwerking was. Daarna ging het echter weer minder goed en waren er veel ruzies in familiesferen waar ook de politie bij betrokken raakte. Sinds de opname heeft betrokkene de neiging om niet of nauwelijks te eten en te drinken. De antipsychotica-medicatie die zij voorheen gebruikte, wordt momenteel weer oraal opgestart. Daarna zal haar orale medicatie omgezet worden in depotvorm en ook zal er een zorgmachtiging aangevraagd worden zodat het risico op therapieontrouw en een terugval minder wordt. Ten aanzien van de vormen van verplichte zorg acht de arts
het toedienen van vocht, voeding, medicatie en het verrichten van medische controles, naast het beperken van de bewegingsvrijheid en opnemen in een accommodatie, noodzakelijk.
Aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richtenacht de arts voorzienbaar omdat betrokkene erg kwetsbaar is en de arts de mogelijkheid wil hebben om in te kunnen grijpen indien betrokkene vanuit haar waanstoornis weer contact zoekt met mannen.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
-ernstig lichamelijk letsel;
-ernstige verwaarlozing;
-maatschappelijke teloorgang.
Tijdens de opname zijn er evidente aanwijzingen voor akoestische hallucinaties waarbij wordt gezien dat betrokkene veel in zichzelf praat, lacht en verward gedrag laat zien waarbij zij zonder reden de grond kust. Betrokkene neigt tot te weinig eten en drinken waarbij er gevaar is voor uitdroging. Zij wil zo snel mogelijk naar [land] afreizen omdat zij in de veronderstelling is dat daar een man op haar wacht waarmee zij kan gaan trouwen. Ter zitting heeft de rechtbank begrepen dat er op dit moment geen katatone kenmerken meer worden waargenomen en dat betrokkene voor haar waanstoornis opnieuw wordt ingesteld op medicatie.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een recidief psychotische stoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- toedienen van vocht;
- toedienen van voeding;
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Betrokkene herkent zich niet in de gestelde diagnose en zij wil bij voorkeur geen medicatie gebruiken omdat zij daar nadelen van ondervindt. Betrokkene heeft ter zitting aangegeven dat als zij naar huis mag, zij bereid is om de medicatie te nemen. De rechtbank heeft er geen vertrouwen in dat betrokkene deze medicatie vanuit intrinsieke motivatie zal blijven gebruiken aangezien ter zitting door de arts naar voren is gebracht dat haar huidige decompensatie is geluxeerd door therapieontrouw. Door haar zoektocht om contact te leggen met onbekende mannen in [land] is het beperken in het gebruik van communicatiemiddelen noodzakelijk. De rechtbank is daarom van oordeel dat verplichte zorg nodig is.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.
Gelet op hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, insluiten, het uitoefenen van toezicht, onderzoek aan kleding of lichaam, onderzoek van de woon- of verblijfsruimte, controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen en het beperken van het recht op het ontvangen van het bezoek. Niet gebleken is dat deze vormen voorzienbaar zijn en dat het opleggen hiervan direct noodzakelijk zal zijn. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] , [land] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van vocht;
- toedienen van voeding;
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 juni 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door I. de Vroom als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 mei 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.