ECLI:NL:RBDHA:2026:16009

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
13 juni 2026
Zaaknummer
C/09/704236 / FA RK 26-4267
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wvggz voor betrokkene met schizofrenie en antisociale persoonlijkheidsstoornis

De rechtbank Den Haag behandelde op 13 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1987, die lijdt aan schizofrenie, antisociale persoonlijkheidsstoornis en een stoornis in cannabisgebruik.

Betrokkene verblijft momenteel in een gesloten accommodatie en is bekend met een psychotisch toestandsbeeld. Hij vertoont uitdagend gedrag, heeft geen ziektebesef en biedt weerstand tegen medicatie en behandeling. De rechtbank stelde vast dat er geen passende zorg op vrijwillige basis mogelijk is en dat de verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden, waaronder lichamelijk letsel, financiële schade en maatschappelijke teloorgang.

De rechtbank wees het verzoek toe voor een duur van twaalf maanden, tot en met 13 mei 2027, en legde de volgende vormen van verplichte zorg op: toedienen van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, en opname in een accommodatie. Andere vormen van zorg, zoals insluiting en onderzoek op aanwezigheid van middelen, werden afgewezen omdat deze niet voorzienbaar en niet noodzakelijk werden geacht.

De beslissing is genomen na zorgvuldige afweging van de medische verklaringen, het zorgplan, het advies van de geneesheer-directeur en de mondelinge behandeling. De rechtbank concludeerde dat de verplichte zorg evenredig en effectief is en dat voldaan is aan de wettelijke criteria van de Wvggz. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor de duur van één jaar.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/704236 / FA RK 26-4267
Datum beschikking: 13 mei 2026

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] , [plaats]
advocaat: mr. B.S. van Haeften te Den Haag.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 29 april 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 21 april 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een zorgkaart;
- een zorgplan van 23 april 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 28 april 2026;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een brief van de officier van justitie van 13 april 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn;
- een afschrift van de beschikking waarbij mentorschap is ingesteld.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 13 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de waarnemend arts, [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is ter zitting primair om afwijzing verzocht. Volgens betrokkene is er geen sprake van een psychische stoornis waardoor niet aan alles eisen van de wet wordt voldaan. Indien de rechtbank van oordeel is dat er wel sprake is van een psychische stoornis, pleit de advocaat subsidiair voor een verblijf op vrijwillige basis totdat er een passende vervolgplek is gevonden. Ook vraagt de advocaat om het verzoek voor een maximale duur van één jaar toe te wijzen. Ten aanzien van de vormen van verplichte zorg merkt de advocaat het volgende op:
toedienen van medicatieen
medische controleszijn niet nodig aangezien betrokkene van oordeel is dat er niets met hem aan de hand is.
Beperken van de bewegingsvrijheidis niet nodig want betrokkene is bereid om vrijwillig in de accommodatie te verblijven.
Insluiten en het uitoefenen van toezichtis niet voorzienbaar aangezien er volgens de arts geen grote incidenten meer zijn geweest en betrokkene 2,5 jaar geleden voor het laatst is ingesloten. De
onderzoeksvormenen het
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelenzijn niet voorzienbaar omdat betrokkene al vijf jaar is gestopt met cannabisgebruik, hij geen alcohol gebruikt en hij bovendien vrijwillig aan de urinecontroles meewerkt. Het
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richtenis niet noodzakelijk daar een vervuilde kamer immers een eigen keuze is.
Door de arts is naar voren gebracht dat betrokkene bekend is met schizofrenie en antisociale persoonlijkheidsproblematiek waar hij al langere tijd voor in zorg is. Bij Fivoor is hij ingesteld op clozapine maar zelf vindt betrokkene dat hij geen behandeling en medicatie nodig heeft en hij biedt dan ook vaak weerstand hiertegen. Het ziektebesef en -inzicht is afwezig. Hij is bekend met een psychotisch toestandsbeeld dat tot detentie kan leiden. Betrokkene overschat zijn eigen vaardigheden en in het verleden heeft hij schulden opgebouwd en is hij een tijd dakloos geweest. Er wordt gepleit voor een verlenging van de zorgmachtiging voor de duur van 12 maanden (
conform zorgplan) en er wordt gekeken naar een passende vervolgplek. Op de (gesloten) afdeling laat betrokkene uitdagend gedrag zien door bijvoorbeeld met zijn schouder vlak langs iemand anders te lopen. Betrokkene wordt tijdens vrijheden naar binnen en naar buiten gelaten. De arts acht de volgende vormen van verplichte zorg voorzienbaar.
Toedienen medicatieen
medische controles.
Insluiten en het uitoefenen van toezichtomdat betrokkene tot op de dag van vandaag doodsbedreigingen uit. De
onderzoeksvormenen het
controleren op de aanwezigheid van gedrag- beïnvloedende middelenin verband met het cannabisgebruik in het verleden. Het
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richtenomdat zijn zelfzorg en de zorg voor zijn kamer achterblijven en hij daar intensieve begeleiding bij nodig heeft.

Beoordeling

Op 12 juni 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden tot en met 12 juni 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten schizofrenie, een antisociale-persoonlijkheidsstoornis en een stoornis in cannabisgebruik.
Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
-ernstig lichamelijk letsel;
-ernstige financiële schade;
-maatschappelijke teloorgang;
-de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Betrokkene heeft een forensische voorgeschiedenis met strafbare feiten zoals mishandeling en geweld tegen hulpverleners. Betrokkene kan zeer rigide zijn met betrekking tot afspraken en zijn spanning en agitatie kan acuut oplopen met forse verbale, fysieke agressie en intimidatie tot gevolg. Hij is overgekomen vanuit de FHIC van Fivoor waar hij is ingesteld op clozapine. Ter zitting heeft de rechtbank begrepen dat er gebrek is aan ziektebesef en
-inzicht, dat betrokkene op de afdeling uitdagend gedrag laat zien, dat hij doodsbedreigingen uit en dat er een passende vervolgplek voor hem wordt gezocht.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene is van mening dat hij geen psychiatrische aandoening heeft waardoor hij regelmatig weerstand biedt tegen de behandeling, de medicatie en de benodigde medische controles hiervoor. Door het gebrek aan ziektebesef en -inzicht ziet betrokkene niet in welke positieve effecten de antipsychoticamedicatie op hem hebben. De rechtbank acht de toewijzing van de aansluitende machtiging noodzakelijk. Gezien de toelichting van de arts ter zitting zal de machtiging worden verleend voor de duur van één jaar.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.
Gelet op hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van
andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, insluiten, het uitoefenen van toezicht,
onderzoek aan kleding of lichaam, onderzoek van de woon- of verblijfsruimte en controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen. Betrokkene gebruikt al enige tijd geen middelen meer. Niet gebleken is dat deze vormen voorzienbaar zijn en dat het opleggen hiervan direct noodzakelijk zal zijn. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 mei 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door I. de Vroom als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 mei 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.