ECLI:NL:RBDHA:2026:16008

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
13 juni 2026
Zaaknummer
C/09/704845 / FA RK 26-4627
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz

De rechtbank Den Haag behandelde op 13 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, een minderjarige patiënt die momenteel verblijft in een zorgaccommodatie.

Tijdens de zitting werden betrokkene, haar advocaat, de kinder- en jeugdpsychiater, de arts-assistent en de vader gehoord. Betrokkene gaf aan bereid te zijn vrijwillig mee te werken aan haar behandeling, waaronder EMDR-therapie en afspraken over sondevoeding. De zorgverleners stelden dat een gedwongen kader averechts werkt en dat betrokkene vrijwillig medicatie inneemt en openstaat voor verdere behandeling.

De vader benadrukte de zorgen over de situatie, maar kon zich verenigen met een behandeling in een vrijwillig kader. De rechtbank concludeerde dat niet is voldaan aan de criteria voor voortzetting van de crisismaatregel, omdat passende zorg op vrijwillige basis mogelijk is en betrokkene daaraan meewerkt.

Daarom wees de rechtbank het verzoek van de officier van justitie af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen omdat betrokkene vrijwillig meewerkt aan passende zorg.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/704845 / FA RK 26-4627
Datum beschikking: 13 mei 2026

Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 11 mei 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] , [plaats] ,
advocaat: mr. J.I. Echteld te Gouda.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 10 mei 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Den Haag tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 10 mei 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 11 mei 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 13 mei 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de kinder- en jeugdpsychiater, [naam 2] ;
- de arts-assistent, [naam 3] ;
- de vader.
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is ter zitting verzocht om het verzoek af te wijzen. Betrokkene is bereid om vrijwillig mee te werken. De EMDR-therapie is begonnen en de afspraken omtrent de sondevoeding zijn gemaakt. Betrokkene heeft nog weinig energie en zij is nog erg moe waardoor het vandaag niet lukte om samen met de groep aan tafel te lunchen. Betrokkene probeert aan zichzelf te denken, rustig op te bouwen en de leuke dingen in het leven weer op te pakken.
Door de kinder- en jeugdpsychiater is naar voren gebracht dat betrokkene in de huidige accommodatie opgenomen blijft en dat zij op den duur met een goed plan en ambulante zorgverlening naar huis kan.
Door de arts-assistent is naar voren gebracht dat een langer gedwongen kader thans niet helpend is en dat betrokkene vrijwillig wil meewerken aan haar behandeling. De medicatie neemt zij vrijwillig in en er volgt nog een gesprek omtrent de veiligheidsafspraken.
Door de vader is naar voren gebracht dat hij ook namens zijn vrouw spreekt en dat zij al langer in deze situatie verkeren. Betrokkene is een sterk en lief persoon waar een gedegen aanpak voor nodig is. Het baart de ouders zorgen dat er vorig jaar voor de vakantie een onderzoek heeft plaatsgevonden, waar pas volgende week de uitslag van bekend is. De vader heeft begrip voor de knelpunten en uitdagingen die momenteel binnen de ggz aan de orde zijn en ziet ook dat iedereen vreselijk zijn best doet maar dat neemt niet weg dat de huidige situatie onacceptabel is. De vader kan zich verenigen met een behandeling in een vrijwillig kader.

Beoordeling

Ter zitting is door de zorgverleners toegelicht dat een gedwongen kader averechts werkt en dat dit de zelfregie in de behandeling belemmert. Gebleken is dat er mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene wil vrijwillig meewerken aan haar behandeling en zij neemt ook vrijwillig de medicatie in. Gelet op het voorgaande is niet voldaan aan de criteria voor een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door I. de Vroom als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 mei 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.