Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:15982

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
13 juni 2026
Zaaknummer
C/09/702498 / FA RK 26-3196
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor speltherapie bij minderjarige met depressieve klachten

De moeder verzocht de rechtbank om vervangende toestemming voor speltherapie voor haar dochter vanwege ernstige depressieve klachten en mogelijke automutilatie. De vader betwistte de ernst van de klachten en gaf geen toestemming voor de therapie.

De rechtbank nam kennis van medische rapporten, dagboekfragmenten en het verweer van beide ouders. De huisarts had herhaaldelijk signalen van somberheid en suïcidale gedachten vastgesteld en achtte behandeling noodzakelijk. De vader ontkende deze klachten en stelde dat de moeder onrealistische angsten had.

De rechtbank oordeelde dat de medische signalen en dagboekfragmenten voldoende bewijs vormden voor de noodzaak van therapie. Het ontbreken van erkenning door de vader maakte de klachten niet minder reëel. Daarom werd de vervangende toestemming aan de moeder verleend, waarmee de toestemming van de vader werd vervangen.

Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming aan de moeder voor speltherapie van de minderjarige ondanks verzet van de vader.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-3196
Zaaknummer: C/09/702498
Datum beschikking: 13 mei 2026

Vervangende toestemming speltherapie

Beschikking op het op 31 maart 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. van Amsterdam te Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van de moeder van 2 april 2026, met bijlage.
De [minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek, maar heeft hier geen gebruik van gemaakt.
Op 6 mei 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk: A. Cavero;
  • de vader;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Na de zitting zijn de volgende stukken ontvangen:
- het F9-formulier van de moeder van 6 mei 2026, met bijlagen.

Verzoek en verweer

De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht:
- vervangende toestemming te verlenen voor de inzet van speltherapie voor [minderjarige 1] bij [speltherapeut], [zorginstantie 1], [adres] in Leiden, dan wel speltherapie bij [zorginstantie 2] in Leiden, dan wel bij een praktijk voor speltherapie.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Feiten

- Partijen hebben een geregistreerd partnerschap met elkaar gehad van [datum 1] 2017 tot [datum 2] 2021.
- Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats].
- De minderjarigen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.

Beoordeling

Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a, eerste lid, BW kunnen op verzoek van de ouder(s) geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder verzoekt om vervangende toestemming voor speltherapie van [minderjarige 1]. Twee jaar geleden heeft de moeder littekens gezien die [minderjarige 1] bij zichzelf heeft toegebracht. Vanwege haar grote bezorgdheid heeft zij in het dagboek van [minderjarige 1] gekeken en heeft daarin zeer depressieve teksten gelezen, zoals dat [minderjarige 1] diepongelukkig is en liever dood wil. De moeder heeft deze zorgen met de vader besproken, maar hij wuift deze weg. Volgens de moeder lijkt [minderjarige 1] bij de vader wel gelukkig omdat zij haar klachten voor hem probeert te verstoppen. De huisarts en het CJG hebben het advies gegeven om professionele hulpverlening in te zetten, maar de vader weigert hiervoor zijn toestemming te geven. Begin juni 2024 heeft er een gezamenlijk gesprek plaatsgevonden bij de huisarts, maar volgens de vader is uit dat gesprek niet naar voren gekomen dat het dusdanig slecht gaat met [minderjarige 1] dat hulpverlening noodzakelijk is. Ondanks dat [minderjarige 1] regelmatig met de huisarts spreekt, gaat het nog steeds niet beter met [minderjarige 1]. De vader onthoudt ook zijn toestemming voor gesprekken van [minderjarige 1] met de POH. Vanwege het ontbreken van de toestemming van de vader heeft de huisarts in januari 2026 een melding gedaan bij Veilig Thuis.
De vader herkent zich op geen enkele wijze in de depressieve gedachten van [minderjarige 1]. Hij heeft ook nog nooit littekens bij [minderjarige 1] gezien, hoewel hij regelmatig met haar gaat zwemmen. [minderjarige 1] is volgens hem een ontzettend vrolijke en gelukkige tiener. Het gaat ook goed met haar op school. Als [minderjarige 1] daadwerkelijk depressieve klachten zou hebben, dan zou dit worden gemerkt door leraren op school, door haar opa en oma, en door de vader zelf. Een vorm van hulpverlening zoals speltherapie is daarom niet nodig. De vader is daarnaast van mening dat de huisarts van [minderjarige 1] onvoldoende wederhoor heeft toegepast. Tijdens een gesprek van de vader en [minderjarige 1] met haar huisarts, heeft [minderjarige 1] bovendien aangegeven dat zij geen therapie wil. De vader staat er voor open om opnieuw met de huisarts in gesprek te gaan zonder de aanwezigheid van [minderjarige 1]. Tot slot is volgens de vader al sinds de geboorte van [minderjarige 1] sprake van een patroon van onbewezen beschuldigingen van kindermishandeling en onrealistische angsten. De zorgen van de moeder moeten in dit licht worden gezien.
Op de zitting heeft de advocaat van de moeder voorgesteld om de vader de dagboekfragmenten van [minderjarige 1] te laten zien. De zitting is daartoe kortdurend geschorst geweest. De advocaat van de moeder heeft na afloop van de zitting de dagboekfragmenten ingediend, zodat ook de rechtbank daarvan kennis heeft genomen.
Ook na het lezen van de dagboekfragmenten wil de vader geen toestemming geven voor speltherapie voor [minderjarige 1]. Hij kan zich niet voorstellen dat een meisje van elf jaar oud zulke depressieve gedachten kan hebben zonder dat hij dat merkt. Hij wil daarom eerst (opnieuw) een gesprek met de huisarts voeren.
De rechtbank stelt bij de beoordeling voorop dat uit het door de moeder overgelegde e-mailbericht van de huisarts van 19 april 2026 blijkt dat de huisarts het afgelopen jaar herhaaldelijk signalen heeft ontvangen dat [minderjarige 1] somberheidsklachten en gedachten aan de dood heeft. Ook zijn er volgens de huisarts aanwijzingen voor automutilatie. De huisarts acht psychotherapeutische behandeling geïndiceerd om [minderjarige 1] passende ondersteuning te kunnen bieden.
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit dit e-mailbericht voldoende dat sprake is van somberheidsklachten bij [minderjarige 1] die een behandeling noodzakelijk maken. Volgens de vader ziet de moeder al jarenlang dingen die er niet zijn en schrijft de huisarts vooral op wat de zorgen van de moeder zijn. De rechtbank overweegt echter dat de huisarts deze klachten niet alleen constateert op basis van signalen van de moeder, maar ook op basis van signalen van [minderjarige 1] zelf. Daarnaast brengt het feit dat de vader geen klachten bij [minderjarige 1] heeft gesignaleerd niet automatisch met zich mee dat deze klachten er niet zijn. De door de moeder overgelegde dagboekfragmenten bevatten uitlatingen die erop wijzen dat er bij [minderjarige 1] wel degelijk sprake is van somberheidsklachten en mogelijk ook automutilatie en suïcidale gedachten. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank behandeling noodzakelijke en zal de rechtbank het verzoek van de moeder toewijzen.

Beslissing

De rechtbank
verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt –voor de inzet van speltherapie bij [speltherapeut], [zorginstantie 1], [adres] in Leiden, dan wel speltherapie bij [zorginstantie 2] in Leiden, dan wel bij een praktijk voor speltherapie voor de minderjarige:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats];
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 mei 2026.