De man verzocht de rechtbank om een omgangsregeling vast te stellen waarbij de minderjarige eens per 14 dagen bij hem zou verblijven, inclusief een verdeling van feestdagen en vakanties. De moeder voerde verweer en stelde dat er geen nauwe persoonlijke betrekking tussen de man en de minderjarige bestaat en dat omgang een ernstig nadeel zou opleveren voor het kind.
De rechtbank stelde vast dat de man niet de biologische vader is, maar wel een substantiële rol heeft gespeeld in het leven van de minderjarige. De man is ontvankelijk in zijn verzoek. Uit de stukken en zitting bleek dat de omgang onder begeleiding van een professional was, maar dat deze is gestopt vanwege incidenten die stress bij het kind veroorzaakten.
De rechtbank oordeelde dat het vaststellen van een omgangsregeling niet in het belang van de minderjarige is, mede vanwege de spanning en onrust bij de moeder, die de hoofdverzorger is. De rechtbank wees het verzoek af, maar benadrukte dat dit niet betekent dat er nooit meer contact kan zijn. De moeder wordt geacht het contact in de toekomst te faciliteren indien passend.