ECLI:NL:RBDHA:2026:15924

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
13 juni 2026
Zaaknummer
C/09/697522 / HA RK 26-21
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wet vaststellingsprocedure staatloosheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling van staatloosheid van een Palestijnse verzoeker in Nederland

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van een persoon geboren in Gaza in 2000, die sinds januari 2025 in Nederland verblijft en een verblijfsvergunning asiel heeft. Verzoeker vroeg de vaststelling van zijn staatloosheid op grond van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid.

De rechtbank nam kennis van het verzoekschrift, de bijlagen en het advies van de Staat der Nederlanden, die het verzoek steunde. De rechtbank besloot zonder mondelinge behandeling, met instemming van partijen.

Uit het dossier bleek dat verzoeker Palestijnse documenten bezit, waaronder een paspoort, rijbewijs en identiteitskaart, waarvan sommige door de Koninklijke Marechaussee zijn onderzocht en als echt bevonden. Nederland erkent de Palestijnse nationaliteit niet, waardoor Palestijnen zonder andere nationaliteit als staatloos worden beschouwd.

De rechtbank concludeerde dat verzoeker staatloos is en stelde dit formeel vast. De beschikking werd op 13 mei 2026 uitgesproken door rechter A.P. de Klerk.

Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoeker staatloos is.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: HA RK 26-21
Zaaknummer: C/09/697522
Datum beschikking: 13 mei 2026

Vaststelling van staatloosheid

Beschikking op het op 12 januari 2026 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker] volgens het verzoekschrift, in nagenoemd paspoort aangeduid als [verzoeker] en in nagenoemde identiteitskaart als [verzoeker] ,
verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F. Engelbertink in Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst, hierna: de Staat,
zetelende in ’s-Gravenhage,
vertegenwoordigd door: mr. S. Deniz.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het bericht van 16 april 2026 van de Staat, met bijlagen;
  • het bericht van 16 april 2026 van verzoeker.
Omdat het advies van de Staat overeenstemt met dat wat door verzoeker is verzocht, waarover hierna meer, heeft de rechtbank aanleiding gezien om zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen. Partijen hebben hiermee ingestemd.

Feiten

De volgende feiten blijken uit het dossier dan wel zijn door de Staat vastgesteld, zodat de rechtbank deze als vaststaand aanneemt:
  • Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats] , Gaza.
  • Verzoeker stelt tot juli 2023 in Gaza te hebben gewoond en vervolgens via Egypte, Turkije en Griekenland naar Nederland te zijn gereisd.
  • Verzoeker is op 18 januari 2025 in Nederland aangekomen en hij heeft op 18 januari 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel.
  • Op 24 oktober 2025 is aan verzoeker een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd verleend van 18 januari 2025 tot 18 januari 2030.
  • In de Basisregistratie Personen is verzoeker geregistreerd met de nationaliteit ‘onbekend’.
  • Verzoeker is in het bezit van niet door Bureau Documenten dan wel de Koninklijke Marechaussee onderzochte kopieën van een Palestijns paspoort en een geboorteakte.
  • Verzoeker is verder in het bezit van een door Bureau Documenten dan wel Koninklijke Marechaussee onderzocht(e) en echt bevonden Palestijns rijbewijs en Palestijnse identiteitskaart.

Verzoek en het advies van de Staat

Verzoeker verzoekt zijn staatloosheid vast te stellen.
De Staat adviseert het verzoek toe te wijzen.

Beoordeling

Wettelijk kader
Het verzoek is gebaseerd op artikel 2 van Pro de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid.
Op grond van lid 1 van genoemd artikel kan een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, bij deze rechtbank een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. De rechtbank stelt op grond van lid 2 van dit artikel de staatloosheid vast, indien hem niet is gebleken dat de betrokkene door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.
Ontvankelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verzoeker in Nederland woont. Verder is niet in geschil dat verzoeker onmiddellijk belang heeft bij het verzoek tot vaststelling van staatloosheid, zodat hij ontvankelijk is in zijn verzoek.
Relevante landen
Gelet op de stukken en het advies van de Staat zal de rechtbank alleen de Palestijnse gebieden bij de beoordeling van de staatloosheid van verzoeker betrekken. De rechtbank heeft uit de stukken geen aanwijzingen dat verzoeker een andere nationaliteit kan hebben verkregen.
Wordt verzoeker als onderdaan van de Palestijnse Gebieden beschouwd?
Gelet op de stukken is het naar het oordeel van de rechtbank, zoals verzoeker en de Staat ook van mening zijn, aannemelijk dat verzoeker van Palestijnse afkomst is en de Palestijnse nationaliteit heeft.
Uit het Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden van april 2022 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Werkinstructie 2020/19 Palestijnen volgt dat Nederland de staat Palestina, en dus ook de Palestijnse nationaliteit, niet erkent. Voor Nederland gelden Palestijnen uit de Palestijnse gebieden die geen andere nationaliteit hebben daarom als staatloos.
Conclusie
Gelet op al het voorgaande zal de rechtbank de staatloosheid van verzoeker vaststellen.

Beslissing

De rechtbank:
stelt vast dat verzoeker staatloos is.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Sluijmer als griffier en uitgesproken op de openbare zitting van 13 mei 2026.