Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:15921

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
13 juni 2026
Zaaknummer
C/09/698888 / FA RK 26-1075
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek vervangende toestemming verhuizing minderjarige naar Verenigde Staten

De moeder verzocht de rechtbank om vervangende toestemming om met haar minderjarige kind naar de Verenigde Staten te verhuizen. De vader verzette zich hiertegen en verzocht tevens om vaststelling van de hoofdverblijfplaats bij hem. De rechtbank nam kennis van de feiten, waaronder het ouderschapsplan, de zorgregeling en de bijzondere omstandigheden van het kind, dat autisme heeft en momenteel in Nederland speciaal basisonderwijs volgt.

De rechtbank beoordeelde het verzoek aan de hand van de criteria uit de jurisprudentie van de Hoge Raad, waarbij het belang van het kind centraal staat. De moeder stelde dat verhuizing in het belang van het kind is vanwege betere onderwijs- en arbeidsvooruitzichten en haar eigen mentale gezondheid. De vader betwistte dit en voerde aan dat het kind gebaat is bij continuïteit, stabiliteit en contact met beide ouders in Nederland.

De rechtbank oordeelde dat de verhuizing niet in het belang van het kind is, mede vanwege de behoefte aan structuur en continuïteit, de sterke band met de vader, en het feit dat het kind zelf aangaf bij de vader te willen blijven. De voorgestelde compensatiemaatregelen waren onvoldoende om de negatieve gevolgen te compenseren. De hoofdverblijfplaats werd daarom bij de vader vastgesteld.

Daarnaast stelde de rechtbank een zorg- en contactregeling vast waarbij het kind regelmatig via videobellen contact heeft met de moeder en vakanties bij haar doorbrengt. Ook werd bepaald dat het kind tot 14 jaar begeleid moet worden bij internationale vluchten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.

Uitkomst: Verzoek om vervangende toestemming voor verhuizing naar de Verenigde Staten wordt afgewezen; hoofdverblijfplaats van het kind wordt bij de vader vastgesteld.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-1075
Zaaknummer: C/09/698888
Datum beschikking: 13 mei 2026

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 3 februari 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.E.C. Verhoeff te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.I. Robert te Utrecht.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het bericht van 12 februari 2026 met bijlagen van de moeder;
  • de twee F9-berichten van 19 februari 2026 van de moeder;
  • het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek;
- het stuk van de moeder, houdende aantekeningen voor de zitting, verweer tegen het zelfstandig verzoek van de vader en aanvullend verzoek moeder vaststelling hoofdverblijf van [de minderjarige] bij de moeder in [land] , met bijlagen, ingekomen op 17 maart 2026.
De minderjarige [de minderjarige] heeft in raadkamer met de rechtbank gesproken over het verzoek.
Op 19 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de vader met zijn advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Van de zijde van de moeder is een aanvullend stuk (certification of birth) overgelegd.

Verzoek en verweer

De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Vervangende toestemming verhuizing met [de minderjarige]
de vervangende toestemming te verlenen voor de verhuizing van de moeder met [de minderjarige] naar de [land] ;
te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder zal zijn in [plaats] , [land] ;
Zorg- en vakantieregeling
Primair:
3. te bepalen dat, indien de moeder vervangende toestemming wordt verleend om met [de minderjarige] te verhuizen naar de [land] , de vader en [de minderjarige] iedere dinsdag om 15:00 uur ( [tijdzone] ), iedere donderdag om 15:00 uur ( [tijdzone] ) en iedere zondag om 12:00 uur ( [tijdzone] ) met elkaar contact hebben via (video)bellen gedurende een uur en met elkaar contact kunnen hebben via de telefoon van [de minderjarige] , dan wel een zorg- en contactregeling te bepalen zoals de rechtbank in goede justitie juist acht;
4. en te bepalen dat de vakanties worden verdeeld conform hetgeen is opgenomen in randnummer 52 van het verzoekschrift, te weten:
  • Kerstvakantie (twee weken): bij de vader in Nederland;
  • Voorjaarsvakantie (twee weken): bij de vader in Nederland;
  • Zomervakantie (twaalf weken): één week bij de moeder in de [land] en de overige weken bij de vader in Nederland;
dan wel een regeling te bepalen zoals de rechtbank in goede justitie juist acht;
Subsidiair:indien het verzoek tot vervangende toestemming niet wordt toegewezen:
5. te bepalen dat de moeder en [de minderjarige] om de dag met elkaar contact hebben via (video)bellen gedurende een uur op dinsdag, donderdag en zondag om 16.00 uur (Amsterdam tijd) en dat de moeder en [de minderjarige] onderling contact kunnen hebben via de telefoon van [de minderjarige] ;
6. en te bepalen dat de vakanties worden verdeeld conform hetgeen is opgenomen onder randnummer 56 van het verzoekschrift, te weten:
  • Kerstvakantie (twee weken): bij de moeder in de [land] ;
  • Meivakantie (twee weken): bij de moeder in de [land] ;
  • Zomervakantie (zes weken): vijf weken bij de moeder in de [land] en één week bij de vader in Nederland;
7. althans een zodanige regeling vast te stellen, dan wel beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie juist acht.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
De vader verzoekt de verzoeken van de moeder af te wijzen en in het geval de toestemming wordt verleend aan de moeder om met [de minderjarige] naar de [land] te verhuizen, de volgende zorg- en contactregeling vast te stellen:
  • Zomervakantie vier weken bij de vader;
  • Herfstvakantie bij de moeder in de [land] ;
  • Kerstvakantie bij de vader in Nederland;
  • Voorjaarsvakantie bij de moeder in de [land] ;
  • Meivakantie bij de vader in Nederland;
Ook heeft de vader zelfstandig verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vader zal zijn en de volgende vakantieregeling vast te stellen:
  • Zomervakantie vier weken bij de moeder in de [land] ;
  • Herfstvakantie bij de moeder in de Nederland (de moeder komt naar Nederland);
  • Kerstvakantie om het jaar in Nederland en in de [land] ;
  • Meivakantie om het jaar in Nederland en in de [land] .

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van 22 december 2013 tot 3 mei 2022.
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] , [land] .
- Partijen zijn in 2018 met [de minderjarige] naar Nederland verhuisd.
- [de minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
- De vader heeft de Nederlandse nationaliteit en de moeder is Amerikaans burger.
- [de minderjarige] heeft de Nederlandse nationaliteit en is Amerikaans burger.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 31 maart 2022 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is bepaald dat het aangehechte convenant met ouderschapsplan deel uitmaakt van de beschikking. In het door de ouders op 14 januari 2022 getekende ouderschapsplan zijn de ouders – voor zover hier relevant  overeengekomen:
  • dat [de minderjarige] zijn hoofdverblijf heeft bij de moeder;
  • dat bij een voorgenomen verhuizing de ouders elkaar vooraf zullen informeren. Bij een verhuizing van meer dan 20 kilometer, zullen de ouders eerst in overleg treden en zo nodig een mediator inschakelen;
  • dat in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken de volgende zorgregeling zal gelden:
- [de minderjarige] zal bij de vader zijn:
- om de week van zondag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur;
- gedurende de helft van de schoolvakanties, in onderling overleg vast te stellen.
- Nadien is de zorgregeling in onderling overleg aangepast, in die zin dat [de minderjarige] op maandag, dinsdag en woensdagochtend bij de vader is en op woensdagmiddag, donderdag en vrijdag bij de moeder, en dat hij de weekenden afwisselend bij zijn vader en moeder doorbrengt.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de voorliggende verzoeken.
Vervangende toestemming verhuizing
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a BW kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank kan op verzoek van de ouders of één van hen onder meer een beslissing nemen ten aanzien van een verhuizing van een van de ouders met het kind.
De Hoge Raad heeft criteria geformuleerd aan de hand waarvan een verzoek tot vervangende toestemming voor verhuizing, zoals in deze zaak voorligt, door de rechter moet worden beoordeeld (Hoge Raad 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC:5901). Uit deze uitspraak volgt dat de rechter bij de beslissing over vervangende toestemming voor verhuizing alle omstandigheden van het geval in acht dient te nemen en alle belangen moet afwegen. Hoewel het belang van het kind daarbij een overweging van de eerste orde moet zijn, neemt dat niet weg dat afhankelijk van de omstandigheden van het geval, andere belangen zwaarder kunnen wegen. Bij de beoordeling van het verzoek moeten volgens de vaste rechtspraak de volgende omstandigheden en belangen worden meegewogen:
  • het recht en het belang van (in dit geval) de moeder om te verhuizen en in vrijheid haar leven (opnieuw) in te richten;
  • de noodzaak voor de moeder om te verhuizen;
  • de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
  • de door de moeder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor [de minderjarige] en de vader te verzachten en te compenseren;
  • de mate waarin partijen in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;
  • de rechten van de vader en [de minderjarige] op onverminderd contact met elkaar in hun vertrouwde omgeving;
  • de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
  • de frequentie van het contact tussen [de minderjarige] en de vader voor en na de verhuizing;
  • de leeftijd van [de minderjarige] , zijn mening en de mate waarin hij is geworteld in zijn omgeving of juist gewend is aan verhuizingen;
  • de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.
Beoordeling
De moeder verzoekt om vervangende toestemming om met [de minderjarige] te verhuizen naar de [land] (VS). De vader verzet zich tegen deze verhuizing. Bij de beoordeling neemt de rechtbank de hiervoor beschreven criteria in ogenschouw. De rechtbank benadrukt hierbij dat niet aan ieder criterium afzonderlijk moet worden voldaan, maar dat voor de beoordeling een belangenafweging moet worden gemaakt met inachtneming van alle omstandigheden.
Standpunt moeder
De moeder voert – kort samengevat – het volgende aan. De moeder is voor de vader naar Nederland verhuisd en heeft hier nooit kunnen aarden. De moeder voelt zich eenzaam en geïsoleerd in Nederland. Toen het gezin naar Nederland kwam, had de moeder mentale problemen en zij kampt nog altijd met klachten. De moeder heeft door een slechte ervaring met de zorg in Nederland onvoldoende vertrouwen in het Nederlandse zorgstelsel en zij mist haar sociale netwerk, waardoor zij niet verwacht dat haar mentale klachten zullen afnemen als zij in Nederland blijft. Mede door haar mentale problemen, de taalbarrière en de beperktere arbeidsmogelijkheden voor piloten, heeft de moeder in Nederland – anders dan in de VS – geen goede vooruitzichten op een baan. De moeder verwacht dat zij in de VS, in haar vertrouwde omgeving, omringd door haar familie en haar sociale netwerk, haar mentale problemen te boven zal kunnen komen en vervolgens weer een baan zal kunnen vinden.
De moeder meent dat de verhuizing ook in het belang is van [de minderjarige] , omdat hij in de VS naar een reguliere school zal kunnen gaan, wat uiteindelijk zijn kansen op de arbeidsmark zal doen toenemen. In Nederland gaat [de minderjarige] , die gediagnostiseerd is met autisme, naar het speciaal basisonderwijs. Een afwijzing van het verzoek zal bovendien betekenen dat [de minderjarige] grotendeels gescheiden zal moeten leven van de moeder. Dit zal een enorme impact op [de minderjarige] hebben, omdat de moeder in de praktijk de meeste zorg voor hem draagt.
De moeder heeft de verhuizing goed voorbereid en doordacht en zij heeft ook alternatieven en maatregelen aangeboden om de gevolgen van de verhuizing voor [de minderjarige] en de vader te verzachten. Door de ruime vakantieregeling die de moeder voorstelt, kunnen zij ook na de verhuizing nog contact met elkaar hebben in de vertrouwde omgeving in Nederland. De vader is daarnaast altijd welkom om [de minderjarige] in de VS te bezoeken. De vader kan zich bovendien relatief eenvoudig opnieuw in de VS vestigen.
Standpunt vader
De vader verweert zich tegen het verzoek en voert– kort samengevat – het volgende aan. De verhuizing is niet noodzakelijk, nu niets de moeder belemmert om haar leven in Nederland op te bouwen. Zij spreekt en begrijpt de Nederlandse taal voldoende en kan ook hier deelnemen aan de arbeidsmarkt. Voor zover mentale klachten daaraan in de weg staan, zal dat in de VS niet anders zijn. De moeder kan haar familie in de VS zo vaak en zo lang zij wil bezoeken; de vader is altijd bereid om de volledige zorg voor [de minderjarige] op zich te nemen als de moeder in het buitenland verblijft.
De vader betwist dat de moeder de verhuizing goed heeft voorbereid en doordacht. De vader heeft sterke bedenkingen bij de veiligheid van de voorgenomen woonsituatie, meent dat onvoldoende is uitgelegd hoe de moeder de zorg voor [de minderjarige] wil combineren met het aanpakken van haar mentale problemen en hij denkt dat de moeder in de praktijk afhankelijk zal zijn van haar eigen moeder, zowel op financieel gebied als voor de zorg voor [de minderjarige] .
De vader betwist dat de verhuizing in het belang is van [de minderjarige] en voert aan dat het onderwijssysteem in Nederland passend is voor [de minderjarige] en niet onderdoet voor het onderwijssysteem in de VS.
De door de moeder voorgestelde compensatiemaatregelen acht de vader niet toereikend en niet realistisch. Het voorstel van de moeder heeft als uitgangspunt dat [de minderjarige] zelfstandig heen en weer kan reizen tussen zijn ouders, maar gelet op zijn autisme in combinatie met vliegangst kan dat niet van [de minderjarige] worden gevraagd. De door de moeder voorgestelde vakantieregeling is weliswaar ruim, maar houdt geen rekening met het feit dat de vader geen drie maanden vrij kan krijgen van zijn werk in de zomerperiode en ook geen alternatieve opvangmogelijkheid heeft voor [de minderjarige] . De vader wijst er tot slot op dat hij niet in de VS kan gaan wonen, omdat hij daar geen verblijfsrecht meer heeft en dat ook niet kan krijgen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht een verhuizing naar de VS niet in het belang van [de minderjarige] . De rechtbank neemt daarbij het volgende in aanmerking.
In het algemeen geldt dat kinderen belang hebben bij goed contact met hun beide ouders en bij ouders die deel uitmaken van hun dagelijks leven. Kinderen hebben ook belang bij continuïteit in de wijze waarop de zorg tussen de ouders is verdeeld, bij blijven wonen in hun vertrouwde omgeving (behoud van sociale omgeving, school, etc.), bij een fijne woonomgeving en bij rust (in die zin dat ze zo min mogelijk blootgesteld worden aan spanningen).
[de minderjarige] heeft in verband met zijn autisme bovengemiddeld sterk de behoefte aan structuur, stabiliteit en continuïteit in zijn opvoedingssituatie. [de minderjarige] heeft de afgelopen jaren al te maken gehad met een aantal grote veranderingen in zijn leven, zoals de scheiding van zijn ouders, het wennen aan een co-ouderschapsregeling en een nieuwe school en op dit moment functioneert hij goed. Een verhuizing naar de VS zou opnieuw een zeer ingrijpende wijziging in het leven van [de minderjarige] teweeg brengen.
De moeder heeft verklaard dat zij bij afwijzing van het verzoek om vervangende toestemming zonder [de minderjarige] naar de VS zal verhuizen. Dat betekent dat het leven van [de minderjarige] zal veranderen, ongeacht de uitkomst van deze procedure. Bij afwijzing van het verzoek van de moeder zal [de minderjarige] echter wel in zijn vertrouwde omgeving blijven, op de school waar hij inmiddels is gewend en het goed doet en in de sociale omgeving waaraan hij gehecht is, waardoor de stabiliteit en continuïteit op een aantal belangrijke leefgebieden gewaarborgd blijft.
De moeder hoopt en verwacht dat haar mentale klachten na terugkeer naar de VS zullen afnemen en dat zij haar leven daar weer op de rit zal kunnen krijgen. De rechtbank gunt het de moeder dat deze verwachting uitkomt, maar op dit moment is het nog onzeker of dat ook daadwerkelijk zal gebeuren. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank ook onvoldoende zeker dat de moeder [de minderjarige] in de VS de stabiliteit, structuur en ondersteuning zal kunnen bieden die hij nodig zal hebben om te aarden in een nieuwe woon- en leefomgeving.
In dat kader is van belang dat uit de verklaringen en de overgelegde stukken blijkt dat de vader beter dan de moeder in staat lijkt om [de minderjarige] de structuur en stabiliteit te bieden waaraan hij behoefte heeft. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in een (aanzienlijk) lager schoolverzuim in de dagen dat [de minderjarige] bij zijn vader verblijft.
De rechtbank volgt het betoog van de moeder dat [de minderjarige] in de VS betere vooruitzichten op scholing en werk heeft bovendien niet. Uit de overgelegde stukken blijkt dat [de minderjarige] op dit moment goed op zijn plek zit in het speciaal basisonderwijs, dat hij daar op dit moment beter tot zijn recht komt dan in het reguliere onderwijs en dat de verwachting is dat hij met deze basis uiteindelijk kan uitstromen naar een reguliere middelbare school. Dat het onderwijs in de VS beter zou aansluiten bij [de minderjarige] en hem uiteindelijk betere kansen op een vervolgopleiding en een baan zou bieden, is naar het oordeel van de rechtbank onzeker en onvoldoende onderbouwd. Dat het onderwijssysteem in de VS voor de moeder bekend is en daarom voor haar makkelijker te doorgronden is, is geen factor van doorslaggevende betekenis, mede omdat dit voor de vader precies andersom is.
De door de moeder voorgestelde maatregelen om de gevolgen van een verhuizing van [de minderjarige] naar de VS te compenseren, brengen naar het oordeel van de rechtbank niet mee dat een verhuizing in zijn belang moet worden geacht. Nog los van de enorme weerslag die de verhuizing zou hebben op het leven van [de minderjarige] , op allerlei leefgebieden wordt de rol die de vader op dit moment in de dagelijkse verzorging en opvoeding van [de minderjarige] speelt niet gecompenseerd door de (op zichzelf genomen ruime) zorgregeling die door de moeder is voorgesteld. Daarbij komt dat de voorgestelde regeling, waarbij de vader in de zomervakanties 12 weken achter elkaar de zorg voor [de minderjarige] zou moeten dragen niet realistisch is. [de minderjarige] zou dan geen school hebben en dat zou -ook in de visie van de moeder- betekenen dat [de minderjarige] gedurende een groot deel van deze periode aan de zorg van anderen zou moeten worden toevertrouwd.
Een belangrijke factor in de afweging van de rechtbank is tenslotte dat [de minderjarige] zelf – zowel tegenover de rechtbank als tegen zijn beide ouders – heeft verteld dat hij het liefst wil dat er niets verandert. [de minderjarige] weet echter dat zijn moeder naar de VS zal verhuizen, en dus ook dat zijn leven ingrijpend zal veranderen omdat de wijze waarop zijn ouders de zorgtaken nu verdelen niet langer mogelijk zal zijn. Ook over die situatie heeft [de minderjarige] zich uitdrukkelijk uitgesproken. [de minderjarige] wil het liefst bij zijn vader in zijn vertrouwde omgeving in Nederland blijven. [de minderjarige] heeft behoefte aan duidelijkheid en wil vasthouden aan zijn bekende leven in Nederland en deel blijven uitmaken van de sociale omgeving hier.
Al deze omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank een verhuizing naar de VS niet in het belang van [de minderjarige] .
Dit alles betekent dat de rechtbank in deze zaak doorslaggevend gewicht toekent aan het belang van [de minderjarige] en het verzoek om vervangende toestemming voor verhuizing naar de VS zal afwijzen.
Hoofdverblijfplaats
Nu de rechtbank het verzoek van de moeder om vervangende toestemming voor verhuizing afwijst, zal [de minderjarige] feitelijk bij zijn vader gaan wonen. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vader tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij hem toewijzen.
Zorgregeling
Standpunt moeder
Vanwege de reisafstand en kwetsbaarheid van [de minderjarige] is het niet haalbaar voor [de minderjarige] om elke vakantie naar de VS te komen. De moeder verzoekt daarom dat [de minderjarige] in de zomervakantie, de meivakantie en de Kerstvakantie voor een langere periode naar de VS komt zodat [de minderjarige] de tijd heeft om te acclimatiseren. Daarnaast zal de moeder in de voorjaars- en herfstvakantie naar Nederland komen om [de minderjarige] te bezoeken.
De moeder stelt dat [de minderjarige] zelfstandig kan vliegen.
Daarnaast verzoekt de moeder om vast te stellen dat zij iedere dinsdag, donderdag en zondag om 16.00 uur gedurende een uur zal videobellen met [de minderjarige] en dat zij en [de minderjarige] ook op andere momenten telefonisch contact kunnen hebben.
Standpunt vader
De vader acht de door de moeder gevraagde zorgregeling niet in het belang van [de minderjarige] . De vader vindt het in het belang van [de minderjarige] om zoveel mogelijk tijd met zijn moeder door te brengen, maar het verzoek van de moeder houdt in de kern in dat de vader en [de minderjarige] maar één week per jaar samen vakantie hebben. Dat is te weinig. De vader maakt zich ook zorgen over de invulling van de vakanties bij de moeder, en vreest dat zij de zorg voor [de minderjarige] zal gaan uitbesteden. Dat is onwenselijk. Bovendien kan [de minderjarige] dan nooit Kerst met zijn vader en diens familie doorbrengen en zal hij weinig meekrijgen van de Nederlandse kersttradities. Ook dit is niet in zijn belang.
Het voorstel van de moeder neemt bovendien als uitgangspunt dat [de minderjarige] zelfstandig heen en weer kan reizen tussen zijn ouders, maar gelet op zijn autisme in combinatie met vliegangst kan dat niet van [de minderjarige] worden gevraagd.
De verzochte videobelregeling is bovendien zo ruim dat de vader vreest dat die voor onrust bij [de minderjarige] zal zorgen en hem teveel zal binden, omdat [de minderjarige] en vader steeds rekening moeten houden met de belmomenten. Het voorgestelde tijdstip is niet praktisch, omdat [de minderjarige] dan niet meer vrij zal zijn om met vrienden af te spreken na school.
Oordeel van de rechtbank
Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de wens van de moeder om ter compensatie van het verlies van haar rol in de dagelijkse verzorging en opvoeding van [de minderjarige] het grootste deel van de vakanties met hem door te brengen, acht de rechtbank de door de moeder verzochte zorgregeling niet in het belang van [de minderjarige] . De rechtbank is van oordeel dat [de minderjarige] in de vakanties ook tijd met zijn vader moet kunnen doorbrengen. De door de vader gevraagde zorgregeling voorziet daarin, terwijl die regeling tegelijkertijd tegemoetkomt aan het belang van [de minderjarige] en de moeder om veel tijd met elkaar door te brengen op de momenten dat dat mogelijk is. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vader toewijzen.
De rechtbank gaat ervan uit dat [de minderjarige] als hij in de vakantie bij zijn moeder in de VS is, hij daar het merendeel van de tijd met haar zal doorbrengen en dat, als de moeder dat niet kan waarmaken en niet feitelijk zelf tijd met [de minderjarige] kan doorbrengen, zij dat met vader bespreekt en met hem in overleg treedt over een alternatieve invulling van de vakantie.
Gelet op de kwetsbaarheid van [de minderjarige] en de gestelde vliegangst, zal de rechtbank daarbij bepalen dat [de minderjarige] totdat hij 14 jaar is op internationale vluchten begeleid zal moeten worden door een van zijn ouders, en wel in die zin dat zijn vader hem naar de VS brengt en zijn moeder hem terug naar Nederland brengt. Daarbij bepaalt de rechtbank dat de moeder zorgdraagt voor de kosten van de tickets van haarzelf en [de minderjarige] en de vader de kosten draagt voor zijn eigen tickets. De ouders dienen in onderling overleg te bepalen welke vluchten gebruikt zullen worden, voordat zij de tickets aanschaffen.
Gelet op de goede band tussen [de minderjarige] en zijn moeder vindt de rechtbank het in [de minderjarige] belang dat hij veelvuldig contact kan hebben via videobellen. Ook [de minderjarige] heeft tijdens het gesprek bij de rechtbank aangegeven dat hij vaak met zijn moeder wil videobellen. De rechtbank zal het verzoek van de moeder daarom toewijzen, met dien verstande dat de rechtbank als tijdstip voor de belmomenten 19.00 uur (Nederlandse tijd) zal vaststellen. Daartoe is redengevend dat dit tijdstip [de minderjarige] naar verwachting minder in de weg zal zitten bij het ondernemen van activiteiten na schooltijd. Als in de praktijk blijkt dat dit tijdstip niet praktisch is, dan dienen de ouders in onderling overleg een ander tijdstip af te spreken. Op een dergelijke situatie kan de rechtbank op dit moment nog niet vooruitlopen. [de minderjarige] heeft tijdens het gesprek bij de rechtbank verteld dat hij graag gamet met zijn moeder. Dit kan ook op afstand. De rechtbank geeft de ouders daarom in overweging om met [de minderjarige] af te spreken dat hij – al dan niet tijdens (een deel van) de videobelmomenten – ook mag gamen met zijn moeder.
De vader heeft zich niet verzet tegen het verzoek van de moeder om vast te stellen dat [de minderjarige] haar ook buiten de reguliere videobelmomenten mag bellen met zijn eigen telefoon. De rechtbank acht het ook in het belang van [de minderjarige] dat hij de gelegenheid heeft om zijn moeder te bellen als hij daaraan behoefte heeft en zal het verzoek ook in zoverre toewijzen.
Kindbrief
De kinderrechters hebben tijdens het kindgesprek met [de minderjarige] afgesproken om hem een brief te sturen om de beslissing van de rechtbank aan hem uit te leggen. Hieronder volgt de tekst van die brief, zodat beide ouders weten welke boodschap [de minderjarige] heeft ontvangen.
Beste [de minderjarige] ,
Op 18 maart 2026 ben je bij de rechtbank geweest om met ons te praten over het plan van je moeder om naar [land] te verhuizen.
Je hebt toen verteld dat je het fijn vindt bij papa en bij mama en dat je het liefste wilt dat er niets verandert in je leven. Je vertelde ook dat je weet dat er wel veel gaat veranderen, omdat je moeder naar Amerika gaat verhuizen. Je had al goed nagedacht over wat jij wilt. Je wilt graag bij je vader blijven wonen als je moeder verhuist. Je wilt graag bij je familie en vrienden in Nederland in de buurt blijven. Ook wil je vaak met mama kunnen videobellen, als zij in Amerika woont.
Wij hebben later ook met je ouders gepraat en hebben daarna nagedacht over onze beslissing. Wij hebben beslist dat het goed voor jou is als je in Nederland blijft wonen, bij papa. Je wilt niet dat je leven verandert, en op deze manier verandert er zo min mogelijk.
Wij vinden het ook belangrijk dat je vaak naar mama toe kan en dat je haar vaak kunt spreken. Daarom hebben we bepaald dat je in de zomervakantie 4 weken naar mama gaat, in de Meivakantie 2 weken en om het jaar in de Kerstvakantie. In de herfstvakantie komt mama naar Nederland om tijd met jou door te brengen. Ook hebben we bepaald dat je haar in ieder geval drie keer per week (op dinsdag, donderdag en zondag) mag videobellen. Als je haar vaker wilt spreken, kun je haar ook op andere dagen bellen.
We hopen dat je snel aan de nieuwe situatie gewend zult raken en dat je het fijn zult hebben als je mama in Amerika bezoekt. Dank je wel voor het prettige gesprek dat we hadden.
Met vriendelijke groet,
de kinderrechters

Beslissing:

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking d.d. 31 maart 2022 van deze rechtbank en met wijziging van het daaraan gehechte ouderschapsplan dat door de ouders op 14 januari 2022 is getekend – :
*
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] , [land] , de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vader;
*
bepaalt dat de minderjarige bij de moeder in de VS zal zijn:
  • 4 weken in de zomervakantie;
  • om het jaar gedurende de gehele Kerstvakantie;
  • jaarlijks de gehele Meivakantie;
bepaalt dat de moeder en de minderjarige jaarlijks de herfstvakantie gezamenlijk in Nederland zullen doorbrengen;
bepaalt dat de vader de minderjarige tot hij (ten minste) 14 jaar oud is steeds naar de VS zal brengen en dat de moeder hem zal terugbrengen;
bepaalt dat de kosten van de tickets van de moeder en de minderjarige door de moeder betaald zullen worden en dat de vader de kosten van zijn eigen tickets zal dragen;
bepaalt dat de moeder en de minderjarige iedere dinsdag, donderdag en zondag om 19.00 uur (Nederlandse tijd) met elkaar zullen videobellen en verstaat dat het hen daarnaast vrijstaat om – voor zover hun dagelijkse verplichtingen dat toelaten – telefonisch contact met elkaar te hebben;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.L. Strop, M.F. Baaij en R.S. Matthijssen, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. I.E. Moerkerk-van Kersbergen als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 mei 2026.