ECLI:NL:RBDHA:2026:15907

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
694848
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:82 BWArt. 6:83 BWArt. 6:119 BWArt. 6:127 BWArt. 6:205 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke toewijzing vorderingen over service-uren en onverschuldigde betaling in samenwerking installatie warmtepompen

Roke Amsterdam B.V. en DeWarmte B.V. zijn in geschil geraakt over betaling van facturen en garantieverplichtingen in het kader van een samenwerking voor het installeren van hybride warmtepompen. Roke vordert betaling van openstaande facturen, terwijl DeWarmte stelt dat Roke tekort is geschoten in garantiewerkzaamheden en dat zij onverschuldigd heeft betaald.

De rechtbank stelt vast dat de standaardovereenkomst van DeWarmte niet door Roke is geaccepteerd en dat er geen garantie is overeengekomen. De rechtbank wijst daarom de vordering van DeWarmte tot vergoeding van herstelwerkzaamheden af. De vordering van Roke voor service-uren wordt gedeeltelijk toegewezen voor 50 uren, terwijl overige uren en beschikbaarheidsdiensten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

DeWarmte heeft onverschuldigd betaald voor beschikbaarheidsdiensten en vordert dit bedrag terug. De rechtbank wijst dit toe en honoreert het beroep op verrekening, waardoor de vordering van Roke wordt afgewezen en DeWarmte een bedrag van €3.139 ontvangt. Proceskosten worden gecompenseerd en incassokosten worden afgewezen.

Uitkomst: Vordering Roke gedeeltelijk toegewezen voor service-uren, vordering DeWarmte toegewezen voor onverschuldigde betaling, met verrekening tot saldo van €3.139 ten laste van Roke.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/694848 / HA ZA 25-1031
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van
ROKE AMSTERDAM B.V.te Katwijk,
eiseres,
advocaat: mr. W.J. Vroegindeweij,
tegen
DEWARMTE B.V.te Den Haag,
gedaagde,
advocaat: mr. A.C.F. Berkhof.
Partijen worden hierna ‘Roke’ en ‘DeWarmte’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 10 november 2025, met producties 1 tot en met 6;
- de conclusie van antwoord tevens houdende conclusie van eis in reconventie, met producties 1 tot en met 15;
- de conclusie van antwoord in reconventie, met productie 7;
- het tussenvonnis van 25 februari 2026, waarbij de mondeling behandeling is bepaald;
- de akte wijziging eis tevens houdende akte overlegging producties van DeWarmte, met producties 16 tot en met 26;
- het bericht van DeWarmte van 2 april 2026, met producties 27 en 27a; en
- de akte van Roke van 29 april 2026.
1.2.
Op 31 maart 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. Na de mondelinge behandeling heeft er nog een aktewisseling plaatsgevonden.

2.De feiten

2.1.
Roke is een bedrijf dat verwarmings- en luchtbehandelingsapparatuur installeert. DeWarmte is een bedrijf dat zich bezig houdt met natuurwetenschappelijk onderzoek en experimentele ontwikkeling, met name gericht op duurzame energiesystemen. Eind 2024 kwamen partijen met elkaar in contact over het in opdracht van DeWarmte installeren van hybride warmtepompen door Roke voor klanten van DeWarmte.
2.2.
Op 5 december 2024 berichtte DeWarmte Roke als volgt:
“Dank voor jullie bezoek afgelopen dinsdag. Bij deze een aantal documenten in de bijlage.
• Onze standaard overeenkomst met meerkostenvergoeding
(…)
- onze teams werken 6 dagen per week, deWarmte onderzoekt mogelijkheden piketdienst intern;
--> yes”
2.3.
De overeenkomst bleek te ontbreken in de bijlage. Op 9 december 2024 stuurde DeWarmte alsnog de overeenkomst naar Roke. In deze overeenkomst staat onder meer:
B.2 Garanties

De opdrachtgever biedt de (eind)klant 2 jaar garantie op het warmtesysteem en 3 jaar op de compressor.

De opdrachtnemer biedt 1 jaar garantie op al het leidingwerk, perswerk, aansluitingen, bedrading en ander installatiewerk.

Binnen de garantietermijn zal de opdrachtnemer reparaties uitvoeren aan incorrecte, lekkende of anderszins disfunctionerende installatiewerkzaamheden. Deze werkzaamheden worden kosteloos verricht door opdrachtnemer en in zijn/haar eigen tijd. Mocht de opdrachtnemer niet overgaan tot reparatie, binnen redelijke termijn in overleg met opdrachtgever, dan is opdrachtgever gerechtigd om de reparatie werkzaamheden zelf uit te voeren, of uit te laten voeren door derden. De resulterende kosten voor deze reparaties worden doorbelast aan de opdrachtnemer.”
2.4.
In reactie op deze e-mail stuurde Roke op 9 december 2024 aan DeWarmte hun prijslijst.
2.5.
DeWarmte reageerde daarop als volgt in twee korte opeenvolgende e-mails:
De e-mail van 9 december 2024 om 20.14 uur:
“Nou...”
De e-mail van 9 december 2024 om 21.24 uur:
“Ik heb iets meer context nodig denk ik.
Wat is STD en wat is plus?
Wat is inclusief en wat is exclusief?”
2.6.
In de periode van december 2024 tot en met juli 2025 voerde Roke installatie- en servicewerkzaamheden voor DeWarmte uit. DeWarmte betaalde alle facturen van Roke tot de eindafrekening.
2.7.
Op 12 juni 2025 kondigde Roke aan dat zij van plan is om de samenwerking met DeWarmte te beëindigen.
2.8.
Op 23 juni 2025 vond er een digitaal overleg plaats tussen partijen over de beëindiging van de samenwerking.
2.9.
Op 23 juni 2025 berichtte DeWarmte Roke als volgt:
“Dank voor het gesprek zojuist.
Bij deze nog even kort de besproken punten:
(…)
• Alle service & installatie issues worden, conform overeenkomst, tot een jaar na installatiedatum opgevolgd door Roke.
° [naam 1] update a.d.v. het de werkzaamheden van [naam 2] de Excel met openstaande en opgeloste punten en deelt deze met DeWarmte.
° DeWarmte vult deze lijst aan met de nog openstaande en/of missende
issues. Het streven is om deze opgelost te hebben voor 19-07-2025
° Alle service issues die vanaf nu, tot einde samenwerking ontstaan, worden zo snel mogelijk aan Roke doorgegeven door DeWarmte en door [naam 1] toegevoegd aan de lijst.”
2.10.
Op 25 juni 2025 reageerde Roke als volgt:
“Terugkerend op de agendapunten houden we ons vast aan onderstaand schema.
In week 26 (huidige week) kunnen we nog twee teams inzetten van maandag tot en met zaterdag. Conform rooster wat aan [naam 3] is toegezegd. Force majeure uitgesloten.
In week 27 is er nog maar één team inzetbaar.
De week daarna start het B2B-project, waarvoor ik twee teams heb ingepland, inclusief [naam 2] als toezichthouder. Er komt geen derde team voor de reguliere installaties.
Lijst vanuit [naam 2] volgt nog en het doel is voor 19-7 alle services opgelost te hebben.”
2.11.
Op 28 juli 2025 verzocht Roke DeWarmte (nogmaals) om de laatste twee openstaande facturen van de eindafrekening te betalen. Dit betrof de factuur van 22 juni 2025 van € 10.592,18 met factuurnummer [factuurnummer 1] en de factuur van 27 juli 2025 van € 21.360,- met factuurnummer [factuurnummer 2] . DeWarmte heeft geweigerd deze facturen te betalen.
2.12.
Op 16 december 2025 stuurde DeWarmte een factuur ten bedrage van € 7.139,- aan Roke. Daarnaast stuurde DeWarmte vijf facturen van in totaal € 21.804,43 aan Roke voor het uitvoeren van reparatiewerkzaamheden. Roke heeft geweigerd deze facturen te betalen.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
Roke vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, DeWarmte te veroordelen tot betaling aan Roke van een bedrag van € 35.473,23, dan wel een ander bedrag, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 4 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling, en een bedrag van € 1.118,54 aan incassokosten, met veroordeling van DeWarmte in de proceskosten.
3.2.
Roke legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. Na het beëindigen van de samenwerking heeft Roke een eindafrekening opgemaakt. Dit betreft de twee facturen waarvan nu betaling wordt gevorderd. Roke heeft werkzaamheden voor DeWarmte verricht en operationele capaciteit beschikbaar gehouden, en DeWarmte dient, overeenkomstig de tussen partijen gemaakte afspraak, voor deze geleverde diensten te betalen.
3.3.
DeWarmte voert verweer. DeWarmte concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Roke, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Roke in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.5.
DeWarmte vordert bij vonnis, na eiswijziging, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Roke te veroordelen tot betaling aan Roke van een bedrag van € 22.539,47 en een bedrag van € 7.139 voor de openstaande facturen, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf de vervaldag van de facturen tot aan de dag van volledige betaling, en een bedrag van € 1.111,79 aan incassokosten, met veroordeling van Roke in de proceskosten.
3.6.
DeWarmte legt het volgende aan haar vorderingen ten grondslag. Doordat Roke is tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende garantieverplichtingen, heeft DeWarmte herstelwerkzaamheden moeten (laten) uitvoeren. Dit betreft de facturen van in totaal € 22.539,47. Daarnaast heeft DeWarmte een bedrag van € 7.139 onverschuldigd aan Roke voldaan. Tussen partijen is nooit afgesproken dat Roke een vergoeding zou krijgen voor het beschikbaar houden van teams voor DeWarmte. Roke heeft hiervoor echter wel gefactureerd en DeWarmte heeft deze betaald.
3.7.
Roke voert verweer. Roke concludeert tot afwijzing van de vorderingen van DeWarmte, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van DeWarmte in de kosten van deze procedure.
3.8.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie
Factuur [factuurnummer 1]
4.1.
Ter zitting is gebleken dat de factuur [factuurnummer 1] al door DeWarmte is betaald. Dit deel van de vordering wordt dan ook afgewezen.
Factuur [factuurnummer 2]
Service-uren
4.2.
De factuur [factuurnummer 2] bestaat uit verleende service-uren en vergoedingen voor wachttijd. Wat betreft de service-uren heeft DeWarmte gemotiveerd betwist dat een deel van deze werkzaamheden (in haar opdracht) is uitgevoerd. Ter onderbouwing van haar betwisting heeft zij een overzicht overgelegd waaruit volgt dat van bepaalde werkzaamheden geen meldingen of overige informatie bij DeWarmte bekend zijn, of dat de betreffende klanten niet in haar systeem voorkomen. De rechtbank stelt vast dat Roke heeft nagelaten deze werkzaamheden nader te onderbouwen. Gelet op de gemotiveerde betwisting van DeWarmte kan daarom niet worden vastgesteld dat Roke deze werkzaamheden (in opdracht van DeWarmte) heeft uitgevoerd. De vordering tot betaling van deze service-uren wordt dan ook afgewezen. Het gaat hierbij om de volgende uren:
- 2,5 uur op 21 april 2025;
- 2 uur op 7 mei 2025;
- 2 uur op 12 mei 2025;
- 10 uur op 13 mei 2025;
- 10 uur op 14 mei 2025;
- 9 uur op 15 mei 2025 (overige locatie);
- 9 uur op 16 mei 2025 (overige locatie);
- 1 uur op 16 mei 2025 (overige locatie);
- 2 uur op 17 mei 2025;
- 2 uur op 6 juni 2025;
- 2 uur op 13 juni 2025;
- 4 uur op 14 juni 2025;
- 6 uur op 30 juni 2025;
- 1 uur op 2 juli 2025 (Haarlem);
- 3 uur op 12 juli 2025.
4.3.
DeWarmte heeft verder aangevoerd dat een aantal werkzaamheden vallen onder de standaardinstallatiewerkzaamheden en daarmee onder de standaardvergoeding zoals opgenomen in de prijslijst. De rechtbank stelt vast dat Roke ook hier niet nader heeft onderbouwd waarom voor deze werkzaamheden een extra vergoeding moet worden toegekend. Dit maakt dat, gelet op deze gemotiveerde betwisting, de vordering tot betaling van deze service-uren wordt afgewezen. Het gaat daarbij om de volgende uren:
- 4 uur op 9 mei 2025 (Harderwijk);
- 4 uur op 15 mei 2025 (Assen);
- 3,5 uur op 28 mei 2025 (Overveen);
- 3,5 uur op 28 mei 2025 (Bergen op Zoom);
- 5 uur op 28 mei 2025 (Zwolle);
- 2 uur op 29 mei 2025;
- 4 uur op 6 juni 2025.
4.4.
Ten aanzien van de overige service-uren heeft DeWarmte aangevoerd dat deze werkzaamheden onder de garantie vallen en daarom niet moeten worden vergoed. Tussen partijen is in geschil of de overeenkomst van DeWarmte en dus de daarin genoemde garantie van toepassing is.
4.5.
De rechtbank overweegt dat uit de hiervoor onder 2 genoemde e-mailcorrespondentie enkel blijkt dat DeWarmte Roke hun (niet nader ingevulde) standaardovereenkomst heeft toegestuurd. In reactie daarop heeft Roke DeWarmte hun eigen prijslijst toegestuurd waar nog twee korte reacties van DeWarmte op zijn gekomen, maar daar is het vervolgens bij gebleven. Beide partijen hebben aangegeven dat ze vervolgens van start zijn gegaan met hun samenwerking, zonder eerst de basis daarvan vast te leggen. Bij deze stand van zaken kan niet worden vastgesteld dat Roke de (essentialia van de) standaardovereenkomst van DeWarmte en dus ook de garantieverplichtingen heeft geaccepteerd. Dit volgt evenmin uit het contact over de beëindiging van de samenwerking. Uit deze e-mailcorrespondentie blijkt enkel dat DeWarmte verwijst naar de overeenkomst en niet dat Roke deze ook (eerder) zou hebben geaccepteerd. Ook op basis van de feitelijke uitvoering kan niet worden vastgesteld dat Roke garantie op haar werkzaamheden heeft verleend. DeWarmte heeft gesteld dat Roke tijdens de looptijd van de samenwerking in opdracht van DeWarmte garantiewerkzaamheden heeft uitgevoerd en hiervoor niet heeft gefactureerd. Roke heeft dit betwist. Uit de onderbouwing van DeWarmte volgt enkel dat er vanuit DeWarmte meldingen zijn doorgezet door Roke en dat deze zijn opgepakt. Hieruit volgt echter niet dat Roke niet (apart) voor deze werkzaamheden heeft gefactureerd. DeWarmte heeft dan ook onvoldoende onderbouwd dat Roke garantie op haar werkzaamheden voor DeWarmte heeft verleend.
4.6.
Nu er geen garantie is overeengekomen dient DeWarmte in beginsel voor de overige verleende service-uren te betalen. DeWarmte heeft zich echter op het standpunt gesteld dat, ook als er geen sprake is van garantie, Roke alsnog gehouden is om goed en deugdelijk werk te leveren en gebreken te herstellen. Dus ook om die reden zou DeWarmte niet gehouden zijn om deze werkzaamheden te vergoeden. De rechtbank overweegt dat, gelet op de betwisting door Roke, DeWarmte onvoldoende heeft onderbouwd dat het door Roke geleverde werk gebreken bevatte. Dit betekent dat de gevorderde betaling van deze service-uren wordt toegewezen. Het gaat daarbij om de volgende uren:
- 2 uur op 23 april 2025;
- 5 uur op 26 april 2025;
- 10 uur op 6 mei 2025;
- 4 uur op 9 mei 2025 (Oosterbeek);
- 4 uur op 10 mei 2025;
- 4 uur op 15 mei 2025 (Diemen);
- 3,5 uur op 16 mei 2025 (Wassenaar);
- 5 uur op 2 juni 2025;
- 6 uur op 13 juni 2025 ( [adres] , Amsterdam);
- 2 uur op 22 juni 2025;
- 1 uur op 30 juni 2025 (Leiderdorp);
- 1 uur op 2 juli 2025 (Haarlem);
- 1,5 uur op 2 juli 2025 (Wateringen);
- 1 uur op 7 juli 2025.
Dit komt neer op een totaal van 50 uur.
4.7.
Het voorgaande leidt ertoe dat Roke recht heeft op vergoeding van 50 service-uren. Het uurtarief van Roke was € 80. Dit betekent dat een bedrag van 50 x € 80 = € 4.000 toewijsbaar is. De vordering tot betaling van de overige service-uren wordt afgewezen.
Beschikbaarheidsdiensten
4.8.
Het overige deel van de factuur [factuurnummer 2] betreft de beschikbaarheidsdiensten. Deze diensten hielden in dat er een team door Roke voor DeWarmte beschikbaar werd gesteld op bepaalde dagen, ongeacht of er ook daadwerkelijk opdrachten werden ingepland. Op die manier was DeWarmte verzekerd van operationele capaciteit. Tussen partijen is in geschil of DeWarmte hiervoor moet betalen.
4.9.
De rechtbank overweegt dat het aan Roke is om, bij betwisting door DeWarmte, haar stelling te onderbouwen dat zij recht heeft op vergoeding van de beschikbaarheidsdiensten. Zoals vastgesteld ter zitting stond deze vergoeding niet op de met DeWarmte gedeelde prijslijst. Ook uit de eerder genoemde e-mailcorrespondentie van december 2024 en de als productie 6 bij dagvaarding overgelegde whatsapp-correspondentie kan de rechtbank niet afleiden dat een dergelijke afspraak is overeengekomen. Daaruit blijkt enkel dat de teams van Roke zes dagen per week inzetbaar waren. Dat is echter wat anders dan dat DeWarmte ook voor de beschikbaarheid van deze teams op alle zes de dagen moet betalen. De omstandigheid dat DeWarmte eerder wel voor deze diensten betaalde maakt het voorgaande niet anders. DeWarmte heeft immers een afdoende verklaring gegeven waarom hiervoor eerder wel is betaald en waarom deze later is teruggevorderd. Dit maakt dat dit deel van de vordering als onvoldoende onderbouwd wordt afgewezen.
Tussenconclusie
4.10.
Uit het voorgaande volgt dat de vordering ten aanzien van factuur [factuurnummer 2] gedeeltelijk toewijsbaar is tot een bedrag van € 4.000. De vordering ten aanzien van het overige deel van deze factuur en factuur [factuurnummer 1] wordt afgewezen.
Beroep op verrekening
4.11.
Voor het geval de rechtbank oordeelt dat de vordering van Roke voor toewijzing in aanmerking komt, wenst DeWarmte hetgeen zij in conventie aan Roke verschuldigd is te verrekenen met het gevorderde in reconventie. Zoals hierna zal blijken, zal de vordering van DeWarmte in reconventie deels worden toegewezen. Het beroep op verrekening zal door de rechtbank worden gehonoreerd nu wordt voldaan aan de vereisten van artikel 6:127 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
in reconventie
4.12.
De rechtbank overweegt dat hiervoor is geconcludeerd dat tussen partijen geen garantie door Roke is overeengekomen. Dit betekent dat de vordering tot betaling van de gevorderde herstelwerkzaamheden ter hoogte van € 22.539,47 wordt afgewezen.
4.13.
Ten aanzien van de beschikbaarheidsdiensten heeft de rechtbank hiervoor overwogen dat onvoldoende is onderbouwd dat DeWarmte gehouden is hiervoor een vergoeding te betalen. Dit betekent dat DeWarmte eerder onverschuldigd voor deze diensten heeft betaald. De gevorderde betaling van de factuur van € 7.139 is daarmee toewijsbaar.
conclusie in conventie en reconventie
4.14.
Uit het voorgaande volgt dat de vordering in conventie toewijsbaar is tot een bedrag van € 4.000 en de vordering in reconventie tot een bedrag van € 7.139. Zoals hiervoor overwogen doet DeWarmte een beroep op verrekening en wordt dit beroep toegewezen. Dit betekent dat de vordering in conventie wordt verrekend met de vordering in reconventie, waardoor er geen toewijsbare vordering in conventie resteert. De vordering in conventie wordt dan ook afgewezen. De vordering in reconventie wordt toegewezen voor het resterende bedrag van € 7.139 - € 4.000 = € 3.139.
Wettelijke rente
4.15.
In plaats van de gevorderde wettelijke handelsrente zal de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag van € 3.139 worden toegewezen. De grondslag van de vordering is immers niet de handelsovereenkomst tussen partijen, maar onverschuldigde betaling. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 14 dagen na dagvaarding: 25 november 2025. Niet is gesteld of gebleken dat Roke bij ontvangst van de betalingen te kwader trouw was, waardoor het verzuim zonder ingebrekestelling zou intreden (artikel 6:205 BW Pro). Nu nakoming door Roke nog mogelijk is en niet is gesteld of gebleken dat één van de in de artikelen 6:82 en 6:83 BW genoemde uitzonderingsgevallen zich voordoet, treedt het verzuim pas in nadat Roke door DeWarmte in gebreke is gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor nakoming is gesteld. Naar het oordeel van de rechtbank is de e-mail van DeWarmte van 16 december 2025 niet als een ingebrekestelling aan te merken. Niet is gesteld of gebleken dat er een andere ingebrekestelling is verstuurd. Dit betekent dat Roke pas vanaf 14 dagen na dagvaarding in verzuim verkeert en de rente vanaf die datum zal worden toegewezen.
Proceskosten
4.16.
Omdat zowel in conventie als in reconventie beide partijen op inhoudelijke punten gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld, zullen zowel in conventie als in reconventie de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Incassokosten
4.17.
Nu de vordering in conventie wordt afgewezen zal de vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten eveneens worden afgewezen.
4.18.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten in reconventie zal – mede gelet op de door deze rechtbank gevolgde aanbevelingen van het Rapport BGK-integraal – eveneens worden afgewezen. DeWarmte heeft niet gesteld dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan DeWarmte vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.

5.De beslissing

De rechtbank:
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen af;
5.2.
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
in reconventie
5.3.
veroordeelt Roke tot betaling aan DeWarmte van een bedrag van € 3.139, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 25 november 2025 tot de dag van volledige betaling;
5.4.
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
5.5.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de onder 5.3 genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.C. Kool en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.
3416