ECLI:NL:RBDHA:2026:15892
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ordemaatregel in vreemdelingenzaak wegens ontbreken bijzonder geval
Verzoeker heeft een langdurige procedure gevoerd tegen de minister van Asiel en Migratie over de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsdocument en het beëindigen van zijn verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan. Na vernietiging van eerdere besluiten door de rechtbank en hernieuwde afwijzingen door verweerder, heeft verzoeker een voorlopige voorziening en ordemaatregel gevraagd om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit, waaronder uitzetting en werkverbod, op te schorten.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker de uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening kan afwachten en dat er geen ernstige en onomkeerbare gevolgen zijn die onmiddellijke rechterlijke interventie vereisen. Hoewel verweerder nalatig is geweest in het reageren op verzoeken om een standpunt in te nemen, acht de voorzieningenrechter het verzoek om ordemaatregel te verstrekkend en niet passend bij de complexiteit van de zaak.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af, maar bevordert dat de behandeling van het beroep en aanverwante procedures binnen afzienbare termijn op zitting kan plaatsvinden. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een ordemaatregel wordt afgewezen wegens ontbreken van een bijzonder geval dat onmiddellijke rechterlijke interventie vereist.