Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
De RvdK spreekt van een uiterst schrijnende situatie waaraan [minderjarige 2] en [minderjarige 1] zijn en worden blootgesteld.
3.Het geschil
primair:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De vader vordert in kort geding dat de kinderen, die sinds april 2024 met de moeder in de Verenigde Staten verblijven, voorlopig aan hem worden toevertrouwd en dat de moeder diverse verplichtingen wordt opgelegd. De moeder is met de kinderen naar de VS vertrokken zonder de vader te informeren en woont daar met haar nieuwe echtgenoot. De vader startte eerder een bodemprocedure bij de rechtbank Midden-Nederland, die zich onbevoegd verklaarde omdat de kinderen hun gewone verblijfplaats niet meer in Nederland hadden.
De voorzieningenrechter bevestigt deze onbevoegdheid en past de afstemmingsregel toe, waardoor zij niet van het oordeel van de bodemrechter afwijkt. Er is geen sprake van nieuwe feiten die het oordeel kunnen wijzigen. De vader kan zich ook niet beroepen op artikel 5 Rv Pro omdat de kinderen niet terug in Nederland verblijven en er geen spoedeisende noodsituatie is.
De voorzieningenrechter benadrukt dat hoewel de zorgen van de vader begrijpelijk zijn, een procedure in Nederland niet de juiste weg is. De vader zal in de Verenigde Staten een procedure moeten starten om zijn belangen te behartigen. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vorderingen van de vader omdat de kinderen hun gewone verblijfplaats in de Verenigde Staten hebben.