ECLI:NL:RBDHA:2026:15727
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens schorsende werking beroep in vreemdelingenzaak
Verzoekster heeft op 17 november 2021 een asielaanvraag ingediend. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag opnieuw afgewezen bij een besluit van 4 augustus 2025, waarbij tevens een terugkeerbesluit van vier weken is opgelegd. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 17 april 2026 behandeld, samen met het beroep. Tijdens de zitting waren verzoekster, haar partner, twee van hun kinderen, hun gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig.
De voorzieningenrechter constateert dat het bestreden besluit vermeldt dat het beroep in Nederland mag worden afgewacht, wat inhoudt dat het beroep schorsende werking heeft. Hierdoor ontbreekt het spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening. Om die reden wordt het verzoek afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A. Sibma en openbaar gemaakt op 11 juni 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep schorsende werking heeft en er geen spoedeisend belang is.