Eiser heeft op 11 november 2025 een asielaanvraag ingediend in Nederland. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Nederland heeft op 7 januari 2026 een terugnameverzoek aan Frankrijk gedaan, dat op dezelfde dag werd ontvangen en op 20 januari 2026 werd geaccepteerd.
Eiser stelde dat het terugnameverzoek te laat was ingediend, waardoor Nederland verantwoordelijk zou zijn geworden. De rechtbank oordeelt echter dat het verzoek binnen de wettelijke termijn van twee maanden na ontvangst van het Eurodac-resultaat is gedaan. Het latere verzoek van 19 januari 2026 was abusievelijk en is ingetrokken.
De rechtbank concludeert dat Frankrijk terecht verantwoordelijk is voor de asielaanvraag en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter V.P.K. van Rosmalen en griffier J.M. van der Stouwe op 11 juni 2026.