Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Procesverloop
Overwegingen
Doorwerking vorige maatregel van bewaring in deze maatregel van bewaring
De onrechtmatigheid van de voorgaande maatregel dient dan ook door te werken in deze maatregel.
.Ook bestaat er geen aanleiding voor het oordeel dat het gebrek in de eerdere maatregel heeft geleid tot een zodanige ernstige schending van het aan de vreemdeling toekomende recht, dat de schottentheorie moet worden doorbroken. De minister heeft een fout gemaakt tijdens de vorige inbewaringstelling, maar er bestaat geen aanleiding om aan te nemen dat de minister de fout willens en wetens heeft gemaakt. Daar had de minister namelijk geen belang bij, omdat hij eiser ook destijds ‘gewoon’ op 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw in bewaring had kunnen stellen, ook als eiser een aanvraag voor een verblijfsvergunning op basis van EU-recht had ingediend op dat moment. Gelet op het voorgaande maakt het gebrek aan de voorgaande maatregel niet dat de onderhavige maatregel bij aanvang al onrechtmatig was. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Gronden
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;
en als lichte gronden vermeld dat eiser:
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan;
4e. verdachte is van enig misdrijf dan wel daarvoor is veroordeeld.
Minder ver strekkende maatregel
Arrest Adrar [5] , artikel 5 van Pro de Terugkeerrichtlijn en de belangen van de kinderen
Immers, er was al jaren voordat hij in vreemdelingenbewaring werd gesteld geen enkel contact tussen eiser en zijn kinderen. Ook in de verwezenlijking van het recht van de kinderen op (de aanwezigheid van) hun vader, is niets gewijzigd nu eiser in vreemdelingenbewaring verblijft. Het recht op contact en omgang met hun vader hebben de kinderen de afgelopen drie jaar gehad. Van dat recht hebben de kinderen in de afgelopen jaren geen gebruik van gemaakt. Gesteld noch gebleken is dat de kinderen de wil hebben om dat recht nu te effectueren. Evenmin is gebleken dat als de kinderen in de toekomst het contact (en de eventuele omgang) met hun vader zouden willen herstellen, dat dat niet zou kunnen worden gestart vanuit (of in) vreemdelingenbewaring en/of Zimbabwe. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
Ambtshalve toets
Beslissing
D.K. Bloemers, griffier.