Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 18 februari 2022 tot en met 24 oktober 2023 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij meermalen, althans eenmaal, telkens, in de periode van 5 juli 2021 tot en met 24 oktober 2023 te ’s-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meerdere anderen, althans alleen, van één of meerdere (contante) geldbedrag(en) van in totaal € 329.617,23,-, te weten
3.De bewijsbeslissing
bijlageopgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
hij in de periode van
7 juli 2023tot en met 24 oktober 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij meermalen, in de periode van 5 juli 2021 tot en met 24 oktober 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met
eenander, contante geldbedragen van in totaal
€ 74.694,48, te weten
enheeft omgezet,
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.Beslag
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
17 (ZEVENTIEN) MAANDEN;
6 (ZES) MAANDEN.