ECLI:NL:RBDHA:2026:15676
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico terugkeer Afghanistan
Eiser, een Afghaanse Tadzjiek geboren in 1990, diende op 3 maart 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij vanwege zijn werkzaamheden voor het Amerikaanse leger en zijn afvalligheid van de islam gevaar loopt bij terugkeer naar Afghanistan, met name door de Taliban.
Verweerder wees de aanvraag op 25 april 2025 af, stellende dat de asielmotieven geloofwaardig waren maar onvoldoende concreet onderbouwd om een reëel risico op vervolging of ernstige schade aan te nemen. Eiser voerde aan dat verweerder de cumulatie van omstandigheden onvoldoende had meegewogen en dat het risico onderschat was.
De rechtbank oordeelde dat de beoordeling van het risico niet los van elkaar mag plaatsvinden, maar in onderlinge samenhang moet worden bezien. Uit landeninformatie blijkt dat ook civiele medewerkers van buitenlandse troepen risico lopen, ongeacht tijdsverloop, en dat afvalligen een risicogroep vormen. Verweerder had ten onrechte aangenomen dat eiser problemen kan voorkomen door zijn afvalligheid niet kenbaar te maken.
De rechtbank concludeerde dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de cumulatie van omstandigheden niet leidt tot een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Het beroep is gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen acht weken, rekening houdend met deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van het risico bij terugkeer naar Afghanistan.