ECLI:NL:RBDHA:2026:15645

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 mei 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
C/09/704609 / FA RK 26-4483
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing insluiting bij voortzetting crisismaatregel Wvggz wegens onvoorziene noodzaak

De rechtbank Den Haag behandelde op 11 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, een man met een langdurige psychose en schizofrenie. Betrokkene was recent op eigen initiatief gestopt met antipsychotica, wat leidde tot verslechtering van zijn toestand en meerdere meldingen van overlast en agressie.

Betrokkene en zijn advocaat verzetten zich tegen voortzetting van de opname en medicamenteuze behandeling, waarbij betrokkene aangeeft gevangen te zitten in zijn eigen hoofd en bijwerkingen van medicatie te ervaren. De psychiater bevestigde de hoge mate van lijdensdruk en het feit dat betrokkene onder invloed staat van stemmen die hem opdrachten geven. Er is een noodzaak tot verplichte zorg, maar insluiting wordt als een vergaande maatregel beschouwd.

De rechtbank concludeert dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder ernstige psychische schade en agressief gedrag. De verplichte zorg is evenredig en noodzakelijk, maar insluiting is niet voorzienbaar als noodzakelijk voor medicatietoediening. De rechtbank wijst daarom het verzoek tot insluiting af en verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken, met maatregelen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie.

De beschikking is uitgesproken door rechter A.M. Brakel en griffier P.S.R. Nieman, en schriftelijk vastgesteld op 21 mei 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Voortzetting crisismaatregel met medicatietoediening en opname, insluiting afgewezen wegens onvoorziene noodzaak.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/704609 / FA RK 26-4483
Datum beschikking: 11 mei 2026

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 06 mei 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling] te [plaats] ,
advocaat: mr. D. Poot te Leiden.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 6 mei 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de [gemeente] tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 6 mei 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 6 mei 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 11 mei 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de psychiater, [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft aangegeven dat voortzetting van de opname hem niet verder zal helpen. Door de medicatie zit hij gevangen in zijn eigen hoofd. Ondanks de inzet van medicatie heeft hij altijd stemmen gehoord. Zijn ambulant behandelaar wilde geen rustgevende medicatie voorschrijven. Hierdoor is betrokkene op eigen initiatief gestopt met de antipsychotica. Eerder is betrokkene ingesteld op Clozapine, maar hij ervaart hier bijwerkingen van.
De advocaat pleit primair voor afwijzing van het verzoek. Betrokkene verzet zich tegen de voortzetting van de crisismaatregel. In het verleden is er veelvuldig geprobeerd om het toestandsbeeld van betrokkene te stabiliseren, maar dit is niet mogelijk gebleken. De advocaat verzoekt om ‘
insluiten’en
‘uitoefenen van toezicht op betrokkene’af te wijzen als vormen van verplichte zorg
.Het is niet voorzienbaar dat er tot insluiting over zal moeten worden gegaan. Mocht dit toch noodzakelijk zijn, kan de instelling betrokkene insluiten middels een noodmaatregel.
De psychiater heeft naar voren gebracht dat er bij betrokkene is van een hoge mate van lijdensdruk. Er is bij betrokkene sprake van een langdurige psychose waarbij hij onder invloed van stemmen staat die hem opdrachten geven. Betrokkene is al geruime tijd in zorg, maar de inzet van medicatie heeft een marginaal effect gehad. In april 2026 is betrokkene volledig gestopt met het gebruik van antipsychotica waarna de symptomen zijn toegenomen. In de afgelopen tijd zijn er meerdere meldingen gedaan bij de politie. Het ambulant team heeft een zorgmachtiging aangevraagd zodat betrokkene opnieuw ingesteld kan worden op medicatie. Er is in het verleden geprobeerd om betrokkene in te stellen op Clozapine, maar dit is toen niet mogelijk gebleken wegens de bijwerkingen. Er zal nu langer en langzamer worden opgebouwd om de bijwerkingen te beperken. Betrokkene heeft in gesprekken aangegeven dat hij zich zal gaan verzetten tegen gedwongen toediening. Hierdoor is het voorzienbaar dat betrokkene ingesloten zal moeten worden om de medicatie op een veilige manier te kunnen toedienen.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
-ernstige psychische schade;
-de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat betrokkene recent op eigen initiatief is gestopt met zijn antipsychotica. Sinds half april zien zijn ambulant behandelaren dat het slechter met hem gaat. Er is in toenemende mate sprake van agitatie en overlastmeldingen vanuit zijn omgeving. Hierbij maakt betrokkene een verwarde en dreigende indruk en doet hij achterdochtige uitspraken. Betrokkene staat onder invloed van stemmen die over hem praten.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten psychotische ontregeling bij een psychotische kwetsbaarheid ten gevolge van schizofrenie. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Betrokkene verzet zich tegen voortzetting van zijn verblijf en de medicamenteuze behandeling.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
De rechtbank stelt dat er sprake is van een ernstig nadeel. Indien betrokkene op dit moment terug zal keren naar zijn woning, zal het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel opnieuw intreden.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor de toewijzing van ‘
insluiten’en
‘uitoefenen van toezicht opbetrokkene’ als vormen van verplichte zorg. Op dit moment is het niet voorzienbaar dat het insluiten van betrokkene noodzakelijk zal zijn om de medicatie toe te dienen. Ook als betrokkene zich tegen toediening verzet, moet het mogelijk zijn om medicatie toe te dienen zonder tot insluiting over te gaan. Insluiting is een vergaande vorm van verplichte zorg en bij het toewijzen daarvan is terughoudendheid gepast. De rechtbank zal deze vormen van verplichte zorg dan ook afwijzen. Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 1 juni 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, rechter, bijgestaan door P.S.R. Nieman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 mei 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 21 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.